SDE++ 2021: Verduurzaming warmte buiten de boot, aanpassingen in 2022 en 2023 nodig

3 december 2021

De SDE++-ronde van 2021 is meer dan twee keer overtekend. Dat laat zien dat de markt veel kansen ziet om CO2 te reduceren en dat is hard nodig. Een flink deel van de technieken heeft kosten onder de 100 euro per ton; dat laat zien dat er veel mogelijk is tegen beperkte kosten. Tegelijkertijd zullen vrijwel alle aanvragen met een structurele bijdrage aan een duurzame energiehuishouding niet aan de beurt komen, op een deel van de zon- en windprojecten na. Dat is een probleem omdat deze technieken nodig zijn om de sectordoelen in het Klimaatakkoord te halen voor industrie, gebouwde omgeving en glastuinbouw. Een ruimer budget en aanpassingen in de SDE-systematiek zijn dus gewenst. Voor 2022 wil de NVDE die zoeken in een verruiming van het budget én in méér projecten binnen dat budget, door de subsidietarieven te baseren op actuelere verwachtingen van de prijs van CO2. Voor 2023 heeft het ministerie een aantal interessante voorstellen gepubliceerd om duurzame warmte en gassen beter mogelijk te maken. Daarover gaan we graag in gesprek.

In een Kamerbrief heeft het ministerie van EZK de aanvragen van de SDE++-ronde van 2021 gepubliceerd. De aanvragen tellen op tot 12 miljard euro, bij een beschikbaar budget van 5 miljard. Dat is in de eerste plaats goed nieuws: heel veel bedrijven staan in de startblokken om CO2-reducerende projecten te realiseren. Niet techniek of investeringsbereidheid in de markt is het knelpunt, dat is het budget. Het is zonde dat meer dan de helft van deze projecten in de wachtkamer zullen worden geplaatst.

Omdat de aanvragen op volgorde van subsidie-intensiteit worden behandeld is te verwachten dat bijna alle technieken voor duurzame warmte (geothermie, aquathermie, bio-energie, zonnewarmte, elektrische boilers, industriële warmtepompen) niet gehonoreerd zullen worden. Juist deze technieken zijn hard nodig om de warmtevoorziening te verduurzamen, in de industrie, warmtenetten en de glastuinbouw. Niet voor niets zijn daarover in het Klimaatakkoord doelen gesteld. Ook voor groen gas is de verwachting dat er geen projecten aan de beurt zullen komen, terwijl ook daar een duidelijke ambitie ligt.

Voor hernieuwbare elektriciteit is het beeld gemengd. Aanvragen voor zonnepanelen op daken maken een goede kans en windprojecten staan er nog redelijk voor, maar voor zonneparken op gronden en water zal waarschijnlijk niet of nauwelijks budget zijn. Dit is zorgelijk omdat ook de groei van schone elektriciteitsproductie nodig is: niet alleen om de doelen van het Klimaatakkoord te halen maar ook om de verwachte groei van de elektriciteitsvraag bij te benen. Deze elektriciteit is onder andere nodig voor mobiliteit en het elektrisch verwarmen van industriële processen en gebouwen.

Het is belangrijk om de aanvragers perspectief te bieden op een succesvolle aanvraag in 2022. Het is goed dat de Kamerbrief bevestigt dat er in 2022 meer budgetruimte zal worden gecreëerd. Daarnaast is het belangrijk om in de SDE te rekenen met een zo actueel mogelijke raming van de CO2-prijs. De voor de SDE van dit jaar gebruikte schatting uit de KEV2020 van 46 euro per ton in 2030 is allang ingehaald door de werkelijkheid: de huidige prijs tikt bijna de 80 euro per ton aan. Bij een hogere CO2-prijs hebben vrijwel alle technieken minder subsidie nodig en kan met hetzelfde budget dus meer CO2-reductie worden gehaald. Datzelfde geldt voor de prijzen van elektriciteit en gas: die zijn op dit moment pakweg drie keer zo hoog als waarmee is gerekend voor de SDE++.

De Kamerbrief geeft ook een uitgebreid voorstel voor meer fundamentele aanpassingen in de SDE++ vanaf 2023, die beter moeten borgen dat duurdere maar ook noodzakelijke technieken voldoende aan bod komen. De NVDE ziet veel aanknopingspunten in deze voorstellen en gaat de komende tijd graag met EZK in gesprek over de keuzes op hoofdlijnen en de nadere uitwerking ervan.


Misschien ook interessant