Felix Klos (Kamerlid D66): “Als het kabinet een crisiswet aankondigt, mag daar ook wel crisistempo bij”

20 oktober 2026

Felix Klos wil vaart maken. Het D66-Kamerlid, dat klimaat en energie én Europese zaken in zijn portefeuille heeft, dringt aan op snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet en betaalbare verduurzaming. “Er ligt een geweldige toekomst voor ons, met fijnere, comfortabelere huizen en een lagere rekening. Laten we de mensen die dat het meest nodig hebben als eerste naar die toekomst brengen.” Bijna een jaar na zijn komst in de Tweede Kamer vertelt hij over energiecoöperaties in Vermont, de ‘gouden driehoek’ voor de industrie en zijn pleidooi voor een bouwturbo. Sinds hij vader is, voelt zijn politieke opdracht persoonlijker. Ook ondernemers wil hij de ruimte geven: “Vanuit de maatschappij en vanuit ondernemers wordt de wereld die we willen nu al gebouwd.”

U zit bijna een jaar in de Tweede Kamer. Waar bent u het meest trots op?

“Na het uitbreken van de oorlog in Iran kwam al snel de vraag op: gaan we voor iedereen de brandstof goedkoper maken? Binnen de coalitie hebben we afgesproken dat we de mensen die het het meest nodig hebben gericht gaan helpen en de groene keuze goedkoper en haalbaarder maken. Daar ben ik echt trots op. Daarnaast hebben we het isolatieoffensief meer body gegeven door energiefixers het budget te geven om huizen te verduurzamen. Daarmee worden 300.000 kwetsbare huishoudens geholpen. Tegelijkertijd wordt een elektrische auto aantrekkelijker voor mensen met een kleine portemonnee.

Juist mensen met een kleine portemonnee moeten de voordelen zien van de nieuwe wereld die we bouwen. Dat we voor zo’n grote groep een concreet verschil gaan maken, is waarom ik in de politiek zit.”

U voerde campagne in Amerika en schreef jarenlang speeches. Wat leerde u daar over mensen meekrijgen in een verandering die rationeel logisch lijkt, maar emotioneel weerstand oproept?

“Ik begon als stagiair bij Bernie Sanders. Een van de eerste projecten die ik voor hem mocht doen was een speech over energiecoöperaties in Vermont. Dat was mijn eerste aanraking met energiepolitiek. Een paar weken geleden was ik bij een energiecoöperatie in Bussum die mensen helpt hun energierekening te verlagen. Ik denk dat we in Nederland de kracht van de maatschappij onderschatten.

Mensen hebben óók emotionele weerstand tegen afhankelijkheid van sjeiks en ondemocratische leiders die onze energievoorziening regelen. En mensen houden van de natuur waarin ze zijn opgegroeid, van de bomen die hun lucht geven. Als die in gevaar komen, is dat een emotionele strijd. De politiek moet ook die emotie aanboren.”

Voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving ontbreekt financiering na 2030. Tegelijkertijd moet het kabinet een begrotingsgat dichten. Hoe zorgt u dat er toch extra klimaatbeleid komt?

“Als we de klimaatdoelen willen halen en willen dat mensen daar met een lagere rekening baat bij hebben, lijkt het mij heel logisch om die subsidies door te trekken. Dat hebben we met de SDE++ al gedaan. Over de financiële ruimte mogen de rekenmeesters binnen coalitie en kabinet zich buigen. Maar we hebben politieke afspraken gemaakt: we zetten alles op alles om de klimaatdoelen te halen. Daarvoor is Europees én nationaal beleid nodig.”

Als er weinig budget is, moet het kabinet dan meer gaan verplichten of vervuiling beprijzen?

“Ik ben er trots op dat het kabinet weer heeft aangekondigd dat de warmtepomp straks de norm wordt bij vervanging van de cv-ketel. Een ander voorbeeld is het uitfaseren van slechte energielabels voor huurwoningen. Huurders kunnen dat zelf niet oplossen. De corporatie van wie zij huren, moet straks zorgen dat hun woning niet meer een van de allerslechtste labels heeft. Daar zit een kern van rechtvaardigheid in die veel meer mensen optimistisch stemt over wat we als samenleving kunnen.”

D66 zit al jaren aan de knoppen van het klimaatbeleid. Hoe reflecteert u op de rol van de partij?

“We hebben de eerste klimaatminister geleverd, die voor het eerst de klimaatdoelen binnen bereik bracht. Nederland werd toen wereldkampioen zonnepanelen en Europees kampioen laadpalen. Geen gepraat, maar resultaat voor het klimaat. Daarom zit ik ook bij mijn partij. Als ik ook kritisch mag zijn: veel subsidies voor verduurzaming zijn in eerste instantie terechtgekomen bij mensen die het misschien ook zelf hadden kunnen betalen. We gaan nu naar een nieuwe fase. Er ligt een geweldige toekomst voor ons, met fijnere, comfortabelere huizen en een lagere rekening. Laten we de mensen die dat het meest nodig hebben als eerste naar die toekomst brengen.”

