Position papers

Position Paper Catshuis – 3 november

Energie als fundament voor een concurrerend en weerbaar Nederland
Nederland kan in 2040 alleen concurrerend en weerbaar zijn als huishoudens en bedrijven kunnen rekenen op betaalbare en betrouwbare energie. Daarvoor is een energiesysteem nodig met voldoende capaciteit, verschillende energiedragers en een betere benutting van de infrastructuur die er al is. Als netbeheerders investeren we jaarlijks zo’n €15 miljard in energie-infrastructuur en werken we samen met gemeenten, provincies en het Rijk aan versnelling van de bouw en betere programmering. Daarnaast investeren ook private partijen – grote bedrijven, MKB-bedrijven en huishoudens – vele miljarden per jaar in de energietransitie. Maar daarmee zijn we er niet: als Nederland nu geen keuzes maakt over de ontwikkeling van vraag, aanbod en infrastructuur voor de industrie, warmte en flexibiliteit, loopt het land vast. Dit kabinet moet in de Voorjaarsnota 2027 maatregelen en middelen opnemen die nodig zijn om Nederland concurrerend en weerbaar te houden.

Nu doorpakken en investeren in een concurrerend en weerbaar Nederland
Maak keuzes en zet daar voor de lange termijn de benodigde middelen achter. Bedrijven en netbeheerders investeren voor tientallen jaren en moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid haar koers vasthoudt. Steeds opnieuw middelen uit het Klimaatfonds halen voor andere doeleinden heeft consequenties: noodzakelijke investeringen worden uitgesteld en de rekening komt uiteindelijk terug in hogere kosten voor het energiesysteem en dus voor huishoudens en bedrijven. Maak daarom keuzes, voorzie die structureel van middelen en torn daar niet aan.

Concreet vraagt dat om doorpakken op vier punten die ruimte geven aan bedrijven en huishoudens en tegelijkertijd de kosten van het energiesysteem beperken:

