Het Regioteam Energietransitie (hierna: Regioteam) – een samenwerkingsverband van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Energie-Nederland, Holland Solar, NedZero en Energy Storage NL – heeft met belangstelling kennisgenomen van het Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Fryslân. De POVI erkent het belang van energieplanologie en een duurzame energievoorziening. Het is prijzenswaardig dat de provincie meer ruimte creëert voor windmolens, die essentieel zijn voor de verduurzaming en uitbreiding van bedrijven, voor het bouwen en verduurzamen van woningen en voor duurzame mobiliteit. Met Friese energie van eigen bodem kan Fryslân onafhankelijker worden van fossiele prijsschokken en kan de mienskip meeprofiteren van de energietransitie. In deze zienswijze delen wij graag onze ideeën hoe Fryslân de energietransitie verder kan versnellen.
Stel ambitieuze (tussen)doelen voor opwek, opslag, warmte en besparing richting 2050
In de Energievisie gaat de provincie uit van 5 TWh aan energiebesparing, waardoor de provincie in 2050 een energievraag van 11,7 TWh verwacht. Van deze energievraag verwacht de provincie dat de potentie van duurzame warmte en biogas volledig benut wordt. De provincie erkent dat deze besparingsopgave enorm is en noemt bij biogas dat het om de praktische potentie gaat. Het is daarom zeer goed voorstelbaar dat de potentie van enkele technieken niet volledig benut kan worden, waardoor de opgave van duurzame opwek door zonne- en windenergie zeer waarschijnlijk hoger uitvalt dan de 7,1 TWh die nu verwacht wordt in 2050. Deze conclusie trekt CE Delft ook in het recent verschenen rapport Hernieuwbare opwek op land: Mogelijke ontwikkelpaden richting 2040. CE Delft verwacht dat in Fryslân in 2040 het opgesteld vermogen voor wind op land zal uitkomen op 2,2–3,4 GW, en dat het opgesteld vermogen voor zonne-energie zal liggen tussen 4,8–6,6 GW. Richting 2050 zal dit nog verder toenemen.
• Zet hoog in op doorgroei hernieuwbare opwek en opslag op land: We raden de provincie aan om de cijfers van bovenstaande CE Delft-studie mee te nemen en hoog in te zetten op de doorgroei van hernieuwbare opwek en opslag op land, vooral omdat er onzekerheid is over de ontwikkeling van andere energiebronnen richting 2040. Daarnaast zouden we de provincie willen vragen om te motiveren waarom het bepaalde vormen van energieopwekking als tijdelijk of permanent erkent. Wij zouden de provincie aanraden om de opwek van wind- en zonne-energie te erkennen als permanente opwek in plaats van tijdelijke opwek. Energieopslag helpt om hernieuwbaar opgewekte elektriciteit effectief te gebruiken wanneer het nodig is en kan netcongestie verlichten.
• Maak doelen voor warmtenetten concreet: Het is goed dat de provincie een duidelijke ambitie heeft voor 2030. We zouden de provincie aanbevelen om deze concrete doelen te vertalen naar 2050, waarbij de provincie beschrijft hoeveel TWh aan warmte de provincie verwacht, en een schatting van het aantal gebouwen en woningen dat hiermee van energie kan worden voorzien.
• Stel voor energiebesparing, opwek, opslag en warmte vijfjaarlijkse tussendoelen op richting 2050: Tussendoelen kunnen de provincie helpen om te bepalen of de provincie op koers ligt om de doelen te halen en bieden de mogelijkheid om tijdig bij te sturen met aanvullend beleid als het bestaande beleid ontoereikend blijkt te zijn.
Versnel uitbreiding van het elektriciteitsnet en benut het net slimmer
Netcongestie is een grote uitdaging in Fryslân en hindert de energietransitie. Het is goed dat de provincie pleit voor uitbreiding en slimmer gebruik van het net. Wij doen de volgende aanbevelingen:
• Stimuleer decentrale elektriciteitsproductie en -opslag op plaatsen waar vaak veel vraag naar stroom is: Lokale opwek van energie helpt ondernemers vooruit en kan netcongestie tegengaan. Onderzoek van Eqolibrium laat zien dat de combinatie van lokale opwek, opslag en onderlinge energielevering ondernemers op plekken met vraagcongestie ruimte kan bieden voor verduurzaming en bedrijfsontwikkeling. Dit kan ook de druk op het stroomnet verlagen, omdat er minder elektriciteit over grote afstanden getransporteerd hoeft te worden.
