Commissiedebat Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving – 25 maart 2026
De geopolitieke spanningen maken pijnlijk duidelijk: elke keer als ergens in de wereld een conflict uitbreekt, gaat de energierekening van huishoudens en bedrijven omhoog. De beste bescherming tegen prijsschokken is minder aardgas gebruiken en meer oranje-groene energie van eigen bodem. Nederland is met duurzame energie vrijwel immuun voor energiecrises, berekende TNO onlangs. Tegen deze achtergrond maakte de NVDE een spoedplan om het aardgasverbruik versneld met 10 miljard kuub terug te dringen. Het coalitieakkoord biedt belangrijke bouwstenen voor structurele verduurzaming door onder meer woningisolatie en duurzame warmte. De opgave is nu om deze ambities tijdig te vertalen naar stabiel beleid, duidelijke randvoorwaarden en voorspelbare financiering, zodat huishoudens, bedrijven en uitvoerende partijen weten waar zij aan toe zijn — ook na 2030.
Aan de slag, wel met goed gereedschap
Dat isolatie een goed idee is, staat inmiddels niet meer ter discussie. En ook het belang van warmtenetten in een gebalanceerd energiesysteem wordt erkend, samen met slimme, netbewuste warmtepompen. De NVDE is blij met de inzet op verduurzaming van woningen in het coalitieakkoord, door bijvoorbeeld een Isolatieoffensief, en de versnelde uitrol van warmtenetten en de bereidheid om via een staatsdeelneming private warmtebedrijven over te nemen en te participeren in nieuwe ontwikkelingen. Ook de herintroductie van normerend beleid is welkom. Om hiermee aan de slag te kunnen, is goed gereedschap nodig.
- Blijf woning- en gebouweigenaren ondersteunen bij de verduurzaming om zo de energierekening blijvend betaalbaar te maken. Er is al veel werkend beleid gericht op de verduurzaming van woningen en gebouwen in Nederland, zoals de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE), Subsidieregeling verduurzaming voor VvE’s (SVVE) en subsidieregeling Duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA). Ook met het Nationaal Warmtefonds en het Nationaal Isolatieprogramma worden de nodige stappen gemaakt. Het is essentieel om dit beleid onverkort en meerjarigdoor te zetten na 2030. Maak hier op tijd middelen voor vrij, zodat huishoudens en uitvoerende bedrijven ruim van tevoren weten waar zij aan toe zijn. En regel dit in ieder geval in het voorjaar van 2027 als het kabinet aanvullende nationaal geborgde maatregelen neemt om het doel van 2040 te halen.
- Al eerder is extra geld nodig voor de ondersteuning van woningeigenaren en VvE’s via het Nationaal Warmtefonds. De CPB-analyse van het coalitieakkoord vraagt aandacht voor de lastenverdeling en specifiek voor huishoudens met lagere inkomens. Het Nationaal Warmtefonds maakt het voor woningeigenaren en VvE’s zonder grote spaarpot financieel mogelijk om hun woning te verduurzamen. Het Warmtefonds biedt ook leningen aan woningeigenaren die niet (direct) de lening kunnen aflossen en maakt voor veel huishoudens de drempel lager door voor huishoudens met een verzamelinkomen tot €60.000 euro een 0%-rente lening aan te bieden. Hierdoor kunnen ook deze huishoudens profiteren van lagere energielasten. Om het huidige aanbod aan leningconstructies gericht op lage- en middeninkomens voort te kunnen zetten, is voor de periode na 2027 tot en met 2030 €250 miljoen extra geld nodig. Na 2030 is in de begroting €100 miljoen per jaar nodig.
- Zo snel mogelijk budget vrijmaken voor de uitrol van warmtenetten. Op korte termijn is het zaak dat er éénmalig (en dus niet belastend voor het begrotingssaldo) voldoende budget vrij wordt gemaakt om de private warmtebedrijven die dat willen, over te kunnen nemen. Hierdoor kan de kennis en ervaring van de bestaande warmtebedrijven behouden blijven, conform het advies van verkenner Rooijers. Ook is het van belang dat de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) wordt gecontinueerd inclusief budget vanaf 2026. Zo kunnen huurders een deel van de kosten voor inpandige aanpassingen opvangen. Om uiteindelijk aan alle doelgroepen een aantrekkelijk aanbod te kunnen doen zullen extra financiële middelen nodig zijn, om het gat tussen een betaalbaar en een investeerbaar warmtenet te kunnen dichten. Tot slot is passend beleid en een financieel instrumentarium nodig voor duurzame warmtebronnen, zoals geothermie en bodemenergie. Want zonder warmtebron komt er geen warmtenet, en zonder warmtenet wordt er niet geïnvesteerd in een warmtebron.
- Vergeet niet belemmeringen in de uitvoering als eerste weg te nemen. In de isolatiesector is nu al meer dan twee jaar onduidelijkheid en oponthoud in het natuurvriendelijk isoleren van woningen. En veel isolatiebedrijven hebben het daardoor zwaar. De huidige praktijk waarin per provincie een andere werkwijze vereist is, moet snel stoppen. Het natuurvriendelijk isolatiebeleid moet voorspelbaar, uitvoerbaar en landelijk uniform zijn. En vraagt dus om snel duidelijkheid en overeenstemming over hoe huizen vergunningvrij kunnen worden geïsoleerd als er vleermuissporen zijn gevonden. Daarvoor moet heel snel een uitvoerbare werkwijze worden vastgelegd in een landelijke gedragscode, die door alle provincies wordt overgenomen.
