De energietransitie is mensenwerk

2 juli 2026

Dit is een opiniebijdrage van Kim Putters (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) en Mijntje Lückerath-Rovers (SER-Kroonlid)

Zolang de energietransitie niet voor iedereen bereikbaar is, blijven stijgende energieprijzen de verschillen in de samenleving vergroten. De energietransitie gaat pas versnellen als huishoudens en kleine ondernemers kunnen meedoen.

De afgelopen jaren hebben laten zien hoe afhankelijk we zijn van fossiele energie en hoe kwetsbaar ons dat maakt. Hoge energieprijzen raken huishoudens in hun bestaanszekerheid en zetten kleine ondernemers onder druk.

Er is genoeg urgentie om de energietransitie te versnellen. Toch blijft de verduurzaming van woningen en gebouwen achter. Dat zit ‘m deels in technische uitdagingen en in het overbelaste stroomnet. Maar een belangrijke oorzaak is dat het beleid onvoldoende aansluit bij de dagelijkse werkelijkheid van huishoudens en ondernemers, die tegen allerlei belemmeringen aanlopen.

In het recente SER-advies ‘Energie voor iedereen’ zetten wij de energietransitie neer als een maatschappelijk, sociaal en welzijnsvraagstuk. Een vraagstuk dat niet alleen technische oplossingen vraagt, maar vooral ook aandacht voor de dagelijkse praktijk van huishoudens en kleine ondernemers. Sommigen stellen verduurzamen uit, anderen weten niet waar ze moeten beginnen en er zijn mensen die simpelweg niet kunnen.

De energietransitie vraag allereerst om consistent en voorspelbaar overheidsbeleid. De overheid verwacht van huishoudens en ondernemers dat zij grote investeringen doen, terwijl die overheid zelf het beleid voortdurend verandert. Zo heeft onduidelijkheid rond de salderingsregeling, warmtepompen en elektrische auto’s het draagvlak voor de energietransitie verzwakt. Om goede beslissingen te kunnen nemen, moet je weten wat een investering kost en op welke termijn die zich terugverdient.

Daarnaast zijn er verschillende maatregelen nodig voor verschillende groepen. Maatregelen die stimuleren en ontzorgen, maar waar nodig ook normeren, zodat duidelijk wordt wat er van huishoudens en ondernemers wordt verwacht.

De eerste groep zijn huishoudens en ondernemers die verduurzaming uitstellen, omdat verduurzamen onvermijdelijk ook gedoe betekent. Mensen willen zekerheid voordat zij besluiten nemen die soms tientallen jaren doorwerken. Voor deze groep helpt het om normerend beleid in te zetten. Denk aan een verplichte verbetering van het energielabel bij natuurlijke momenten, zoals de koop, verbouwing of renovatie van een woning of bedrijfspand of als een cv-ketel moet worden vervangen. Voorspelbare normen en stabiel beleid geven mensen zekerheid om te investeren.

De tweede groep zijn huishoudens en ondernemers die niet weten waar ze moeten beginnen. Ze willen wel verduurzamen, maar verdwalen in technische keuzes, subsidies en loketten. Ze zien op tegen het regelwerk en de ingewikkeldheid van de uitvoering. Voor deze groep moet verduurzamen veel eenvoudiger en overzichtelijker worden gemaakt. Betrouwbare informatie, toegankelijke subsidieregelingen, lokale energieloketten en collectieve buurtinitiatieven helpen om drempels te verlagen en voorkomen dat mensen zelf het wiel steeds moeten uitvinden. Een combinatie van stimulerende maatregelen en praktische hulp werkt ontzorgend.

De derde groep zijn huishoudens en ondernemers die niet kunnen verduurzamen, omdat zij een laag inkomen hebben, geen lening kunnen afsluiten of afhankelijk zijn van een verhuurder. Deze groep woont of werkt vaak in slecht geïsoleerde gebouwen met vocht- en tochtproblemen en hoge energiekosten. Zonder hulp van de overheid kunnen zij niet verduurzamen, maar lopen wel het grootste risico op energiearmoede en mogelijk ook gezondheidsproblemen. Tijdelijke noodfondsen bieden verlichting, maar onderliggende problemen kunnen alleen worden opgelost met structurele maatregelen zoals isolatie, energiebesparing en persoonlijke ondersteuning.

De steunmaatregelen die het kabinet-Jetten in het coalitieakkoord (april 2026) heeft aangekondigd, zoals een noodfonds voor kwetsbare huishoudens en subsidies om te verduurzamen, zijn een eerste stap. De komende jaren komt het erop aan om door te zetten met consistent beleid dat aansluit bij de dagelijkse praktijk. Anders dreigt verduurzaming een project te worden van mensen met geld, tijd en kennis.

Verduurzamen geeft mensen grip op hun energierekening, verbetert de leefomgeving, verkleint gezondheidsverschillen, draagt bij aan het verdienvermogen en maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen.

Daarmee draagt de energietransitie direct bij aan brede welvaart: een welvaart waarvan iedereen profiteert. We kunnen de transitie versnellen door niet de techniek maar de méns centraal te stellen. Want de energietransitie is mensenwerk.

Kim Putters, voorzitter SER
Mijntje Lückerath-Rovers, SER-Kroonlid en voorzitter advies ‘Energie voor iedereen’


Misschien ook interessant