‘Er is nu eindelijk ruimte om te kijken wat we allemaal willen met warmte’

Het belang van duurzame warmte bij de energietransitie wordt steeds meer erkend. Namens de NVDE diende Gijs de Man, directeur Stadsverwarming Purmerend én NVDE-bestuurslid, onlangs onze zienswijze in voor de nieuwe Warmtewet. Verder is het zijn persoonlijke missie om warmtevoorziening in de gebouwde omgeving in ons land te verduurzamen. ‘Warmte is iets ingewikkelds, maar heeft mooie opbrengsten.’

 Hoe lang hou je je al bezig met duurzame warmte?
“Ik werk nu 2,5 jaar als directeur bij Stadsverwarming Purmerend. Daarvoor werkte ik bij Essent en daar was ik ook al verantwoordelijk voor de warmteactiviteiten van het bedrijf. Nadat Essent haar warmte-activiteiten verkocht aan PGGM en Veolia (het huidige Ennatuurlijk) wilde ik na vijftien jaar echter wat anders. Ik heb toen bewust gekozen voor het publieke warmtebedrijf in Purmerend. Daarnaast ben ik ook voorzitter van de stichting Warmtenetwerk. Als Stichting gaan wij verder dan de traditionele branchevereniging. Bij ons zijn namelijk niet alleen de warmtebedrijven aangesloten, maar ook gemeenten, onderzoeksinstituten, aannemers, installateurs, adviseurs, woningcorporaties en provincies. Een heel breed scala dus. We zijn dan ook meer een ketenvereniging.”

Wat is daarvan het voordeel?
“Het maakt je uitgangspositie een stuk sterker, je stem een stuk rijker. Er spelen namelijk altijd meerdere belangen en je bent niet puur gericht vanuit één belang. Je hebt daarom een bredere mening. Dat is precies wat ik ook goed vind aan de NVDE. Daar is ook deze nieuwe manier van sectorvertegenwoordiging te zien. Je voegt zo echt wat toe aan de traditionele brancheverenigingen. Omdat de NVDE nadrukkelijk duurzame warmte omarmt als een van de belangrijke dragers van de energietransitie zijn zowel Warmtenetwerk als de Stadsverwarming Purmerend lid.”

Je bent voorvechter om de gebouwde omgeving van het gas af te krijgen. Hoe gaat dat in Purmerend?
“We hebben in Purmerend de bijzondere situatie dat 75% van de huishoudens op stadswarmte zit. Dat vind je nergens anders. We kunnen ons dan ook met recht warmtehoofdstad van Nederland noemen. Ook bijzonder is dat we een publiek warmtebedrijf zijn, in tegenstelling tot alle anderen. Stadsverwarming Purmerend is 100% eigendom van de gemeente. Sinds twee jaar halen we bijna 80 % van onze biowarmte uit houtresten van Staatsbosbeheer. We verstoken jaarlijkse 100.000 ton aan houtsnippers. Onze warmte komt dus uit een duurzame bron.”

Is Staatsbosbeheer als bron genoeg om al die huizen in Purmerend te voorzien van warmte?
“Ja, de natuur blijft groeien en bloeien. Het grootste deel van het hout van Staatsbosbeheer gaat naar de hout- en papierindustrie, maar de toppen en takken komen terecht bij onze BioWarmteCentrale. Een mooi voorbeeld hoe je op duurzame wijze een stad kunt verwarmen.”

