Waterstof

Waterstof

Waterstof brengt duurzame energie naar plekken waar elektriciteit alleen niet genoeg is. Groene waterstof wordt gemaakt met duurzame stroom uit zon en wind. Daarmee kan zij fossiele brandstoffen en grondstoffen vervangen in de industrie, zwaar transport en andere toepassingen die moeilijk rechtstreeks te elektrificeren zijn. Waterstof is geen oplossing voor alles. Juist daarom is zij zo belangrijk waar andere duurzame oplossingen tekortschieten.

Van groene stroom naar waterstof

Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Met een elektrolyser wordt water met elektriciteit gesplitst in waterstof en zuurstof. Komt die elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, dan ontstaat groene waterstof.

Dat verschil is groot. De Nederlandse industrie gebruikt nu ongeveer 180 petajoule waterstof per jaar. Die waterstof wordt nog grotendeels uit fossiele brandstoffen gemaakt. Daarbij komt jaarlijks ongeveer 13 megaton CO₂ vrij. Groene waterstof kan die uitstoot sterk terugdringen.

Vooral waar stroom niet genoeg is

Elektriciteit rechtstreeks gebruiken is meestal efficiënter dan er eerst waterstof van maken. Maar niet alles kan eenvoudig aan de stekker. In de chemische industrie is waterstof bijvoorbeeld nodig als grondstof. Ook processen met zeer hoge temperaturen zijn niet altijd makkelijk te elektrificeren.

Daar ligt de kracht van groene waterstof. Niet woningen verwarmen of personenauto's aandrijven als elektriciteit daar beter werkt, maar fossiele energie vervangen waar weinig andere duurzame opties zijn.

Ook in zwaar transport, scheepvaart en luchtvaart kunnen waterstof en brandstoffen die ervan worden gemaakt een rol spelen. Zo kan duurzame elektriciteit ook sectoren bereiken die niet rechtstreeks elektrisch kunnen worden.

Energie bewaren voor later

Zon en wind produceren veel duurzame elektriciteit, maar niet altijd op het moment dat die nodig is. Waterstof kan helpen om grote hoeveelheden energie voor langere tijd op te slaan.

Bij veel aanbod van duurzame stroom kan elektriciteit worden omgezet in waterstof. Die waterstof kan worden opgeslagen en later worden gebruikt als grondstof, brandstof of opnieuw als energiebron. Zo vormt waterstof een brug tussen momenten met veel duurzame productie en momenten waarop de energievraag groter is.

Een nieuw netwerk op de fundamenten van het oude

Waterstof moet niet alleen worden geproduceerd, maar ook bij fabrieken, havens en opslaglocaties terechtkomen. Nederland bouwt daarom aan een landelijk waterstofnetwerk van ongeveer 1.200 kilometer. Bijzonder is dat naar verwachting zo'n 85 procent daarvan uit bestaande aardgasleidingen kan bestaan. Oude infrastructuur krijgt zo een nieuwe functie in een duurzaam energiesysteem.

De eerste stap is al gezet. Sinds mei 2026 ligt tussen de Maasvlakte en Pernis de eerste 32 kilometer van het landelijke netwerk. Vanuit Rotterdam wordt het netwerk verder uitgebreid naar grote industriële regio's, opslaglocaties en verbindingen met Duitsland en België.

Waterstof waar het verschil maakt

Groene waterstof maakt van duurzame elektriciteit een grondstof, brandstof en vorm van energieopslag. Daarmee kan zij verduurzaming mogelijk maken op plekken waar directe elektrificatie moeilijk is.

De kracht van waterstof zit niet in zoveel mogelijk toepassingen. De kracht zit in de juiste toepassingen. In de industrie. Voor langdurige energieopslag. En waar fossiele brandstoffen niet eenvoudig door elektriciteit kunnen worden vervangen.

Zo kan groene waterstof uitgroeien tot een stevige bouwsteen van een schoon, betrouwbaar en minder fossiel energiesysteem.

Veelgestelde vragen