‘We zitten in een goede flow met wind’

Interview met Hans Timmers, voorzitter NWEA

Hoezo kun je van wind niet leven? Als één ding wel duidelijk werd op de Winddagen van NWEA en TKI Wind op Zee vorige week is dat de sector enorm in de lift zit. Tenders worden overtekend en een aantal Europese landen investeert flink in nieuwe windparken. Voorzitter Hans Timmers van NWEA vertelt meer over de rol van de brancheorganisatie daarbij.

Hoe lang ben je betrokken bij NWEA?
“Ik ben sinds een jaar voorzitter van NWEA. Ik ben in eerste instantie aangetrokken op interim-basis. Ik was daarvoor helemaal niet betrokken bij de windsector. Ik werkte voorheen als directeur bij de Rabobank. Toen ik voor mijzelf verder ging kreeg ik de opdracht bij NWEA om vanuit professionaliteit mee te kijken. Er moest namelijk van alles gebeuren. De windsector groeit immers zo enorm hard. Een van de eerste dingen waarop ik inzette was verbinding te maken met de NVDE. Daarnaast had ik als taak het managen van de groei en ambities van NWEA en het neerzetten van een goed bureau waar branchespecialisten goed werk leveren voor de leden.”

En is dat goed gelukt?
“Jazeker. De organisatie heeft het afgelopen jaar een hele snelle transitie doorgemaakt qua professionaliteit. Daarnaast is binnen een jaar het aantal medewerkers verdubbeld.”

Wat zijn belangrijke uitdagingen waar NWEA tegenaan loopt?
“Twee van de belangrijkste uitdagingen zijn het tegengaan van de versnippering in de sector en ervoor te zorgen dat we goed op de kaart staan bij het ministerie van Economische Zaken en onze lobbyagenda goed wordt gevoerd. We stellen alles in het werk om de opgaven met wind op zee en wind op land te halen. Verder zijn we bezig met de opvolging van het Energieakkoord, om ervoor te zorgen dat er consistent beleid is voor de verdere toekomst. En dat er geen financiële en beleidsmatige gaten ontstaan en we verder kunnen gaan met de verduurzaming. Daar waren de Winddagen vorige week dan ook op gericht. Minister Kamp ging uitgebreid in op Wind op Zee en de tenders die uitgaan de komende jaren op zee. Die zijn zwaar overtekend. Er is echt enorm veel belangstelling voor wind op zee vanuit binnen- en buitenland. We zitten in een goede flow.”

Werken jullie dus ook buiten Nederland?
“We zitten bovenop de wet- en regelgeving, ook vanuit Brussel. Dat doen we samen met WindEurope, de Europese windenergie associatie, waarbij NWEA is aangesloten. Zo hebben wij meer grip op de lobby in Brussel. In de tweede helft van dit jaar gaan we werken aan een groot op te richten Platform International, om de beleidsagenda’s in Brussel te beïnvloeden. Ook gaan we handelsmissies faciliteren voor onze leden. Wind op zee is immers ook echt een exportproduct. 85 procent van de offshore wind in Europa is in handen van Nederlandse bedrijven. Ik ben bijvoorbeeld afgelopen maart mee op staatsbezoek (handelsmissie) geweest met de Koning en Koningin naar Frankrijk waar NWEA de offshore Wind tafel mocht hosten.”

Is dat iets waar NWEA zich meer op gaat richten?
“Ja, we willen meer grip en coördinatie krijgen op wat we in andere landen van Europa kunnen bieden. We willen vaker paviljoens opzetten en onze boodschap mooi neerzetten. Er is heel veel ambitie en groei in onze sector. Dat zie je ook terug in de groei aan leden. De trend is dat de olie en gassectoren nauwelijks nog investeren, terwijl wind op zee juist een enorme impuls krijgt . Dat zorgt voor een grote toestroom. En dat is een mooie trend.”

Jullie hebben vorige week de NWEA Visie 2030 gepresenteerd. Wat is daarvan precies de kern?
“De twee belangrijkste ingrediënten is dat we vinden dat er een grootschalige uitrol met interconnectie moet plaatsvinden voor wind op zee. Geheel in lijn met de visie van Tennet en het ministerie. Dat moet dus intercontinentaal gebeuren, zoals minister Kamp in Luxemburg heeft afgesproken met andere Europese landen. Wat betreft wind op land vinden we juist dat het meer lokaal moet worden. We moeten niet meer met targets werken, maar juist de regio’s zelf laten beslissen hoe zij hun duurzame vraagstukken gaan invullen. We denken wel dat wind daarbij een prominente plaats zal blijven houden. Als je alleen al naar de maatschappelijke kosten kijkt, zie je dat wind heel interessant is. Het moet wel van onderaf gaan gebeuren. Dus met burgers en coöperaties die mee participeren. Dat zal leiden tot meer acceptatie van duurzaamheid.”

Vorige week hebben jullie ook de Winddagen georganiseerd. Dat was een groot succes?
“Ja, we hebben veel meer bezoekers gehad dan verwacht: 2000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Met meer dan 50 exposanten, 40 parellelsessies en 160 sprekers zijn we heel erg tevreden met de exposure die we hebben gehad. Ook het evenement “Gas meets Wind” liep heel erg goed. Het geeft wel aan hoe wind als schone en duurzame energiebron groeit. We staan midden in de transitie. Daarom willen we zo veel mogelijk samenwerken om de muren tussen de verschillende partijen te slechten. Om zo de duurzame transitie verder te versnellen.”