Position papers

Reactie Regioteam Energietransitie op ontwerpbeleid grootschalige batterijopslag Flevoland

Reactie van Regioteam Energietransitie op ontwerpbeleid grootschalige batterijopslag Flevoland – 23 December 2025

Het Regioteam Energietransitie (NVDE, Holland Solar, NedZero, Energie-Nederland en Energy Storage NL) waardeert dat de provincie Flevoland expliciet via ruimtelijk beleid richting geeft aan grootschalige batterijopslag. Het ontwerp laat zien dat de provincie het energiebelang serieus meeneemt in ruimtelijke afwegingen en voortbouwt op het eerdere experimentenkader. Dat is belangrijk, zeker in een provincie waar netcongestie structureel economische ontwikkeling en verduurzaming remt.

Tegelijkertijd zien wij in het ontwerpbeleid een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden die nadere verduidelijking en verruiming behoeven om de inzet van energieopslag in de praktijk optimaal te laten bijdragen aan het energiesysteem. Met deze reactie doen wij daarom een aantal concrete aanbevelingen, die wij hieronder toelichten, met als doel het beleid verder te versterken en toekomstbestendig toe te passen binnen zowel de ruimtelijke als de energetische context.

Benader batterijen vanuit hun brede systeemfunctie

In het ontwerpbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen vier type batterijen, waarbij grootschalige systeembatterijen expliciet worden benoemd als batterijen die bijdragen aan de balancering van het landelijke net. Vanuit energiesysteemperspectief is deze formulering te beperkt. In de praktijk kan iedere batterij — groot of klein, centraal of decentraal — bijdragen aan netbalancering, afhankelijk van de aansturing en de marktrol. Welke diensten een batterij levert, wordt vastgelegd in contracten tussen netbeheerder en ontwikkelaar en is daarmee primair een energetische en contractuele afweging. Het expliciet toeschrijven van balanceringsfunctionaliteit aan één batterijtype kan ertoe leiden dat de systeemwaarde van andere batterijen beleidsmatig wordt onderschat, terwijl zij in de praktijk een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Wij adviseren daarom om in het ontwerpbeleid batterijen niet primair te definiëren op basis van één specifieke systeemfunctie, maar uit te gaan van hun potentiële inzetbaarheid binnen het energiesysteem, afhankelijk van aansturing en marktrol.

Verduidelijk de energietoets met eenduidige definities per batterijcategorie

Daarnaast introduceert de provincie een energietoets als instrument om het energiebelang mee te wegen bij de beoordeling van ruimtelijke besluiten en vergunningen. Daarbij wordt gevraagd vast te stellen of een batterij ten minste congestieverzachtend of congestieneutraal is. Hoewel wij het inzetten van een energietoets ondersteunen, is in het ontwerpbeleid onvoldoende uitgewerkt wat onder deze begrippen precies wordt verstaan. De betekenis van congestieverzachtend of congestieneutraal is sterk afhankelijk van het type batterij, de wijze van aansluiten en de functie binnen het net. Zo verschilt de beoordeling voor een grootschalige systeembatterij wezenlijk van die voor een batterij in co-locatie met opwek of afname. Wij achten het daarom wenselijk dat het beleid per categorie batterij verduidelijkt wat onder congestieverzachtend en congestieneutraal wordt verstaan en hoe deze beoordeling plaatsvindt. Dit vergroot de voorspelbaarheid en eenduidigheid van de energietoets, voorkomt interpretatieverschillen tussen projecten en draagt bij aan een consistente toepassing van het beleid.

Verruim de locatiekeuze voor systeembatterijen naar relevante energieknooppunten

Het ontwerpbeleid geeft ruimte aan grootschalige systeembatterijen uitsluitend bij de hoogspanningsstations in Ens en Lelystad. Het is voor ons niet duidelijk of deze keuze tot stand is gekomen in afstemming met de netbeheerders, of primair ruimtelijk is ingegeven. Vanuit netbeheerperspectief zijn echter niet alleen hoogspanningsstations relevant, maar ook andere energieknooppunten, zoals middenstations, waar netcongestie zich in de praktijk vaak manifesteert. Door systeembatterijen uitsluitend te koppelen aan hoogspanningsstations wordt een belangrijk deel van de potentiële systeemwaarde van energieopslag uitgesloten, terwijl juist nabijheid van lokale knelpunten de effectiviteit van opslag kan vergroten. Wij adviseren om de locatiekeuze voor systeembatterijen niet exclusief te koppelen aan de hoogspanningsstations in Ens en Lelystad, maar deze in afstemming met de netbeheerders te verruimen naar andere relevante energieknooppunten, zoals middenstations. Door het beleid meer netgericht in te richten kan de systeemwaarde van opslag beter worden benut en blijft het beleid robuust bij toekomstige ontwikkelingen in het elektriciteitsnet.

