Joulz, Fudura en Kenter Groendus: ‘In Nederland hebben we alles om netcongestie op te lossen’

4 juni 2026

De energietransitie vraagt niet alleen om meer kabels en transformatoren, maar volgens Bram Tijdhof (Joulz), Boris Naar (Fudura) en Annemarie Schouten (Kenter Groendus) draait de volgende fase vooral om slimmer samenwerken, lokaal energiegebruik en het beter benutten van het bestaande net. Deze drie grote Local Service Providers (LSP’s) werken dagelijks met energie-grootverbruikers die vastlopen door netcongestie en helpen hen met oplossingen achter de meter: van meetdata en batterijen tot lokale energiesystemen en flexibiliteit. Joulz, Fudura en Kenter Groendus kennen zowel de marktpartijen als de netbeheerders van binnenuit. Ze hebben een unieke positie om wat smeerolie toe te voegen aan de noodzakelijke samenwerking tussen netbeheerders, overheid en marktpartijen. De NVDE sprak deze drie grote energie-infrabedrijven, die met een knipoog samen de makkelijk in het geheugen liggende afkorting JFK dragen. Annemarie Schouten: “Het vinden van oplossingen voor netcongestie is nog urgenter door de geopolitieke spanningen. Bedrijven bellen ons nu omdat ze niet meer afhankelijk willen zijn van de dieselprijs.”

Wat fascineert jullie persoonlijk aan de energietransitie?
Annemarie Schouten, Director Renewables, Business Development en Innovation bij Kenter Groendus: “Veertien jaar geleden las ik een artikel over slimme elektriciteitsnetten. Daarin stond dat die nodig zijn als we meer wind- en zonne-energie willen gebruiken. Dat onderwerp raakte me zo, dat ik er mijn masterscriptie over schreef. Het onderwerp is economisch en technisch complex. Tegelijk raakt het ook mensen en werken we aan een betere wereld. Alles komt hierin samen. Toen wist ik al dat ik de energiesector in wilde.”

Boris Naar, Strategie directeur bij Fudura: “Energie is altijd de drijvende kracht geweest achter innovatie en vooruitgang. Dat zie je al tweehonderd jaar lang terug. Wat het nu extra interessant maakt, is dat energie niet langer een onderwerp op de achtergrond is. Het staat nu centraal. Bestuurders bespreken het aan de bestuurstafel.”

Bram Tijdhof, Director Public, Regulatory & Strategic Affairs bij Joulz: “De energietransitie is een ongelooflijk belangrijke en complexe uitdaging. De gevolgen raken iedereen. Er zijn weinig onderwerpen in Nederland die zo relevant zijn. Juist daarom is het waardevol om daar een rol in te spelen.”

Veel mensen kennen netbeheerders, leveranciers en installateurs. Maar waar positioneren jullie je bedrijf in dat speelveld?
Bram Tijdhof: “Wij hebben een unieke positie. Aan de ene kant helpen we grootverbruikers met hun vermogensvraagstukken. Aan de andere kant spreken we de taal van de netbeheerders. We komen voort uit de netbeheerderswereld. Onze bedrijven kwamen en komen over de vloer bij vrijwel alle bedrijven en instellingen die grootverbruiker zijn van energie. We kennen het elektriciteitsnet door en door. Vooral op middenspanningsniveau hebben we veel ervaring. Daardoor kunnen we lokaal maatwerk leveren. Wij lossen lokale vermogensvraagstukken op van grootverbruikers met kritieke energieinfrastructuur.”

Wat doen jullie dat anderen niet doen?
Boris Naar: “Wij verbinden de wereld van netbeheerders met die van bedrijven. Niet veel partijen combineren die kennis. Daarnaast hebben wij veel technische mensen in dienst die met laag-, midden- en hoogspanning werken. Zij installeren, beheren en onderhouden installaties. Dat zie je weinig partijen op deze schaal doen: we bedienen meer dan tachtig procent van zakelijk Nederland. We leveren bovendien een brede combinatie van oplossingen. Denk aan diverse kritieke én slimme energie-infrastructuren: van meters, tot netaansluitingen, en decentrale energie oplossingen zoals batterijen, zonnepanelen, laadoplossingen, en generatoren, ondersteund door digitale inzichten en aansturing. Die oplossingen integreren we lokaal om congestieproblemen op te lossen. Zo staan we dag in dag uit naast bedrijven om hen vooruit te helpen. Om energie een strategische kracht te laten zijn.”