Je hebt ook recent een inbreng opgesteld voor de uitfasering van aardgas uit de gebouwde omgeving? Kun je daar wat meer over vertellen?
“In het Energierapport en de Warmtevisie staat aangegeven dat verduurzaming van de warmtevraag in de gebouwde omgeving voorrang heeft. Daarbij is er een Warmtetafel opgericht, waar stakeholders zoals woningcorporaties, gemeenten, Gasunie, energiebedrijven samen met ministers Kamp en Blok en staatssecretaris Dijksma onderzoeken wat nodig is om de rol van aardgas in de gebouwde omgeving uit te faseren. Kamp heeft in het Energierapport 2045 als doel gesteld. In onze inbreng stellen we dat deze datum te weinig urgentie geeft om nu in volle vaart met deze transitie te beginnen en vragen we de minister of er niet een vroegere datum als doel kan worden gesteld. Samen met de NVDE, de grote gemeenten, Energie Nederland, Woonbond, netwerkbedrijven, en een aantal provincies en woningcorporaties hebben we 2035 voorgesteld, met als doel om dan de warmtevraag in de gebouwde omgeving grotendeels verduurzaamd te hebben. Vanuit de sector is dit warm ontvangen De infrastructuur in de gebouwde omgeving staat voor een grootschalige renovatie. Veel gasleidingen moeten bijvoorbeeld worden vervangen. De vraag is ga je dus weer investeren in gas voor de komende veertig jaar? Of maak je nu al de stap naar duurzaam? Daar moeten we nu aan gaan werken, vanuit een gedeelde urgentie”

Naast de Energiedialoog ben je dus ook actief bij de consultatie van de nieuwe Warmtewet. Wat speelt er precies met die wet?
“De NVDE is natuurlijk de versneller van de energietransitie. Vanuit die bril is de zienswijze ingediend. Een van belangrijkste commentaren op het wetsvoorstel is dat er hele goede aanknopingspunten zijn voor ons. Zoals het voorstel om meerdere tariefsoorten toe te staan. De tarieven van warmte die klanten betalen worden momenteel gereguleerd op basis van een vergelijkende berekening met gas, het Niet Meer Dan Anders principe. Wij vinden het een prima idee als klanten kunnen kiezen uit meerdere tariefsoorten. Dat omarmen wij. Wat we ook goed vinden is dat de Warmtewet benadrukt hoe belangrijk warmte is voor de transitie. De vorige wet ging alleen uit van consumentenbescherming, omdat warmtelevering een natuurlijk monopolie is. Deze wet plaatst warmte in een breder kader en is meer een sectorwet. Er is nu ruimte om te kijken wat we allemaal met warmte willen, welke rol het speelt in de energietransitie. Dus meer tarieven, wie gaat wat doen, welke rollen zijn er te verdelen? Er gaat iets anders komen, dat meer is ontstaan vanuit een visie en de rol die warmte speelt in de energietransitie.”

 Wanneer gaat de nieuwe Warmtewet in eigenlijk?
“De minister stuurt het wetsvoorstel eind 2016 naar de Raad van State en daarna naar de Tweede Kamer. Behandeling vindt plaats in 2017, waarna de wet van kracht wordt op 1 januari 2018. Wij ondersteunen de wet dus, maar wijzen er wel op dat er tegelijk wel dingen zijn waar we wél op moeten blijven letten, zoals bijvoorbeeld de voorgestelde aanpak rond de aansluitbijdrage. Als je deze verkeerd interpreteert gaat het niet werken en is vergroting van de rol van warmte niet mogelijk.”

Een ander positief punt in de Warmtewet is de duurzaamheidsrapportage. Hoe bevordert dat de energietransitie precies?
“Ja dat is zeker positief. Met rapportages kun je als warmtenet nadrukkelijk laten zien wat je bijdraagt aan CO2-besparing en duurzaamheid. Deze praktijkresultaten zijn met een warmtenet goed meetbaar. Op jaarbasis kun je laten zien wat voor CO2 je hebt bespaard, vergeleken met alternatieven zoals aardgas. Er zal daarbij een uniforme rekenwijze komen. Zo kun je de belofte die je doet verifieren. Dat geeft duidelijkheid en daarmee draagvlak. En dat mag wat ons betreft best een verplichting worden. Een dergelijke aanpak van prestatiemeting in de praktijk is denk ik ook goed om op andere oplossingen toe te passen. Zo wordt voorkomen dat labresultaten worden gebruikt die anders zijn dan praktijkresultaten, net zoals bij de huidige rel rond emissies van dieselauto’s. Dit beïnvloedt nadrukkelijk het draagvlak van duurzame oplossingen”

Dit is het vierde interview in de serie NVDE-bestuursleden aan het woord. We interviewden eerder Teun Bokhoven, Frans Rooijers en Hans Timmers.