Zienswijze op de Ontwerp herziening Omgevingsbeleid 2025
15 december 2025
Het Regioteam Energietransitie, bestaande uit Holland Solar, NedZero, Energie-Nederland, Energy Storage NL en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, heeft met interesse kennisgenomen van de Ontwerp Herziening van het Omgevingsbeleid 2025 van de provincie Zuid-Holland. Hieruit volgt onder meer dat er gebieden zijn aangewezen waar gezocht mag worden naar locaties voor het plaatsen van windturbines. Dat juicht het Regioteam toe.
Windmolens kunnen een belangrijke rol spelen bij afnamecongestie, dragen bij aan de energieonafhankelijkheid van Nederland en zijn noodzakelijk om de RES- en klimaatdoelen te behalen. Daarnaast is windenergie-opwek op land momenteel de goedkoopste bron van energie die er is.
In dit document presenteert het Regioteam zijn visie op de Ontwerp Herziening van het Omgevingsbeleid. Eerst wordt de rol van windenergie in de energietransitie uiteengezet. Vervolgens doen wij suggesties voor een aantal zoekgebieden die niet zijn meegenomen, maar wel in aanmerking zouden moeten komen. Tot slot stellen wij voor om een drietal artikelen uit de Ontwerp wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) aan te passen, dan wel te schrappen. Wij hopen dat deze zienswijze helpt bij verdere besluitvorming van de provincie.
Rol van wind in de energietransitie
Wind op land is een onmisbaar onderdeel van de energietransitie. Allereerst kunnen windmolens een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van afnamecongestie. Windenergie is namelijk een zeer goede aanvulling op zonne-energie: als de zon niet schijnt, waait het relatief vaak en andersom. Juist in tijden van netcongestie is dat een fijne notie: zon en wind kunnen hun kabels delen. Sowieso is het goed te benadrukken dat wind en zon, al dan niet in combinatie met batterijen, hard nodig zijn om stroom te leveren aan nieuwe ontwikkelingen in Zuid-Holland. Nieuwe woonwijken en bedrijfsuitbreidingen die onzeker worden door (dreigende) afnamecongestie, kunnen van duurzame stroom voorzien worden door voldoende lokale opwek. Wind is daarbij onmisbaar.
Ten tweede maakt wind op land ons land energie-onafhankelijker. Door meer eigen duurzame energie op te wekken, in plaats van te importeren uit het buitenland, vergroten we de weerbaarheid en strategische autonomie van ons land. Oranje-groene energie van eigen bodem vormt daarmee een stevige basis voor een economische stabiliteit en is een garantie op
onze vrijheid.
Daarop volgt dat wind op land vergleken met fossiel een stabiele vorm van energie is, zeker in combinatie met zon op land en batterijen. Deze combinatie vult elkaar aan en biedt een betrouwbaar, schoon en goedkoop energiesysteem. In een land met grote opgaven voor woningen en industrie is deze voorspelbaarheid broodnodig. Daarnaast is het mogelijk met de opbrengsten van de windmolen de lokale omgeving een steuntje in de rug te geven. Dat kan bijvoorbeeld met een omgevingsfonds, financiële participatie of andere lokale stimuleringsmaatregel.
Tot slot is extra windenergie essentieel om de RES- en klimaatdoelen te realiseren. De meeste Zuid-Hollandse RES-regio’s liggen niet op koers om het gemeenschappelijke doel van 6,3-6,8 TWh aan groene energie in 2030 te behalen. Hiervoor zijn 80-90 extra windmolens nodig. Momenteel komt de verwachte productie van de zeven RES-regio’s in 2030 uit op 69-74% ten opzichte van het RES-bod. Daarnaast is sinds het vaststellen van de RES’sen in 2021 het CO2- reductiedoel in de Klimaatwet aangescherpt van 49% naar 55%. Daarmee is het realiseren van de regionale doelen urgenter én noodzakelijk om ook het nationale klimaatdoel van 2030 te kunnen behalen. De herziening van het omgevingsbeleid biedt daarom een uitgelezen kans om een grote stap te zetten richting het tijdig behalen van deze doelen.
Extra zoekgebieden uit het OER
In de omgevingseffectrapportage zijn de gevolgen van windturbines op verschillende gebieden in kaart gebracht. Het Regioteam is blij met het toevoegen van nieuwe gebieden. Wel zijn we ervan overtuigd dat niet alle zoekgebieden maximaal benut zijn. Wij doen daarom graag een suggestie om, ondanks de bevindingen uit de rapportage, nog twee gebieden toe te voegen:
– NA.01.HR
– LE.10.MH
Wij zien graag nog dat deze twee gebieden worden meegenomen. Voor NA.01.HR geldt dat een gebied waarbij wordt aangegeven dat het weinig historisch karakter heeft niet wordt vrijgesteld. Dit zijn de typen gebieden die het beste benut kunnen worden voor de ontwikkeling van windturbines. Voor LE.10.MH geldt dat hier een samenwerking met de provincie Utrecht
mogelijk zou moeten zijn om extra land te benutten.