• Faciliteer netbeheerders bij het strategisch aankopen van grond voor hoogspanningsverbindingen en transformatorstations: Een belangrijke vertragingsfactor is de aankoop van grond voor uitbreiding van infrastructuur. Onzekerheden over locaties en eigendom bemoeilijken vroege voorbereiding en vertragen besluitvorming. Geef gemeentes, naar Duits voorbeeld, nu al de opdracht om twee procent van hun grondgebied te reserveren voor de energietransitie en laat gemeentes nu al locaties aanwijzen voor de uitbreiding van energie-infrastructuur.
• Stel duidelijke ruimtelijke randvoorwaarden voor energie-infrastructuur: Een kaderstellende aanpak – met aandacht voor veiligheid, landschappelijke kwaliteit en systeeminpassing – maakt efficiënte realisatie mogelijk op (energetisch) logische locaties, verkort procedures en borgt ruimtelijke kwaliteit.
• Versnel doorlooptijden van projecten voor energie-infrastructuur: We steunen dat de provincie vergunningverlening wil versnellen en doorlooptijden wil verkorten. Mogelijk kan een recent onderzoek van Arcadis hierbij helpen, waaruit blijkt dat veel energieprojecten tot wel 75% sneller kunnen worden gerealiseerd binnen bestaande wet- en regelgeving.
• Sta bovengrondse elektriciteitsinfrastructuur toe, ook zonder compensatie: De provincie schrijft dat het uitgangspunt voor nieuwe elektriciteitsinfrastructuur is om waar mogelijk ondergronds aan te leggen. Dit lijkt ons erg onverstandig. Bovengrondse verbindingen zijn minder gevoelig voor storingen, makkelijker te inspecteren en sneller te repareren. Ondergronds aanleggen is technisch complexer en vaak meer dan twee keer zo duur. Omdat de kosten van energie-infrastructuur gesocialiseerd zijn, komt dat uiteindelijk tot uitdrukking in een hogere energierekening voor bedrijven en burgers. Als Fryslân het energiesysteem betaalbaar wil helpen houden en netcongestie snel wil oplossen, zou bovengrondse elektriciteitsinfrastructuur de voorkeur van de provincie moeten hebben.
Geef opslag een prominentere rol in de Omgevingsvisie
De ontwikkeling van batterijopslag markeert een nieuwe fase van de energietransitie. Opslag is onmisbaar om netcongestie tegen te gaan en de rentabiliteit van zonne- en windparken te vergroten. Daardoor draagt opslag bij aan een lagere gemiddelde elektriciteitsprijs voor de samenleving. Daarom is het belangrijk dat de provincie verschillende vormen van opslag optimaal stimuleert.
• Sta een verschil in looptijd voor opslag en opwek toe bij bestaande wind- en zonneparken: Het voelt vanuit juridisch en ruimtelijk oogpunt logisch om bij vergunningverlening de looptijd voor opslag en opwekking te koppelen, omdat het om één locatie en samenhangende functies gaat. Maar vanuit investerings- en systeemperspectief kan het met name bij oudere zonneparken knellend werken, omdat de exploitatieduur van nieuwe batterijen bij al bestaande wind- en zonneparken dan erg kort is. Dat kan ertoe leiden dat ontwikkelaars besluiten geen batterij toe te voegen, terwijl dat financieel wel de wens is en dat ook systeemvoordelen kan hebben voor bijvoorbeeld netcongestie. Co-located batterijen kunnen ook een bredere netondersteunende functie hebben, die losstaat van de resterende looptijd van het zonne- of windpark zelf. Daarom zouden we aanraden om toe te staan dat de looptijd van de vergunning voor opslag en opwekking mag verschillen als ontwikkelaars een nieuwe batterij bij bestaande zonne- en windparken willen toevoegen, maar dat de vergunning voor de looptijd hetzelfde is bij nieuwe wind- en zonneparken met een co-located batterij. Tenslotte beperkt de POVI opslag nu tot het bestaande projectperceel. We zouden voorstellen ook een alternatief perceel binnenplans toe te staan als dat vergund kan worden.