Waarom zijn jullie verzelfstandigd en losgekomen van netbeheerders, tussen 2019 en 2024?
Boris Naar: “Voor een netbeheerder gelden wettelijke beperkingen. Productieactiviteiten zoals zonnepanelen en batterijen vallen daar bijvoorbeeld onder. Daarnaast werkt een netbeheerder anders dan een commerciële organisatie. Het cultuurverschil wringt als beide onder één dak zitten. Door zelfstandig verder te gaan, konden alle drie de voormalige meetbedrijven zich beter ontwikkelen én diversifiëren om klanten te ondersteunen in hun geïntegreerde kritieke energiebehoeften.”

Hoe zou je jullie cultuur nu omschrijven?

Annemarie Schouten: “We spreken nog steeds de taal van de netbeheerders. We begrijpen hun cultuur goed. Dat is juist een belangrijk onderdeel van onze kracht. Na de splitsing zijn we ondernemender geworden. Dat hoort ook bij een zelfstandig bedrijf. Tegelijk willen we de mooie elementen uit de oude cultuur behouden. Met de fusie van Kenter en Groendus vorig jaar bouwen we bewust aan een eigen, gezamenlijke cultuur.”

Boris Naar: “Onze cultuur heeft een positieve boost gekregen. Met behoud van onze vertrouwde kwaliteit en techniek veranderen we wat nodig is om nóg beter aan te sluiten bij onze klanten. Zo zijn we veel ondernemender geworden en staat de klant op één in onze aanpak. Hierdoor spreken we zowel de taal van de netbeheerder als die van zakelijk Nederland.”

Waarom zijn meetdata en inzicht in energieverbruik zo cruciaal geworden?
Boris Naar: “Meetdata zijn één van de belangrijkste schakels geworden in het energiesysteem. Netbeheerders zien vaak alleen het totaalverbruik van een onderstation. Wij zien juist de data van individuele klanten. Daardoor begrijpen we veel beter waar pieken ontstaan en welke oplossingen mogelijk zijn. Het ene bedrijf piekt in de winter en het andere in de zomer. Sommige bedrijven hebben een stabiel profiel en andere juist een heel grillig profiel. Juist die lokale verschillen maken het mogelijk om congestie slimmer op te lossen.”

Jullie zitten dus ‘achter de meter’. Wat zien jullie daar gebeuren dat buitenstaanders vaak niet zien?
Annemarie Schouten: “Wij zitten dicht op de klant. Daardoor zien we precies wat een bedrijf nodig heeft. In combinatie met onze ondernemende manier van werken kunnen we maatwerkoplossingen ontwikkelen of juist schaalbare oplossingen ontwikkelen die we breder kunnen toepassen.”

Bram Tijdhof: “En wat we dan concreet zien is dat de transitie het energieprofiel verandert van bedrijven. Ze gebruiken warmtepompen, zonnepanelen en andere oplossingen. Daardoor veranderen hun verbruikspatronen sterk. Niet alleen de hoeveelheid stroom verandert, maar ook de momenten waarop bedrijven stroom gebruiken. Vroeger was het gebruiksprofiel altijd een kameel: twee bulten per dag. Nu is het veel diverser.”

Hoe ziet het Nederlandse energiesysteem er over tien jaar uit?
Bram Tijdhof: “Het energiesysteem wordt lokaler en meer realtime gestuurd. Er komt veel meer lokale opwek en lokaal gebruik van energie. Vroeger kwam energie vooral uit grote centrales. Nu verschuift dat naar lokale opwek en lokaal energiegebruik. Dat moet realtime gestuurd en gebalanceerd worden. Die ontwikkeling levert meer flexibiliteit op. Die flexibiliteit is nodig om congestie op te lossen en blijft ook in de toekomst belangrijk. Flex is here to stay.”

