Sjoukje van Oosterhout maakte de overstap naar de politiek, na jaren werkzaam te zijn bij verschillende organisaties om de klimaatcrisis aan te pakken, onder meer bij Milieudefensie. Ze zit nu vijf maanden in de Tweede Kamer voor Progressief Nederland (voorheen GroenLinks-PvdA) en richt haar pijlen op ‘de grote vervuilers’. Resultaat heeft ze al geboekt met aangenomen moties voor extra wind op zee en meer inzet op isolatie en warmtenetten. Tegelijkertijd is ze kritisch op het minderheidskabinet: “Echte vooruitgang blijft uit en de klimaatdoelen worden niet gehaald.” Volgens Van Oosterhout is juist nu een duidelijke koers nodig, waarin hernieuwbare energie, industrie en betaalbaarheid samenkomen: “We moeten af van losse maatregelen en werken aan een systeem dat groen én sociaal is.”
Wat motiveert u persoonlijk om zich in te zetten tegen klimaatverandering? Was er een moment waarop dat echt begon te leven?
“Dat begon al heel vroeg. Ik ben opgegroeid in Oost-Groningen, in het aardbevingsgebied. Als kind zag ik al wat voor impact het heeft als grote fossiele bedrijven hun gang kunnen gaan. Dat brengt enorm veel stress en onzekerheid met zich mee. Nu wachten nog steeds duizenden Groningers op een veilig huis. Daarom vind ik het ook zo kwalijk dat er nog steeds partijen zijn die de deur naar gaswinning in Groningen weer op een kier zetten. Dat zorgt opnieuw voor onrust. Het idee dat we ons moeten verzetten tegen grote vervuilers, zat er al jong in. Die strijd heb ik op verschillende plekken gevoerd. Zo hebben we bij Milieudefensie een baanbrekende rechtszaak gewonnen tegen Shell.”
U maakte de overstap van Milieudefensie naar de politiek. Waarom wilde u de Kamer in?
“Met alleen rechtszaken komen we er niet. In de politiek moet er ook een hoop gebeuren en klimaat moet hoger op de agenda komen te staan. Daarom ben ik voor PRO de Tweede Kamer ingegaan. De strijd tegen vervuilers zet ik voort in Friesland en Drenthe. Daar worden nu in rap tempo nieuwe velden aangeboord en leven dezelfde zorgen als in Groningen. Enkele weken geleden is er nog een motie aangenomen die oproept om versneld te gaan boren in kleine velden, ook in de Noordzee. De minderheidscoalitie zet de gaskraan vol open, terwijl het een oneerlijk alternatief is. Nederlandse gaswinning gaat namelijk niks doen voor de hoge energieprijzen en onze leveringszekerheid. Voordat we de velden hebben aangeboord, zijn we jaren verder. Die tijd kunnen we beter steken in bijvoorbeeld wind op zee en zon op dak. Dit is een teken dat het minderheidskabinet vooral naar rechts kijkt en kiest voor oneerlijke oplossingen.”
U zit nu zo’n vijf maanden in de Tweede Kamer. Hoe heeft u die eerste periode ervaren? Waar bent u trots op?
“De omgeving is heel chaotisch en geen dag is hetzelfde. Tegelijkertijd is het een enorme eer om hier te mogen zitten en om onderwerpen aan te kaarten én dingen voor elkaar te krijgen. Dat geeft veel voldoening. Het is een bijzondere plek om te werken. In die eerste maanden is het gelukt om stappen te zetten waar al langer om werd gevraagd, zoals één extra gigawatt wind op zee. Ook op energiebesparing hebben we stappen gezet, terwijl dat vaak een ondergeschoven thema is. Het is enorm belangrijk is om daar aandacht aan te blijven geven. Daarnaast hebben we een motie voor een isolatieoffensief aangenomen gekregen. Er wordt dus echt voortgang geboekt.
Binnenkort komen we met een Noordzeepact: een voorstel om partijen rond de Noordzee beter bij elkaar te brengen. Van producenten van duurzame energie en netbeheerders tot industriële afnemers, om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Ook zijn we bezig met een Deltaplan Groene Industrie: voor een toekomstbestendige groene industrie, waarin niet alleen bestaande industrie wordt verduurzaamd, maar juist ook nieuwe waardeketens worden opgebouwd en opgeschaald.”
Energie is momenteel hot topic, door de onrust rondom de Straat van Hormuz. Geeft dit een andere dimensie aan het klimaat- en energiedebat?