Sta grootschalige batterijopslag toe onder passende landschappelijke, ruimtelijke en veiligheidsvoorwaarden: De concept-omgevingsvisie sluit grootschalige batterijopslag voorlopig uit. Wij vinden dit zeer onwenselijk. Grootschalige (standalone) batterijopslag boven 100 MW wordt aangemerkt als nationaal belang, omdat het in de nabije toekomst essentieel is voor het verlagen van netcongestie, het leveren van flexibiliteit op systeemniveau en het ondersteunen van de integratie van hernieuwbare energie. Zo draagt grootschalige batterijopslag bij aan leveringszekerheid en vergroot het onze energieonafhankelijkheid tijdens momenten van schaarste. Dit belang wordt ook benadrukt door het maatschappelijk prioriteringskader van de ACM, waarin per 1 juli congestieverzachters – waaronder grootschalige batterijopslag – prioriteit krijgen bij aansluiting op het elektriciteitsnet, om zo andere partijen sneller te kunnen aansluiten. Ook staat de uitsluiting van grootschalige batterijopslag op gespannen voet met afspraken uit het Ruimtelijk Arrangement met de minister van VRO. De provincie Fryslân committeerde zich hier aan een inspanning om ruimte te bieden aan grootschalige batterijen door deze toe te staan op locaties waar deze qua ruimtelijke en energetische voorwaarden goed passen. Er werd afgesproken om geen algeheel moratorium op grootschalige batterijen te hanteren. Daarnaast is de provincie op basis van artikel 6.12 van de Energiewet niet bevoegd om het opslaan van elektriciteit in het belang van de energievoorziening aan regels te binden. Het op voorhand uitsluiten van grootschalige batterijopslag gaat tegen gemaakte afspraken in, is strijdig met de Energiewet en belemmert de opbouw van een robuust en toekomstbestendig energiesysteem. Wij pleiten er daarom voor om grootschalige batterijopslag niet uit te sluiten, maar toe te staan onder passende landschappelijke, ruimtelijke en veiligheidsvoorwaarden.
• Long-duration energy storage: In de huidige visie ontbreekt aandacht voor long-duration energy storage (LDES). Deze vormen van opslag worden in toenemende mate gezien als essentieel om langere perioden met weinig aanbod van zonne- en windenergie (‘dunkelflaute’) op te kunnen vangen, met name op de langere termijn (na 2030). Wij adviseren om in de POVI expliciet ruimte te laten voor deze ontwikkelingen, zodat toekomstige systeemoplossingen niet op voorhand worden uitgesloten.
• Warmteopslag: De focus ligt momenteel sterk op batterijopslag, terwijl andere vormen van energieopslag, zoals warmteopslag, ontbreken. Warmteopslag kan een belangrijke rol spelen in het verminderen van netbelasting en het verhogen van systeemefficiëntie. Een diverse mix van opslagtechnologieën is noodzakelijk voor een goed functionerend energiesysteem. Wij adviseren om dit bredere perspectief expliciet op te nemen in de visie.
Zorg dat de potentie van energiebesparing behaald kan worden
In de Friese Energievisie schrijft de FET dat Fryslân maximaal inzet op energiebesparing (5 TWh tot 2050), maar concrete provinciale maatregelen ontbreken in de POVI. Daarom doen wij de volgende aanbevelingen:
• Regisseer handhaving van de energiebesparingsplicht: De energiebesparingsplicht schiet nog steeds tekort in het behalen van de gestelde doelen voor bedrijven. De naleving vanuit bedrijven is laag en omgevingsdiensten voeren – ondanks verbeteringen en versterking – te weinig controles uit. De effectiviteit van de energiebesparingsplicht en de verplichting voor energielabel C bij kantoren staan of vallen met betere handhaving. De provincie kan hierin een regisserende rol nemen door het belang van handhaving nadrukkelijk te agenderen, gemeenten en omgevingsdiensten te ondersteunen bij prioritering en uitvoering, en toe te zien op een consistente aanpak. Zo draagt versterkte handhaving bij aan het realiseren van provinciale doelen op het gebied van energiebesparing, verduurzaming en een gezonde leefomgeving.