Annemarie Schouten: “Het vinden van oplossingen voor netcongestie is hoogst urgent en is nu nog urgenter geworden door onder andere de situatie in Iran, bijvoorbeeld in de transportsector. Bedrijven bellen ons vaker omdat hun bedrijfskritische processen zo afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de dieselprijs, die afhankelijkheid willen ze verminderen. We zagen dit eerder bij Oekraïne en zien het nu opnieuw. Het energiesysteem gaat radicaal veranderen, alleen weten we nog niet precies hoe dat eruitziet. Daarom moeten we bouwen, testen en pilots draaien. Alleen zo ontdekken we wat schaalbaar werkt. Lokale oplossingen worden belangrijker, maar grote wind- en zonneparken blijven ook nodig. Uiteindelijk draait het om het samenspel.”

Boris Naar: “Er zijn drie manieren om congestie aan te pakken. Meer kabels en stations bouwen. Het net beter benutten. Of zorgen dat stroom lokaal wordt gebruikt en het net niet op gaat. Fudura heeft 25.000 klanten en daarmee ongeveer een derde van zakelijk Nederland. Gemiddeld verbruiken zij minder dan twintig procent van hun aansluiting. Daar zit dus enorm veel potentie die we nu en in de toekomst beter kunnen benutten.”

Welke emoties zien jullie bij ondernemers die vastlopen door netcongestie?
Boris Naar: “Frustratie. Ze kunnen niet uitbreiden of krijgen geen duidelijkheid. Sommige bedrijven horen jarenlang dat uitbreiding mogelijk wordt, maar uiteindelijk gebeurt dat niet. Ook voelen veel ondernemers zich geen serieuze gesprekspartner van de netbeheerder. Hierbij kunnen partijen als Fudura, Joulz en Kenter Groendus juist helpen om de ban te doorbreken met wat wél kan.”

Bram Tijdhof: “Tegelijk zijn ondernemers heel veerkrachtig. Zodra ze merken dat er oplossingen zijn en dat wij kunnen helpen, ontstaat er weer perspectief.”

Annemarie Schouten: “Voor veel bedrijven was energie altijd een commodity. Daar hoefden ze nauwelijks over na te denken. Nu moeten ze dat ineens wel. Veel bedrijven vragen ons daarom: hoe lossen we dit op?”

Welke innovaties gaan sneller doorbreken dan mensen verwachten?
Bram Tijdhof: “Bedrijven gaan sneller samenwerken om energie gezamenlijk te gebruiken dan veel mensen denken. Dat komt door noodzaak, maar ook doordat het efficiënter en sneller kan zijn om uit te breiden of überhaupt energie te krijgen.”

Boris Naar: “Geïntegreerde lokale oplossingen ontwikkelen zich razendsnel. Vroeger stonden batterijen, laadpalen, generatoren en transformatoren los van elkaar. Nu moeten al die systemen samenwerken en data uitwisselen om het net slimmer te benutten. Hiervoor zien we ook dat het steeds belangrijker wordt voor bedrijven om al hun kritieke energie infrastructuur bij één partij te beleggen zodat alles naadloos op elkaar aansluit.”

Waar zit volgens jullie de grootste onbenutte flexibiliteit?
Annemarie Schouten: “De grootste potentie zit bij gedrag en verbruik. Alleen is dat ook meteen het moeilijkste onderdeel.”

Boris Naar: “Bedrijven die urgentie voelen, komen wel in beweging, bijvoorbeeld als ze niet meer kunnen uitbreiden door beperkt gecontracteerd vermogen. Maar veel bedrijven voelen die noodzaak nog niet. Tegelijkertijd was energie tot voor kort voor veel bedrijven niet een belangrijk onderwerp: het was er toch wel en qua kosten ook te overzien. Daarom ontbreekt vaak nog de kennis hoe de kansen rondom flexibiliteit te waarderen én ontsluiten. Daarvoor helpt het om je hierbij te laten begeleiden door betrouwbare partijen die het volledige landschap overzien.”

Bram Tijdhof: “Wat netbeheerders flexibiliteitscontracten noemen, voelt voor ondernemers vaak juist als inflexibiliteit. Dat vinden ze cynisch. Bedrijven moeten soms stroom inleveren op momenten waarop ze die het hardst nodig hebben. Dat maakt investeringen onzeker.”

Zijn jullie concurrenten van elkaar?
Bram Tijdhof: “We werken inmiddels allemaal landelijk en concurreren daarom in het hele land.”

