Zienswijze NVDE en Energie-Nederland op Ontwerp – Nota Ruimte
15 december 2025
Graag maken Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Energie-Nederland gebruik van de mogelijkheid een zienswijze te leveren op de Ontwerp Nota Ruimte.
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Energie-Nederland zijn op hoofdlijnen goed te spreken over de Ontwerp Nota Ruimte. De Nota vormt een goede balans tussen ruimtelijke claims als wonen, landbouw, natuur, water en de energietransitie. Terecht is de beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving, onder de noemer economie en energie, als een van de vier hoofdthema’s aangemerkt. We herkennen ons in de genoemde nationale belangen, waarbij meer strategische autonomie overigens sterker meegenomen zou kunnen worden:
• Een toekomstbestendige, circulaire economie
• Een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening en bijbehorende Energiehoofdinfrastructuur
• Klimaatbestendig en klimaatneutraal in 2050
Duurzame energiewinning met veel opwek en productie in eigen land vraagt meer ruimte dan een fossiel systeem met veel import. Waar energie vroeger vooral van onder de grond kwam, is het nieuwe systeem (naast ondergronds) voor een groter deel ook bovengronds zichtbaar. Dat geldt ook voor het uitgebreidere transportnetwerk. Batterijen, elektrolysers, geothermie-installaties, transformatiehuisjes, windmolens: het vraagt allemaal ruimte. Op land en op zee. En daar zie je er wat van. Onze belangrijkste toetssteen bij het appreciëren van deze Nota is de vraag hoe deze behulpzaam is bij het faciliteren van de energietransitie, zodat we ons land optimaal kunnen inrichten om snel onafhankelijker te worden van geïmporteerde fossiele energie. Ten behoeve van de volgende versie en de uitvoeringsagenda zetten we een aantal suggesties op een rij.
Geef handen en voeten aan het begrip Energieplanologie
Het is goed dat in de Nota het begrip energieplanologie wordt geïntroduceerd. Het is belangrijk dat de energiewereld en ruimtelijke ordenaars zich beter met elkaar verstaan. Terecht staat er: “Het energiesysteem wordt integraal onderdeel van de ruimtelijke ordening”. In het verleden is er niet altijd even kritisch gekeken waar bepaalde assets in het energiesysteem terecht kwamen en niet of dat ook binnen het systeem de meest logische plekken waren. Evenmin waren de noden en mogelijkheden van het energiesysteem zelf bij het plannen van energievragers vaak leidend. Bij toenemende schaarste van ruimte (en netcapaciteit) kunnen we ons dat niet langer permitteren. Vaker dan voorheen moeten de kansen en beperkingen van het energiesysteem leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Waarbij dubbel ruimtegebruik terecht genoemd wordt als oplossingsrichting. Daarin kan deze Nota nog meer sturen.
Meer erkenning nodig voor de rol van lokale opwek en opslag
Het besef groeit dat de ruimtelijke claim van energie-infrastructuur groeit en onvermijdelijk verbonden is met de keus voor een duurzaam energiesysteem. Hoewel erkend wordt dat “regionale kansen voor energie beter benut moeten worden” zien we dat besef in de Nota te weinig terug waar het de rol van decentrale opwek en opslag betreft. Te weinig wordt belicht dat verdere doorgroei van zon, wind, duurzame warmte en opslag op land ons energiesysteem robuuster en goedkoper maken. Niet voor niets voorziet het NPE een verdubbeling van de hoeveelheid wind op land en een verdrievoudiging van de hoeveelheid zon. Zon, wind en opslag kunnen juist in tijden van vraagcongestie bedrijven perspectief bieden op ontwikkeling en verduurzaming. En duurzame warmte is onmisbaar om de gebouwde omgeving minder afhankelijk te maken van fossiele import. Dit alles is aanleiding om de benodigde ruimte voor decentrale opwek en opslag beter te kwantificeren en te borgen en zeker geen nieuwe belemmeringen op te werpen.
Wind op zee: werkpaard van de energietransitie
Wind op zee is hét werkpaard van de energietransitie. Onze ondiepe, windrijke voortuin de Noordzee biedt prachtige perspectieven. Een recente studie laat zien dat de kosten van duurzame energie in Nederland en Saoedi-Arabië vergelijkbaar kunnen zijn voor industriële ketens. De Nota kan op het punt van de ambities en de benodigde ruimtelijke reserveringen voor wind en waterstofproductie op zee scherper. De dominante formulering is: “een grote rol voor wind op zee”. Dat is rijkelijk vaag. Hoewel de ambities voor 2040 recent door het Rijk zijn afgeschaald van 50 naar 30 tot 40 GW, pleiten wij ervoor deze veel duidelijker als ambitie in de Nota te verankeren, inclusief de ruimtelijke reserveringen. Dat gaat ook voor het doel van 70 GW in 2050. Ook al zou dat doel in de loop van de decennia niet haalbaar blijken, dan nog is het verstandig de ruimtelijke reservering te maken.