Wat moet de energiesector zelf beter doen en wat gaat er goed?

“Hoe meer de sector, waaronder de NVDE, inzichtelijk maakt wat wij als politiek kunnen doen om het leven van mensen beter te maken, hoe meer ik daaraan heb. Het klinkt misschien simpel, maar zo is het wel.

Er is een tijd geweest in de Nederlandse politiek waarin bedrijven een soort van verdacht waren. Alsof ze vooral dingen wilden omzeilen en niet bezig waren met het goede in de wereld. Dat geloof ik echt niet. Vanuit de maatschappij en vanuit ondernemers wordt de wereld die we willen nu al gebouwd. Ik hoop dat bedrijven voelen dat de opdracht voor de politiek is om hen daartoe in staat te stellen. De politiek moet de snelweg bouwen waarop mensen al aan het rijden zijn.”

Het kabinet heeft maatregelen voor een Crisiswet Netcongestie aangekondigd. Is dat genoeg?

“De brief laat een duidelijk pad zien om de wet zo aan te passen dat we het elektriciteitsnet veel sneller kunnen uitbreiden. Mijn zorg zit in het tempo. Dit is een nationale crisis: woningbouw, verduurzaming en economische groei hangen ermee samen. Als het kabinet een crisiswet aankondigt, mag daar ook wel crisistempo bij. Volgens mij is het ook een kwestie van prioriteren. De capaciteit op het ministerie is eindig. Daarom vraag ik de staatssecretaris letterlijk om zijn mensen hier nu aan te laten werken.”

U pleit voor een ‘bouwturbo’: een vergunning die automatisch wordt verleend als de overheid niet tijdig reageert. Hoe zou dat werken, en wat vraagt dat van overheden?

“Bij een vergunningaanvraag voor een belangrijk energie-infrastructuurproject moet de bevoegde instantie binnen drie maanden antwoord geven. Nu maken gemeenten, provincies en het Rijk soms eerst lang ruzie over wie er überhaupt over gaat. Ik wil een stok achter de deur: als er binnen drie maanden geen reactie komt, wordt er gebouwd. Niet omdat dat vervolgens altijd zo moet gaan, maar om ervoor te zorgen dat die vergunning op tijd wordt beoordeeld. We praten tien jaar en bouwen twee jaar. Dat kan toch niet?”

U heeft ook Europese Zaken in uw portefeuille. Waar liggen de belangrijkste kansen voor de energietransitie?

“Een concreet voorbeeld: het Europese emissiehandelssysteem, het ETS. Dat is de belangrijkste pijler van het Europese klimaatbeleid. De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan dat het beleid verzwakt. Daar ben ik tegen, en gelukkig de minister ook. Om het in goed Nederlands te zeggen: don’t mess with the ETS.

Daarnaast moeten we onze industrie beschermen tegen concurrentie van buiten Europa. Daarvoor is de CO₂-heffing aan de grens, CBAM, nodig. En om de gouden driehoek af te maken: vraagcreatie, zodat die groene producten ook worden afgenomen. Dat laatste krijgt voet aan de grond, maar van mij mag het veel ambitieuzer. Laten we vanaf hier verder bouwen en ook de stappen vieren.”

Een deel van de dalende industriële uitstoot komt doordat bedrijven vertrekken. Hoe voorkomt u dat verduurzaming vooral verplaatsing wordt?

“Dat vind ik een probleem. Als Europa in de wereld zoals die er nu uitziet nog iets te zeggen wil hebben over zijn eigen toekomst, moeten we zelf dingen kunnen maken. Nederland is een rijk land, met een geschiedenis van welvaart opbouwen door innovatie. Waarom zou onze bijdrage aan het oplossen van klimaatverandering niet zijn dat we hier de doorbraaktechnologie bouwen waarmee de industrie wereldwijd kan vergroenen? Dat levert ons economisch voordeel op en we doen er iets goeds mee voor de wereld.”

U bent vorig jaar vader geworden. Kijkt u daardoor anders naar het klimaatprobleem?

“Zeker. Het is een stuk persoonlijker geworden. Ik vond het klimaatprobleem vroeger al belangrijk, maar nu heb ik zelf de verantwoordelijkheid om er iets aan te doen. Ik krijg de kans om dit werk te doen en moet daar ook iets van maken. Als ik thuiskom of ’s ochtends wakker word, heb ik door het vaderschap meteen de herinnering waarvoor ik het doe. Dat weegt soms best zwaar. Ik probeer er niet iedere dag aan te denken, want dan kan ik dit werk niet doen. Maar als het zo wordt gevraagd, komt het wel even binnen.”


Misschien ook interessant