Voorstel aanpassing artikelen ZHOV
Tot slot zien wij graag dat onderstaande artikelen uit de Ontwerp wijziging van de ZuidHollandse Omgevingsverordening worden aangepast, dan wel geschrapt.
Afdeling 7.3.21 wijziging artikel 7.74a, Lid 4
Het introduceren van de energietoets lijkt op een reactie om te voorkomen dat te grote zonneen windparken ontwikkeld worden (die niet aansluiten bij de opwek zoals gewenst is in de provincie). Echter, de opwek en groottes hierbij zijn al uitgewerkt in de doelstellingen zoals geformuleerd in de RES. Per RES-regio is een bod opgesteld hoeveel duurzame opwek gerealiseerd moet worden in de regio, om het gemeenschappelijke doel voor de gehele provincie te behalen. De verwachte elektriciteitsvraag en het verwachte elektriciteitsaanbod zijn hierin reeds verwerkt. Het is, op basis van de RES doelstellingen, aan gemeenten om aan het bod te voldoen en de zoekgebieden uit te werken.
Ook de andere deelvragen zoals genoemd onder de toelichting van lid 4 bevat reeds bekende informatie. Zo zijn de verwachte profielen per jaar en per dag waarop elektriciteit wordt afgenomen en aangeboden al bekend. Per project zal hier geen nieuwe informatie uit voortkomen.
Daarnaast liggen zaken omtrent de aansluiting op het elektriciteitsnet die hiervoor nodig is, de beschikbare capaciteit en/of ingrepen om dit beschikbaar te maken, en de inzet om de capaciteitsvraag van het elektriciteitsnet zo klein mogelijk, congestieneutraal of congestieverzachtend te maken, bij de netbeheerder. Netbeheerders weten hoeveel projecten zijn aangevraagd en hoeveel concrete plannen er liggen. Wederom beslist de netbeheerder welke ingrepen er gedaan moeten worden, gebaseerd op de plannen die bij de netbeheerder liggen. Alles omtrent de aansluiting en de capaciteitsvraag worden afgestemd met de netbeheerder en vindt plaats na de vergunningsverlening. Een toetsing vooraf, via de energietoets, heeft dus geen zin.
Overigens staat in Lid 4: ‘Soms is door de netbeheerders -anders dan de algemene uitgangspunten- geen uitspraak te doen zoals wordt gevraagd in dit lid’. In de praktijk zal dit altijd het geval zijn voor de aansluiting voor zon- en windprojecten; een netbeheerder zal geen uitspraak doen. Dit is dus overbodig. Concreet stellen wij voor om Lid 4 uit artikel 7.74a, niet van toepassing te laten zijn op het eerste Lid, onder c (elektriciteitsopslagsystemen), en het eerste Lid, onder e (wind- en zonneparken).
Afdeling 7.3.21 wijziging artikel 7.74a, Lid 5
De opsomming van de leidende principes voor een duurzaam energiesysteem zoals genoemd in de toelichting van het vijfde Lid is niet toepasbaar en niet toetsbaar op het moment van
vergunningsverlening voor elektriciteitsopslagsystemen en zon- en windprojecten. Concreet stellen wij voor om Lid 5 uit artikel 7.74a, niet van toepassing te laten zijn op het eerste Lid, onder c (elektriciteitsopslagsystemen), en het eerste Lid, onder e (wind- en zonneparken).
Afdeling 7.3.21 wijziging artikel 7.74a, Lid 6
De ontwikkelingen van EOS’en zullen streven naar congestieneutraal of congestieverzachtend te worden ingezet, waardoor deze maatschappelijke toegevoegde waarde heeft. Een EOS wordt namelijk niet aangesloten op het moment dat de EOS hier niet aan voldoet. Zoals in de Omgevingsverordening geformuleerd, zou het toetsingsmoment plaatsvinden vóór de vergunningsverlening. Dit is in de praktijk pas ná de vergunningsverlening in overleg met de netbeheerder.
Concreet stellen wij voor om Lid 6 uit artikel 7.74a te schrappen.
Concluderend
Het Regioteam Energietransitie vindt het vrijkomen van nieuwe zoekgebieden een verstandige keuze. Wind op land is essentieel om afnamecongestie tegen te gaan, energie-onafhankelijker te worden en de klimaat- en RES-doelen te behalen. Wij stellen voor om twee extra gebieden toe te voegen. Tot slot stellen wij voor om een aantal artikelen uit de Ontwerp wijziging ZHOV aan te passen, dan wel te schrappen. Wij hopen dat onze zienswijze en de aangedragen punten mee worden genomen in verdere besluitvorming.
Met vriendelijke groet,
Krystal-Marie Benjamins
0634746530
Namens het Regioteam Energietransitie
NVDE, Energie-Nederland, Holland Solar, NedZero, Energy Storage NL