Milieugebruiksruime en tijdige aansluiting op infra
Terecht erkent de Nota dat er fysieke ruimte nodig is voor CO2-vrije flexibele elektriciteitsproductie. Dat zal waarschijnlijk gaan gebeuren in groen gas, waterstof- of biomassacentrales. Voor een mogelijke investering in deze en andere relevante technieken is een ruimtelijke reservering alleen niet voldoende: Er moet ook emissie-ruimte naar lucht en water vergund kunnen worden. De Nota erkent
deze noodzaak van milieuruimte, maar mag nog concreter worden hoe hier uitvoering aan kan worden gegeven. Ook moet er tijdig ruimte op de stroom- en gas of waterstofnetten aanwezig zijn. De
noodzaak van milieugebruiksruimte en tijdige aansluiting op infra geldt ook voor andere, relatief nieuwe assets in het energiesysteem, als elektrolysers of opslag van warmte of duurzame gassen. Wij stellen ons ook de vraag hoe de correcte constatering dat een toekomstbestendig energiesysteem soms méér milieugebruiksruimte vraagt zich verhoudt tot de aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de aangekondigde afstandsnormen voor wind. Een erkenning van de noodzaak van milieugebruiksruimte voor deze cruciale technieken zou welkom zijn.
Haal Nederland van het stikstofslot
Energie(infra)projecten ondervinden veel hinder van de stikstofcrisis. Juist omdat duurzame energieprojecten of energieinfra juist een deel van de oplossing zijn en de stikstofuitstoot (helpen) beperken, is het pijnlijk dat deze vertraging ondervinden of zelfs geen doorgang hebben door de stikstofcrisis. Behalve een geloofwaardig pakket maatregelen om de uitstoot te beperken, doet Nederland er goed aan alle ruimte te
nemen die in het European Grids Package worden voorgesteld om de vergunningverlening voor duurzame energie(infra)projecten vlot te trekken. Het zou passen dat in de Nota en de uitvoeringsagenda vast te leggen.
Doorwerking van uitgangspunten bij decentrale overheden
Zijdelings aangestipt, maar nog weinig prominent wordt erkend dat we veel vaker zullen moeten leren werken met dubbel ruimtegebruik om de benodigde locaties voor de uitbreiding van ons energiesysteem te vinden. Tegelijk zal het niet altijd mogelijk zijn alle belangen die nu zijn verankerd in verschillende landschappelijke beschermingsregimes te blijven honoreren, als we serieus zijn over de noodzaak van het vinden van ruimte voor een toekomstbestendig energiesysteem. Ook helpt het als landelijk gedefinieerde ruimtelijke claims voor energieinfra of -projecten snel bekend worden op decentraal niveau, zodat de zoekopgave zonder vertraging van start kan. Deze noties én de doorvertaling daarvan zouden we graag steviger verankerd zien in de Nota en in de Uitvoeringsagenda. Daarbij hoort ook de vraag hoe handen en voeten wordt gegeven aan de doorvertaling van zulke uitgangspunten in de decentrale regels en uitvoeringspraktijk.
Reserveer ruimte voor de energietransitie
Om het aanwijzen van locaties voor energie(infra)projecten te bespoedigen doen wij de suggestie om gemeenten (of provincies) de opdracht te geven twee procent van hun grondgebied te bestemmen voor de energietransitie. Zo wordt ook gewaarborgd dat projecten een plek krijgen die weliswaar cruciaal zijn voor het systeem maar niet per se voor de gemeente in kwestie een plek krijgen. Duitsland hanteert dit systeem voor windenergie, waarbij deelstaten een paar procent van hun grond daarvoor beschikbaar moeten stellen. Dat kan breder getrokken naar andere assets waar de energietransitie om vraagt.
Doorlooptijden
Een ander belangrijk punt voor de uitvoeringsagenda betreffen de erg lange doorlooptijden voor energie(infra)projecten. Een voorbereidingstijd van zes tot acht jaar, bij een realisatietijd van twee jaar is vrij gebruikelijk, maar uiteraard echt uit balans. Ruimtelijk beleid kan niet los gezien worden van de uitvoeringspraktijk. De in de CDA/D66 – agenda Samen aan de slag voor een sterker Nederland aangekondigde
Crisiswet Netcongestie zou in elk geval voor infra aanknopingspunten bieden, maar ook elektrificatie en opslag en opwekprojecten hebben te kampen met deze problemen. Een andere bruikbare suggestie wordt gedaan in het rapport Kantelpunt voor klimaat en industrie van de overlegtafel CO2-heffing: het 2×2 principe, twee procent ruimte reserveren voor de energietransitie én het uitgangspunt bij vergunningverlening wordt ‘twee jaar praten, twee jaar bouwen’. Ook stellen we ons de vraag wat deze Nota kan betekenen voor een project als de Delta Rijn Corridor, die door 29 gemeenten en drie provincies loopt. Biedt deze handvaten die helpen bij versnelling van het proces? We dringen erop aan deze suggesties en vragen uit te werken in de uitvoeringsagenda.