Boris Naar: “Tegelijkertijd is de opgave enorm en is er genoeg werk voor iedereen”

Annemarie Schouten: “Om congestie tegen te gaan en de energietransitie te laten slagen, is samenwerking cruciaal. Wij zoeken samenwerking met elkaar, met netbeheerders en met andere marktpartijen. Alleen zo krijgen we Nederland van het slot.”

Bram Tijdhof: “We trekken ook samen op richting Den Haag. Wij brengen praktijkervaring mee van klanten die dagelijks met deze problemen worstelen. Dat perspectief is waardevol.”

Wat zouden jullie Den Haag willen laten begrijpen over de praktijk?
Annemarie Schouten: “Netcongestie is niet alleen een technisch probleem. Het gaat ook over samenwerking, regelgeving, gedrag en besluitvorming. Daarom is leiderschap nodig. We moeten minder praten en meer doen.”

Bram Tijdhof: “Veel meer is mogelijk dan nu vaak wordt gedacht. Natuurlijk zijn extra kabels op sommige plekken noodzakelijk. Op veel locaties zijn er ook alternatieve oplossingen. Dat geluid krijgt nog te weinig aandacht.”

Boris Naar: “Als we blijven werken zoals vroeger, blijven we dezelfde problemen houden. Daarom moeten marktpartijen, netbeheerders en overheid samenwerken om huidige impasses te doorbreken en waar nodig ook fundamenteel andere keuzes maken.”

Welke boodschappen vanuit de NVDE vinden jullie goed?
Annemarie Schouten: “De NVDE laat al jaren zien dat het wél kan. Die positieve boodschap is sterk. Tegelijk benoemt de NVDE ook duidelijk wat er moet gebeuren. Die combinatie werkt goed.”

Bram Tijdhof: “De focus op duurzame en lokaal opgewekte energie vind ik sterk. Net als de positieve toon.”

Boris Naar: “Een constructief geluid werkt goed. Tegelijk kunnen we als brede groep de benodigde scherpe keuzes en verantwoordelijkheden duidelijker benoemen: hoe krijgen we Nederland van het slot, want het kan wél.”

Waar willen jullie meer aandacht voor bij de NVDE en in Den Haag?
Annemarie Schouten: “We lossen dit alleen op door samen te werken. Netbeheerders en marktpartijen moeten samen oplossingen ontwikkelen, testen en opschalen. Die boodschap mag veel vaker klinken.”

Boris Naar: “Netbeheerders vinden samenwerken met commerciële partijen soms spannend. Regels voor privacyregels en non-discriminatie spelen daarin mee. Daarom moeten leiders van netbeheerders, overheid en marktpartijen samen kijken hoe het wél kan en wellicht oude barrières ook ter discussie durven te trekken om huidige impasses te doorbreken.”

Bram Tijdhof: “Den Haag moet niet alleen zeggen dat lokale oplossingen essentieel zijn in het energiesysteem van de toekomst, maar moet het ook dóen. Lokale oplossingen helpen direct en drie keer: de BV-Nederland uit de kramp halen, het net ontlasten en CO2 reduceren.”

Waar krijgen jullie hoop van?
Annemarie Schouten: “In Nederland hebben we alles om dit op te lossen. We hebben technologie, slimme bedrijven en innovatieve ondernemers. Ik zie ondernemers voortdurend nieuwe businessmodellen ontwikkelen. Zo heb ik als bestuurslid van Holland Solar in de zonnesector gezien dat bedrijven zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden en nieuwe oplossingen ontwikkelen. Dat ondernemerschap vind ik ontzettend inspirerend. Veel mensen willen vooruit. Nu moeten we nog samenkomen.”

Bram Tijdhof: “Het gevoel van urgentie groeit. Klanten, lokale overheden en projectontwikkelaars zoeken actief naar oplossingen. En ook de minister heeft afgelopen maand expliciet in de Kamerbrief aangegeven dat lokale oplossingen prioriteit moeten krijgen. Dat geeft hoop.”

Boris Naar: “De veerkracht van ondernemers geeft mij veel hoop. Ondernemers staan open voor nieuwe oplossingen en zien steeds nieuwe kansen.”


Misschien ook interessant