• Stimuleer energiebesparing: Naleving van de energiebesparingsplicht en de label C-verplichting kan aantrekkelijker worden gemaakt door extra voordelen te koppelen aan de verplichting. Denk hierbij aan versnelde vergunningverlening voor bedrijven die voldoen aan de plicht en aan een intensivering van financiële regelingen, bijvoorbeeld via Fûns Skjinne Fryske Enerzjy.
• Versnel elektrificatie van bedrijfsprocessen en mobiliteit: Elektrotechniek is drie keer efficiënter dan fossiele energiebronnen. Met een grootschalige uitrol van laadinfrastructuur en het faciliteren van laadpleinen en verzorgingsplaatsen kan de provincie elektrificatie in de mobiliteitssector versnellen. Daarnaast kan de provincie een regierol nemen om grootverbruikers in de provincie te helpen met elektrificatie en energie-efficiëntie. Het plan van de provincie om windenergie in combinatie met opslag onder voorwaarden toe te staan bij grote en middelgrote energievraagclusters kan hieraan bijdragen.
Versnel het potentieel van biogas met een stikstofvrijstelling voor de bouwfase
De provincie erkent terecht dat vergisting van met name mest kansen biedt, maar observeert ook dat de vergunningverlening wordt belemmerd door de stikstofproblematiek. Wil groen gas de potentie van 2,1 TWh in 2050 bereiken, dan zal de provincie de ontwikkeling van groen gas fors moeten stimuleren.
• Introduceer een stikstofvrijstelling voor de bouwfase van groen gasprojecten die in de exploitatiefase substantiële en structurele emissiereducties opleveren, zodat tijdelijke bouwemissies de realisatie van duurzame energieprojecten met grote structurele milieuvoordelen niet blokkeren.
• Benoem voorkeursgebieden voor de opwek van groen gas.
• Bundel vergunningsaanvragen voor projecten met groen gas: uit onderzoek van Arcadis blijkt dat in sommige gevallen het vergunningsproces slechts 8 weken duurde in plaats van 4–6 maanden. Een belangrijke succesfactor was het bundelen van meerdere vergunningsaanvragen.
Blij met aandacht voor warmte
De provincie voorziet een grote rol voor collectieve warmte in 2050 en wil een publieke regierol pakken. Dat is verstandig, want warmtenetten zijn complexe projecten en hebben met name in dichtbevolkte gebieden vaak lage maatschappelijke kosten. Het oprichten van een regionaal warmtebedrijf is daarom een verstandige keuze.
• Geef ruim baan aan de warmtebronnen en grootschalige warmteopslag die huishoudens moeten gaan verwarmen, zoals biogas, geothermie, aquathermie en restwarmte. Zorg dat deze benut worden door inspanningen te intensiveren en gemeenten tijdig te helpen met de benodigde vergunningverlening.
• Stel een doel voor 2050 met vijfjaarlijkse tussendoelen. De provincie schrijft nu dat het de ambitie heeft om in 2030 ongeveer 60.000 woningen en 10.000 bedrijfsgebouwen aan te sluiten op collectieve warmtenetten. Wij raden de provincie aan om doelen voor de langere termijn op te nemen in de omgevingsvisie en deze nu al concreet te maken.
Zorg dat beleid het streven naar meer windenergie ondersteunt
Het Regioteam is blij dat de provincie de noodzaak van windenergie erkent en vindt het verstandig dat de provincie vooral inzet op clustering bij grote en middelgrote energievraagclusters. De provincie schrijft in het streefbeeld 2050 terecht dat het aantal windmolens tot 2050 kan afnemen door inzet op nieuwe, hogere en efficiëntere turbines. De bestaande windmolens van 40 meter ashoogte wekken ongeveer 1,5–2 GWh per jaar op. Moderne windmolens van 6–7 MW kunnen 20–25 GWh per jaar opwekken, wat betekent dat ze 10 tot 15 keer meer elektriciteit per turbine kunnen opwekken. Dit is ook in het belang van de omgeving: een beperkter aantal turbines past beter in het landschap en leidt vaak tot minder ruimtelijke en milieuhinder dan veel kleinere turbines. Wij doen de volgende aanbevelingen aan de provincie:
• Laat de bestaande hoogtebeperking van 100 meter tiphoogte voor windmolens los: De huidige tiphoogtebeperking van 100 meter in Fryslân maakt het lastig om veel kleine windmolens te vervangen door een kleiner aantal grote windmolens. Fabrikanten en ontwikkelaars produceren nauwelijks nog windmolens tot 100 meter, waardoor deze relatief duur zijn geworden en in veel gevallen niet meer economisch rendabel. De meest gangbare en efficiënte windmolens hebben inmiddels een tiphoogte van circa 250 meter. Door hiervoor ruimte te bieden en per uitnodigingszone de opgaven te bepalen, kan de provincie sturen op een efficiënter en toekomstbestendig windenergiesysteem met minder turbines.