“Het debat is duidelijk verschoven. Waar hernieuwbare energie eerst vooral werd gezien als noodzakelijk voor het klimaat, wordt het nu ook gekoppeld aan weerbaarheid en strategische autonomie. Dat helpt om breder draagvlak te creëren voor versnelling. Tegelijkertijd is het belangrijk dat die versnelling op de juiste manier wordt ingezet: eerlijk en toekomstbestendig. In een crisis ontstaat ook het risico dat er wordt teruggegrepen op kortetermijnmaatregelen die juist averechts werken, zoals het langer openhouden van kolencentrales of nieuwe fossiele investeringen. Dat lost de problemen niet op en maakt onze afhankelijkheid juist groter. De uitdaging is om de focus te houden op structurele oplossingen: versnellen van hernieuwbare energie en het verminderen van afhankelijkheid van fossiele bronnen, ongeacht de herkomst. Door juist nu te kiezen voor eerlijk en groen klimaatbeleid komen we sterker uit deze fossiele energiecrisis.”
Daarnaast ga ik met een mijn Koploperstour langs de voorlopers in de industrie: de meest innovatieve, ondernemende en duurzame bedrijven die bijdragen aan de economie van de toekomst. Bedrijven die niet wachten tot de politiek het voordoet, maar zelf vooroplopen. De groene transitie is niet alleen een klimaatopgave, het is ook een enorme economische kans. Die kans moeten we met beide handen grijpen. Als PRO willen we de stem zijn van die bedrijven in Den Haag, want die stem wordt te vaak onvoldoende gehoord.
Het kabinet kondigde maatregelen aan om uit de energiecrisis te komen en Nederlanders te ondersteunen bij hoge prijzen. Wat vindt u hiervan?
“Het pakket is onvoldoende en het gevoel van urgentie ontbreekt. Andere landen zetten grotere stappen en trekken daar ook middelen voor uit. In Frankrijk is bijvoorbeeld een sterk elektrificatieoffensief ingezet. In Nederland blijft het trekken van de portemonnee uit voor oplossingen waarvan bekend is dat ze werken, zoals hernieuwbare energie en elektrificatie van de industrie. Daarmee wordt het momentum gemist. Meer inzet op wind, zon, opslag en batterijen is nodig, maar vooral ook een duidelijke visie op het energiesysteem van de toekomst.”
Het kabinet is ‘zeer bereid’ naar het voorstel van Progressief Nederland voor een ‘Nederland-ticket’ te kijken. Daarmee kunnen we voor 49 euro per maand onbeperkt met het openbaar vervoer reizen, in de daluren in de zomer. Dit plan bevoordeelt vooral mensen uit de Randstad, die betere toegang tot het ov hebben. Waarom vinden jullie dit zo belangrijk om voor elkaar te krijgen?
“Het is belangrijk om juist in een periode waarin het leven voor veel mensen duur is, het openbaar vervoer betaalbaarder te maken. Dit voorstel is een concrete maatregel die op korte termijn uitgevoerd kan worden en direct verlichting biedt. Tegelijkertijd is het nadrukkelijk geen eindpunt. Er is veel meer nodig om het ov structureel te verbeteren. Er wordt op dit moment juist bezuinigd op openbaar vervoer, terwijl investeringen nodig zijn, zeker in de regio waar voorzieningen onder druk staan en buslijnen verdwijnen. Daarom moet dit voorstel samengaan met bredere investeringen, zoals het herstellen van busverbindingen en het versterken van regionale infrastructuur. Het is dus geen keuze tussen Randstad en regio, maar een én-én-benadering: het ov betaalbaarder maken én tegelijkertijd zorgen dat het overal beschikbaar en toegankelijk blijft.”
De NVDE publiceerde recentelijk een ‘Spoedplan voor minder aardgas’ om 10 miljard kuub minder aardgas te gebruiken. U heeft hier Kamervragen over gesteld. Wat is volgens u de belangrijkste maatregel uit dat plan die uitgevoerd moet worden?
“De kracht zit niet in één maatregel, maar in de samenhang. Het is niet voldoende om afzonderlijke maatregelen te kiezen; er is een brede visie nodig waarin alles tegelijk wordt aangepakt. De tijd van losse ingrepen is voorbij. Er moet parallel worden gewerkt aan energiebesparing, hernieuwbare energie en de inrichting van de hele keten. Dat betekent ook nadenken over waar energie terechtkomt, hoe vraag en aanbod samenkomen en hoe productieketens worden opgebouwd. Het spoedplan van de NVDE helpt om die samenhang te laten zien en kan het kabinet stimuleren om die systemische benadering te kiezen. Door op systeemniveau te kijken in plaats van maatregel per maatregel, kunnen veel grotere stappen worden gezet. Ik mis realisme bij het kabinet. In het coalitieakkoord staat bijvoorbeeld: ‘minder regels’. Ik wil vooral betere regels.”
Hoe kijkt u naar de klimaat- en energieplannen van het huidige kabinet? Wat gaat de goede kant op en waar maakt u zich zorgen over?