- Normerend beleid heel welkom om meer continuïteit en zekerheid in de markt te krijgen. Als marktpartijen minder risico’s hoeven in te prijzen en op grotere schaal kunnen opereren, kunnen verduurzamingsmaatregelen goedkoper worden. In het coalitieakkoord wordt opnieuw ingezet op een norm voor slimme, hybride warmtepompen. Deze norm zorgt ervoor dat het verwarmen van de woning en het bereiden van warm tapwater niet meer mag met een nieuwe cv-ketel, als de oude cv-ketel kapotgaat. Er moet dan in ieder geval een aanstuurbare hybride warmtepomp naast worden geïnstalleerd. Dat is goed, want zo worden we steeds minder afhankelijk van buitenlands aardgas. Deze norm heeft alleen zin als deze er écht komt, er voldoende woningen onder vallen en het elektriciteitsnet beter wordt benut en verzwaard. Ook moeten huishoudens kunnen voldoen aan de norm met andere duurzame verwarmingsalternatieven, zoals een aanstuurbare volledig elektrische warmtepomp en de biomassaketel (in landelijk gebied) of combinaties van technieken.
Verduurzamen met files op het elektriciteitsnet
Het uitbreiden van het elektriciteitsnet kost tijd, maar de ruimte die er nú al is, kan veel beter worden benut. De NVDE ondersteunt daarom het Aansluitoffensief. Ook de aangekondigde Crisiswet netcongestie is welkom. Het is nu zaak om door te gaan met deze doorbraken. Aanvullend zijn nieuwe doorbraken nodig die onder andere het energiegebruik van huishoudens flexibeler maken. Daarvoor is een integrale blik nodig, waarbij warmte, koude, elektriciteit, opwek van hernieuwbare energie en flexibiliteit in samenhang worden bekeken. Het net knelt vooral tijdens specifieke momenten, zoals de avondspits in de winter. Door het energieverbruik te verplaatsen naar rustigere uren, ontstaat sneller ruimte voor het aansluiten van woningen en bedrijven. Het verplaatsen van het verbruik kan door slimme, aanstuurbare apparaten zoals warmtepompen, laadpalen en (warmte)batterijen de standaard te maken. Daarbij moet het ook meer standaard worden om de vraag naar energie en de opwek van eigen energie bij elkaar te brengen binnen een wijk. Zowel in de bestaande bouw als nieuwbouw. Tot slot zijn snellere vergunningsprocedures nodig en is snel duidelijkheid nodig over welke warmteoplossingen in de verschillende buurten en wijken komen, en wanneer dit gebeurt.
Steeds hetere zomers maken het verkoelen van woningen en openbare ruimte noodzakelijk
Afgelopen jaren zien we steeds warmere periodes met extreme(re) temperaturen. De toenemende behoefte aan koele woningen, gebouwen en schaduwrijke plekken heeft nog onvoldoende aandacht in landelijk en gemeentelijk beleid. Gemeenten zijn nu bezig met het opstellen van hun warmteprogramma’s, maar zijn niet verplicht om de (toekomstige) koelbehoefte daarin mee te nemen. Als de koelbehoefte van een wijk of buurt wél wordt meegenomen, kan dat leiden tot andere keuzes van het duurzaam verwarmen van woningen. Ook de impact van de toenemende koelbehoefte op het elektriciteitsnet moet worden onderzocht.
De NVDE roept op een visie te vormen op het (toekomstig) koelingsvraagstuk in de gebouwde omgeving en hieraan beleidsmaatregelen te koppelen die ervoor zorgen dat koeling een integrale plek krijgt in ons energiesysteem van de toekomst. Gemeenten hebben een jaar extra de tijd gekregen om hun warmteprogramma’s op te stellen. Zorg daarom dat gemeenten nu al maatregelen meenemen in warmteprogramma’s die woningen en wijken koeler maken. Een warme woning in de winter en een koele woning in de zomer kunnen niet los van elkaar worden gezien. Evenmin de impact van een versteende of juist groene omgeving.
Schaarse ruimte vraagt om beschikbaar dakoppervlak optimaal te benutten
Met onder andere zelfopgewekte zonne-energie wapenen we ons beter tegen duur buitenlands aardgas dat steeds vaker als machtsmiddel wordt gebruikt. De normering voor het opwekken van hernieuwbare energie op utiliteitsdaken, die voortvloeit uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) en wordt uitgewerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), biedt een belangrijke kans om daken beter te benutten voor het opwekken van zonne-energie. Helaas wordt nu een grote lijst uitzonderingsgronden opgesteld in het Bbl, die zo ruim zijn geformuleerd dat in de praktijk een situatie zal ontstaan waarin slechts een klein deel van de beschikbare dakoppervlakken daadwerkelijk wordt benut voor zonne-energie. De uitzonderingsgronden voor de eis van minimale opwek van zonne-energie op utiliteitsdaken moeten daarom gerichter en zorgvuldiger worden vormgegeven.