• Maak repowering en verlenging van de levensduur van bestaande windmolens mogelijk: De POVI schrijft dat een groot deel van de windmolens in Fryslân richting het einde van de levensduur gaat. Inzet op repowering van bestaande windparken aan het einde van de levensduur is noodzakelijk. Vanuit landschappelijk oogpunt leidt dit tot minder windmolens. Daarnaast heeft het maatschappelijke voordelen, omdat reeds bestaande netcapaciteit gebruikt kan worden en de omgeving hier vaak al gewend is aan windmolens. Daarom adviseren wij dat de provincie repowering toestaat en stimuleert op plekken waar nu al windmolens staan.
Om vergunningverlening voor repowering te versnellen bevelen wij de provincie aan om alleen aanvullend onderzoek te verlangen naar milieuaspecten (zoals geluid, slagschaduw, natuur en externe veiligheid) voor zover deze aantoonbaar afwijken van de eerder vergunde situatie van het bestaande park.
Een andere optie is het verlengen van de levensduur van bestaande turbines. Veel windmolens kunnen na een grondige controle, soms met een relatief eenvoudige opknapbeurt, nog enkele jaren langer functioneren. Wij pleiten er daarom voor dat bij levensduurverlenging van windmolens geen nieuwe vergunningstrajecten nodig zijn en dat bestaande vergunningen eenvoudig en snel verlengd kunnen worden, omdat de ingreep minimaal is.
• Bied de mogelijkheid om de maximale vergunningsperiode van 25 jaar te verlengen: De provincie schrijft dat nieuwe windmolens worden toegestaan voor een periode van maximaal 25 jaar. Dit is begrijpelijk vanuit het perspectief van ruimtelijke regie, maar de technische levensduur van nieuwe windmolens ligt tussen de 25 en 35 jaar. Juist in de latere jaren worden molens voor lokale gemeenschappen en ontwikkelaars financieel interessant. Een vergunningsduur van 25 jaar werkt daardoor averechts en belemmert lokale initiatieven. Het is daarom verstandig om de mogelijkheid open te houden om vergunningen na 25 jaar onder voorwaarden te verlengen.
• Blijf solitaire dorpsmolens toestaan: Veel Friese energiegemeenschappen hebben behoefte aan dorpsmolens. Deze staan symbool voor een weerbare samenleving en zijn een mooi voorbeeld van energie voor en door de Friezen. Daardoor is er veel draagvlak. Wij raden aan deze onder voorwaarden toe te staan en stellen voor een pilot met minimaal tien dorpsmolens te starten.
• Van erfmolens naar kleine windturbines: De provincie erkent de rol van erfmolens (kleine windmolens tot 30 meter ashoogte) op het boerenerf. De vraag naar deze turbines neemt echter ook toe buiten het boerenerf, bijvoorbeeld bij recreatieve voorzieningen en kleine bedrijven in het buitengebied. Daarom is de term “kleine windturbines” passender dan “erfmolens”.
Neem alle uitzonderingsgronden voor zonne-energie mee
We zijn blij dat de provincie zonne-energie op daken wil stimuleren en onder andere agri-PV en solar carports benoemt als multifunctionele toepassingen van zonne-energie. Voor die multifunctionele toepassingen doen wij de volgende aanbevelingen:
• Stimuleer agri-PV: Agri-PV is een vorm van meervoudig grondgebruik waarbij landbouw en het opwekken van zonnestroom worden gecombineerd op hetzelfde perceel, en deze combinatie meer oplevert dan wanneer beide vormen van landgebruik gescheiden worden toegepast. Wij raden de provincie aan om agri-PV te behandelen als een aparte categorie naast conventionele zonneparken. Neem daarbij de mogelijkheid tot maatwerk op (zoals hoogteafwijkingen), zodat gemeenten actief ruimte kunnen bieden aan deze innovatieve combinatie van landbouw en energieopwekking. De handreiking Agri-PV kan helpen om dit uit te werken. Ook kan de provincie pilotprojecten voor agri-PV ondersteunen, zoals in Noord-Holland.
