PBL maakt nieuwe inschatting van duurzame warmte-alternatieven per buurt

8 oktober 2026

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een update gemaakt van haar zogenaamde Startanalyse voor Aardgasvrije buurten 2026. Daarin wordt per buurt inzichtelijk gemaakt welke duurzame alternatief voor aardgas maatschappelijk gezien de laagste kosten heeft. Gemeenten kunnen dit gebruiken bij het opstellen van hun warmteprogramma’s, waarin de keuze voor technieken wordt gemaakt.  

Ten opzichte van de som van vorige jaar denk het PBL nu dat warmtepompen in 2050 voor zo’n 65 procent van de huishoudens de meest logische optie. Het planbureau voorziet dat tegen die tijd de rest van de huishouden op een warmtenet is aangesloten: zo’n 26 procent op hoge- of middentemperatuur, zo’n 8 procent op een lager temperatuur warmtenet. Anders dan in vorige versies van deze startanalyse voorziet het PBL in het eindbeeld geen rol voor groen gas in de gebouwde omgeving.

NVDE voorzitter Olof van der Gaag zegt daarover: “Je kunt meer of minder optimistisch zijn over de totale hoeveelheid beschikbaar groen gas die over een kwart eeuw beschikbaar is. Dat is nog ver weg, dus het helpt sowieso als we er flink werk gaan maken van de productie. Hoe dan ook zullen we in de komende jaren in vele huizen nog gas nodig hebben. Het PBL benadrukt zelf ook terecht het belang van hybride warmtepompen, in de periode richting 2050. Het is dus belangrijk dat dat gas steeds groener wordt. De bijmengverplichting gaat daarbij helpen, hopelijk stemt ook de Senaat snel in met de wet die dat regelt, nu de Tweede Kamer deze week akkoord ging”.

Het PBL plaats een kanttekening bij haar analyse, namelijk dat deze gaat over ene klimaatneutrale warmtevoorziening, waarbij geen rekening wordt gehouden met een hogere koudevraag door stijgende temperaturen. Van der Gaag: “In de wetenschap dat het steeds heter wordt, moet je bij je keuzes wel rekening gaan houden met koeling”.


Misschien ook interessant