CO2-opvang en duurzame energie behoren in LAT-relatie

Het kabinet wil dat de uitstoot van koolstofdioxide in 2030 is gehalveerd. Dat is een forse uitdaging als je weet dat we met hard werken rond de 20-25% reductie halen in 2020. Vaak ontaardt het gesprek over deze transitie in een of-of-spelletje, waarbij meningsverschillen soms in de weg staan van het gezamenlijke belang. Gaat het om besparen of om duurzaam opwekken? Duurzame elektriciteit of duurzame warmte? Biomassa of geothermie? Energieopslag of waterstof? Kleine stapjes of in één keer een grote omslag? Als de transitie makkelijk was geweest, waren we al veel verder. Net als in het succesvolle Nederlandse vrouwenvoetbal team telt in de energietransitie elke speler. We hebben het hele team nodig, en nog teamgeest ook.

CO2-afvang en opslag (carbon capture and storage, ofwel CCS) maakt onderdeel uit van de oplossing. Het is een techniek die gebruikt kan worden als er (nog) geen andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. In Nederland zijn de voorgestelde demonstratieprojecten voor CCS niet doorgegaan. Des te urgenter is het om nu wel demonstratieprojecten te realiseren. Zo kan de techniek zich bewijzen, kunnen we leren wat wel en niet werkt, en kan er gewerkt worden aan leercurves en kostprijsreductie. En zelfs als het alleen uitstel is van ingrijpender hervormingen, dan geldt nog dat het tijdswinst oplevert, want de klok tikt snel en ons CO2-budget raakt op.

Welk scenario je ook bekijkt, Nederland heeft voorlopig nog een (afnemende) behoefte aan aardgas. Aardgas wordt ingezet op plekken waar (nog) geen duurzamere alternatieven voorhanden zijn, en waar het energiedragers met een hogere CO2-uitstoot kan vervangen. Het minder schone wijkt dan voor het schonere. Gas op maat noemen we dat. En vanuit dit principe werken de gassector en de duurzame energiesector samen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot.

Waar aardgas wordt ingezet, zou de CO2-uitstoot moeten worden afgevangen. CCS draagt zo bij aan schonere toepassingen van aardgas waar (nog) geen alternatieven zijn, of aan het realiseren van negatieve emissies. De Nederlandse gasinfrastructuur kan ook hier een belangrijk rol vervullen.

CCS is een aanvulling op energiebesparing en hernieuwbare energie. Het is geen vervanging voor deze twee. Als het budget voor hernieuwbare energie wordt ingezet voor CCS zonder daar iets tegenover te stellen, krijg je verdringing en rem op de groei. Terwijl juist een versnelling gewenst is. Duurzame energie is zich de laatste jaren sterk aan het ontwikkelen, na jaren van zeer trage groei. We hebben er ruim veertig jaar over gedaan om tot de huidige 6% duurzame energie te komen. In 2023 is dat al gegroeid tot 16,7%. De kosten dalen en de werkgelegenheid in duurzame energiesector stijgt. Subsidievrije windparken zijn al denkbaar. Die ontwikkeling moeten we met kracht voortzetten, of dat nu is met subsidie of met een hogere CO2-prijs. Met stabiel overheidsbeleid kan hernieuwbare energie door blijven groeien.

Wij zetten daarom in op én-én, het liefst vanuit een integrale visie maar wel met aparte financiering. ‘Living apart together’ in het energiebeleid zou je het kunnen noemen. Daarbij is het benodigde beleid wezenlijk anders: de SDE+ regeling is geschikt om letterlijk duizenden projectaanvragen per jaar te verwerken. Voor demonstratieprojecten CCS gaat het om twee à drie projecten waar maatwerk nodig is.

De polarisatie in de discussie over CCS kunnen we oplossen door een aparte regeling met eigen financiering te maken voor CCS. Ongeacht hoeveel CCS we uiteindelijk nodig hebben, de eerste stap is altijd het realiseren van concrete demonstratieprojecten. Laten we ons dan ook inspannen deze snel te realiseren en daar afspraken over te maken. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat het kabinet ongeveer de helft van de beoogde CO2-reductie ‘binnen bereik’ heeft met de maatregelen uit het regeerakkoord. Dat betekent dat extra maatregelen hoe dan ook nodig zijn en het ongewenst is dat de verschillende oplossingen elkaar in de weg zitten.

Minister Wiebes noemde het regeerakkoord een ‘vlaflip’ waarin de bestanddelen van elk van de regeringspartijen goed herkenbaar zijn. Dit oer-Hollandse toetje kan ook een prachtige metafoor zijn voor het nieuwe klimaat- en energieakkoord.

Dit opinieartikel schreven Olof van der Gaag, directeur NVDE, en Arendo Schreurs, directeur communicatie en public affairs Nogepa op 26 december 2017 in het FD.
https://fd.nl/opinie/1233206/co2-afvang-en-opvang-en-duurzame-energie-behoren-in-lat-relatie