  1. Houd verduurzaming betaalbaar en de industrie concurrerend: ontwikkel vraag, aanbod en infrastructuur voor de industrie in samenhang. Voor industriële bedrijven zijn goed werkende ketens voor elektriciteit, waterstof, groen gas en CCS cruciaal om te kunnen verduurzamen en in Nederland te blijven investeren. Netbeheerders investeren vooruit in infrastructuur, maar zonder voldoende vraag en aanbod komen nieuwe ketens niet van de grond. Ontwikkel daarom productie, afname, opslag en infrastructuur in samenhang en zorg voor voldoende investeringszekerheid voor producenten en afnemers, ook na 2030, en versterk de concurrentiepositie van de industrie door in te zetten op een gelijk speelveld binnen Europa. Door in samenhang te ontwikkelen, worden de verschillende energie-infrastructuren beter benut en blijven de kosten van het energiesysteem, en daarmee de nettarieven, beter beheersbaar. Bij wind op zee betekent dit bijvoorbeeld dat industriële vraag en andere grote energievragers zoveel mogelijk nabij aanlandlocaties worden ontwikkeld en energieprofielen op elkaar worden afgestemd. Daarnaast is het belangrijk de vraag naar duurzaam geproduceerde industriële producten te stimuleren. Tot slot: niet iedere energievraag kan elektrisch worden ingevuld. Zorg dat groen gas, waterstof, warmtenetten en CCS tijdig beschikbaar zijn en kunnen opschalen.
  2. Geef groen gas een volwaardige plek in het energiesysteem. Groen gas moet onderdeel worden van de verduurzaming van zowel industrie als gebouwde omgeving waar dat maatschappelijk een kosteneffectieve route is. Zo blijft voor woningen waar dit kosteneffectief is een uitvoerbare verduurzamingsroute beschikbaar en kan bestaande gasinfrastructuur een nieuwe bestemming krijgen, in plaats van schaarse middelen en uitvoeringscapaciteit in te zetten voor ontmanteling.
  3. Zorg voor duidelijkheid voor collectieve warmtenetten. Warmtenetten maken betaalbare verduurzaming van een deel van de woningen mogelijk en voorkomen dat de volledige verduurzamingsopgave op het elektriciteitsnet terechtkomt. Het window of opportunity sluit zich: zonder aanvullende middelen vallen projecten stil op plekken waar warmte overduidelijk de maatschappelijk goedkoopste oplossing is. Gebruik daarom de Voorjaarsnota om de stap van ambitie naar uitvoering te zetten: reserveer middelen voor de aanjaagprojecten die vóór 2030 kunnen starten, goed voor circa 180.000 aansluitingen, en zorg voor langjarige zekerheid via onder meer WIS 2.0, prijsgarantie en een waarborgfonds. Geen middelen voor warmte is ook een keuze: dan kiezen we op die plekken voor maatschappelijk duurdere oplossingen.
  4. Flexibiliteit als onmisbare bouwsteen voor een toekomstbestendig energiesysteem. Flexibiliteit is een onmisbare bouwsteen voor een betaalbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig energiesysteem. Om de energietransitie te versnellen, is het noodzakelijk om zowel het elektriciteitsnet uit te breiden als de beschikbare netcapaciteit slimmer te benutten. Daarom pleiten wij voor een samenhangende aanpak waarin investeringen in netverzwaring hand in hand gaan met de ontwikkeling en inzet van flexibiliteit. Bedrijven en netbeheerders kunnen samen met oplossingen zoals congestiemanagement, batterijopslag, vraagsturing en flexibele contracten bijdragen aan een efficiënter gebruik van het net. Daarvoor zijn duidelijke randvoorwaarden nodig: voorspelbare en transparante tarieven, passende financiële prikkels, het wegnemen van belemmeringen en een markt waarin flexibiliteit op waarde wordt geschat. Die omslag vraagt om investeringen van bedrijven en om de juiste randvoorwaarden, zodat flexibel energiegebruik voor hen aantrekkelijk is. Door gezamenlijk in te zetten op verzwaren en beter benutten van het net kunnen wachttijden voor aansluitingen worden verkort, verduurzaming worden versneld en maatschappelijke kosten worden beperkt. Overheden, netbeheerders, energiebedrijven en marktpartijen moeten daarom blijven samenwerken aan een energiesysteem waarin flexibiliteit en infrastructuurontwikkeling elkaar versterken. Netbeheerders, het Rijk en marktpartijen hebben in het Aansluitoffensief samen stappen gezet om flexibele contracten aantrekkelijker en beter toepasbaar te maken. Het inzetten van deze contracten moet opgeschaald worden om met deze gecontracteerde flexibiliteit partijen op de wachtrij aan te sluiten. Gebruik de crisiswetgeving om belemmeringen voor het beter benutten van het elektriciteitsnet en het behoud van regelbaar vermogen weg te nemen. De potentie is groot: FIEN26 laat zien dat flexibiliteit, slimme locatiekeuzes en het technisch beter benutten van het net samen de investeringsopgave voor het elektriciteitsnet op land tot 2040 met circa €9 tot €33 miljard kunnen dempen, waarbij de kosten voor het contracteren van flexibiliteit nog niet zijn meegenomen.

Samen doorbraken realiseren
Knelpunten kunnen niet door het kabinet, netbeheerders of marktpartijen afzonderlijk worden opgelost. Gerichte afspraken zijn nodig om investeringen van de grond te krijgen. Wij staan klaar om samen met het Rijk en marktpartijen de doorbraken te realiseren die nodig zijn om bedrijven te laten investeren en onze economie concurrerend en weerbaar te houden.

Organiseer die samenwerking praktijkgericht en houd de scope klein: een beperkt aantal knelpunten, met per knelpunt de partijen die nodig zijn om tot een doorbraak te komen. Maak concreet wat partijen zelf realiseren en welke besluiten en middelen daarvoor van het Rijk nodig zijn. Verbind afspraken aan de beleidsagenda van het NPE en leg vast welke besluiten en middelen bij de Voorjaarsnota nodig zijn om investeringen mogelijk te maken. Knelpunten waar gezamenlijke afspraken nodig zijn om tot doorbraken te komen:

  • Het verbinden van wind op zee met industriële vraagontwikkeling, opslag en datacenters, met afspraken over elektrificatie, opslag, afname, de ontwikkeling van vraag naar duurzaam geproduceerde producten en de planning van infrastructuur, zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten.
  • Een toekomstbestendige en uitlegbare energierekening, met afspraken over het beperken en verdelen van systeemkosten en betaalbare verduurzaming voor huishoudens en bedrijven.
  • Het op gang brengen en opschalen van ketens voor waterstof, groen gas, en CCS, met samenhangende afspraken over productie en afname, infrastructuur en financiering.
  • Een Warmtedeal om collectieve warmte van ambitie naar uitvoering te brengen, met afspraken over financiering, uitvoering en opschaling van warmteprojecten.

PwC Strategy&, FIEN26 – Financiële Impact van het Energiebeleid voor Netbeheerders 2026, 27 maart 2026