“Het beeld is gemengd, maar overwegend teleurstellend. De echte vooruitgang blijft uit en de klimaatdoelen worden niet gehaald. Er komen zelfs fossiele subsidies bij. Ook extra gaswinning is een punt van zorg. Positief is de ambitie op wind op zee en instrumenten zoals de SDE++ subsidieregeling voor duurzame opwek, maar op veel andere punten ontbreekt het aan concrete invulling en financiering. Er wordt vaak wel uitgesproken dat iets belangrijk is, maar zonder bijbehorende middelen blijft het bij woorden. Dat geldt bijvoorbeeld voor isolatie van huizen en de verduurzaming van de industrie , waar subsidies aflopen zonder duidelijk plan voor de toekomst. De combinatie van gebrek aan urgentie en onvoldoende financiële inzet maakt dat Nederland kansen mist.”
Uw partij heeft mogelijk een cruciale functie bij het vormen van meerderheden. Welke rol gaat u innemen in het politieke debat?
“De inzet is om een constructieve oppositiepartij te zijn: meedenken en voorstellen doen, maar alleen als het beleid groener en socialer wordt. We brengen actief ideeën in, zoals het Noordzeepact, plannen voor groene industrie en de verdere uitrol van hernieuwbare energie. En we willen bezuinigingen terugdraaien. Tegelijkertijd ligt de verantwoordelijkheid bij het kabinet, dat heeft gekozen voor een minderheidsconstructie. Er wordt nu vaak naar rechtse partijen gekeken voor steun, terwijl samenwerking met progressieve partijen nodig is om stappen te zetten. De bereidheid om mee te denken is er, maar er wordt niet ‘getekend bij het kruisje’. Het financiële plaatje van het kabinet is niet de onze, wij zouden andere keuzes maken. Het blijft een afweging tussen verbeteren en principieel blijven, maar het doel is altijd om vooruitgang te boeken.”
U komt uit de maatschappelijke beweging. Hoe kunnen maatschappelijke organisaties als de NVDE en de politiek elkaar versterken om de energietransitie te versnellen?
“Concrete voorstellen vanuit de sector zijn van grote waarde en helpen om stappen te zetten. Daarnaast ligt er voor maatschappelijke organisaties een rol om het kabinet kritisch te blijven bevragen, vooral op het ontbreken van systeemdenken en samenhang. Het denken in ketens kan verder worden versterkt. Ook vraagcreatie is essentieel: het creëren van afzetmarkten voor duurzame energie en producten. De overheid kan daarin een belangrijke rol spelen als launching customer. Zowel nationaal als Europees moet daar meer op worden ingezet, met een actieve rol van Nederland in Europese besluitvorming.”
Recentelijk zijn twee van uw moties aangenomen. U verzoekt het kabinet te komen met een grootschalig isolatieoffensief en u vraagt de regering om langjarige zekerheid voor warmtenetten. Waarom vindt u dit belangrijk?
“Deze maatregelen zijn cruciaal om de energietransitie eerlijk te maken en om de energierekening van huishoudens omlaag te brengen. Ze dragen direct bij aan draagvlak voor de transitie. Het is moeilijk uit te leggen dat er tegelijkertijd miljarden naar fossiele subsidies gaan terwijl huishoudens hogere energiekosten hebben. Juist door te investeren in isolatie en warmtenetten kan iedereen meeprofiteren van de transitie. In Den Haag ontbreekt soms het besef hoe belangrijk dat is. Zonder die sociale component komt de energietransitie onder druk te staan.”
Netcongestie is een van de grootste uitdagingen voor de Nederlandse economie, woningbouw en de energietransitie. Recent bleek dat in regio Utrecht zelfs een aansluitstop op het stroomnet ontstaat. Het kabinet heeft een crisiswet in de maak. Wat zou daar volgens u in moeten staan?
“De huidige situatie is het gevolg van jarenlang uitblijven van actie. Het probleem had veel eerder aangepakt kunnen worden. Hernieuwbare energie krijgt nu soms onterecht de schuld, terwijl lokale opwek juist kan helpen om netcongestie te verminderen. Voor de aanpak is versnelling van vergunningprocedures belangrijk, evenals verdere inzet op flexibiliteit en opslag, zoals batterijen. Daarnaast moet energiebesparing nadrukkelijk onderdeel zijn van de oplossing. Minder vraag betekent minder transport en dus minder druk op het net. Ook energie delen kan een rol spelen.”
Hoe duurzaam woont en reist u zelf?
“Reizen doe ik zoveel mogelijk met de trein en de fiets. Ik woon in een huurwoning, dus daar kan ik wat lastiger verduurzamingsmaatregelen nemen. Mijn huis heeft wel energielabel A. De wens is er om meer te doen, maar dat hangt samen met de mogelijkheden die er zijn in mijn woning.”