• Ondersteun gemeenten bij solar carports: De provincie kan een belangrijke rol spelen in het faciliteren van solar carports. Zo heeft de provincie Noord-Holland een handreiking zon-op-parkeren opgesteld en subsidie verleend om solar carports te stimuleren. De provincie Fryslân kan dit voorbeeld volgen.
• Erken natuurinclusieve zonneparken als multifunctionele zonneparken: Wij steunen het streven naar een natuurinclusieve samenleving. Natuurinclusieve zonneparken dragen hieraan bij door energieopwekking te combineren met natuurversterking. Wij raden de provincie aan deze vorm van energieopwekking te erkennen als multifunctioneel zonnepark of als transitiegrond.
• Geef ruimte aan netneutrale zonneparken en zonneparken op transitiegronden: In de Kamerbrief over de aangescherpte voorkeursvolgorde zon in 2023 werden naast agri-PV ook netneutrale zonneparken en zonneparken op transitiegronden genoemd als uitzonderingsgronden. Netneutrale zonneparken dragen bij aan het verminderen van netcongestie en efficiënter netwerkgebruik. Transitiegronden zijn landbouwgronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen of minder geschikt zijn voor landbouw. Het is verstandig om deze typen zonneparken toe te staan, omdat ze onder de uitzonderingsgronden vallen.
Een inspanningsverplichting voor 50% lokaal eigendom bij zon- en windprojecten, maar niet voor batterijopslag
De mienskip is terecht een belangrijke pijler in de Friese energietransitie. Wij begrijpen en onderschrijven de wens om de lusten van energieprojecten zoveel mogelijk lokaal te laten landen, maar zien dat de provincie minimaal 60% lokaal eigendom als uitgangspunt hanteert. Graag wijzen wij de provincie op wat juridisch wel en niet afdwingbaar is.
• Inspanningsverplichting voor 50% lokaal eigendom bij zon- en windprojecten: Artikel 6.12 van de Energiewet geeft de provincie de bevoegdheid om een inspanningsverplichting voor 50% lokaal eigendom bij zonne- en windenergieprojecten juridisch vast te leggen. Dit mag echter geen resultaatsverplichting zijn en het percentage mag niet hoger zijn dan 50%. Wij raden de provincie daarom aan om bij deze projecten te streven naar 50% lokaal eigendom met een inspanningsverplichting voor ontwikkelaars.
• Geen (inspannings)verplichting voor lokaal eigendom bij batterijopslag: De financiële risico’s bij batterijopslagsystemen zijn aanzienlijk groter dan bij zonne- en windenergieprojecten, onder meer door het ontbreken van SDE++-subsidie, hogere investeringskosten en een langere, onzekere terugverdientijd. Daarnaast bepaalt artikel 6.12, lid 1 van de Energiewet dat Provinciale Staten niet bevoegd zijn om het opslaan van elektriciteit in het belang van de energievoorziening aan regels te binden. Batterijopslag is geen opwektechniek, maar een opslagtechniek. Er bestaat dan ook geen wettelijke grondslag om lokaal eigendom bij batterijen verplicht te stellen of hier een streven voor af te dwingen. Daarom raden wij de provincie af om een (inspannings)verplichting voor lokaal eigendom bij batterijopslag op te nemen.
Met de hierboven genoemde aanbevelingen beogen wij bij te dragen aan een versterking van het Friese energiebeleid, zodat dit in de praktijk uitvoerbaar, effectief en toekomstbestendig kan worden toegepast. Het Regioteam Energietransitie denkt graag mee en gaat voor de verdere uitwerking hiervan graag in gesprek met de provincie.
Mei freonlike groetnis,
Siebe Overdijk
Namens het Regioteam Energietransitie
siebe.overdijk@nedzero.nl / 06-22654358