Hanteer de afstandsgrens als richtwaarde met ruimte voor maatwerk

In het verlengde hiervan achten wij het hanteren van een maximale afstand van 1 km tussen systeembatterijen en hoogspanningsstations onvoldoende onderbouwd vanuit technisch en energetisch perspectief. Grotere afstanden zijn technisch goed mogelijk; zij leiden weliswaar tot hogere aansluitkosten, maar deze komen voor rekening van de initiatiefnemer. Wanneer een batterij op grotere afstand ruimtelijk beter inpasbaar is, is niet duidelijk waarom deze optie bij voorbaat wordt uitgesloten. Het beleidsdoel van deze afstandsgrens wordt in het ontwerp onvoldoende gemotiveerd. Wij adviseren daarom om deze afstand te hanteren als voorkeur, in plaats van als een harde norm, zodat maatwerk mogelijk blijft.

Leg bij batterijen bij windopwek de nadruk op nabijheid van het aansluitpunt

Verder stelt het ontwerpbeleid dat batterijen bij windopwek uitsluitend zijn toegestaan wanneer zij zijn gesitueerd op of aangrenzend aan een nabijgelegen bedrijventerrein, met als doel de openheid van het landschap te behouden en solitaire clusters van bebouwing te voorkomen. Hoewel deze ruimtelijke ambitie begrijpelijk is, achten wij deze voorwaarde in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. In de praktijk worden batterijen bij windopwek doorgaans geplaatst in de directe nabijheid van het onderstation waarop de windturbines zijn aangesloten. Deze onderstations liggen veelal niet in de buurt van bedrijventerreinen. Het koppelen van batterijen aan bedrijventerreinen leidt er daardoor toe dat de afstand tussen batterij en onderstation groter wordt, met extra kabeltracés, hogere kosten en een grotere ruimtelijke impact als gevolg. Dit staat haaks op het streven naar een efficiënte en zorgvuldige inpassing van energieinfrastructuur en sluit bovendien niet aan bij de projecten die zijn gerealiseerd binnen het eerdere experimentenkader, waarin nabijheid van het aansluitpunt leidend was. Wij adviseren daarom om de locatie-eisen voor batterijen bij windopwek te heroverwegen en meer nadruk te leggen op nabijheid van het onderstation of het relevante netknooppunt, in plaats van op nabijheid van bedrijventerreinen. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij de benadering voor systeembatterijen, bijvoorbeeld door te werken met een vergelijkbare richtafstand in plaats van een harde ruimtelijke koppeling. Dit vergroot de flexibiliteit, sluit beter aan bij de technische realiteit en voorkomt onnodige ruimtelijke en energetische inefficiënties.

Geef meer flexibiliteit in de capaciteitsratio bij opweklocaties

Voor batterijen bij opweklocaties geldt een vaste verhouding tussen opslagcapaciteit en het piekvermogen van de opwekinstallatie. Hoewel deze verhouding aansluit bij de huidige generatie batterijen, houdt zij onvoldoende rekening met technologische ontwikkelingen in batterijopslag en met toekomstige scenario’s waarin zowel de hoeveelheid hernieuwbare opwek als de behoefte aan opslag sterk toeneemt. Een starre ratio kan toekomstige, efficiëntere toepassingen van opslag onbedoeld beperken Daarnaast betreft de exacte dimensionering en inzet van opslag primair een energetische en contractuele afweging tussen initiatiefnemer en netbeheerder. Wij achten het wenselijk dat het provinciale beleid hier meer ruimte laat, zodat het zichzelf in de toekomst niet in de voet schiet.

Bied voldoende investeringszekerheid via een realistische vergunningsduur

Voor overige congestieverzachtende batterijen hanteert het ontwerpbeleid een maximale vergunningsduur van 15 jaar, om flexibiliteit voor toekomstige ruimtelijke keuzes te behouden. In de praktijk kennen batterijprojecten echter een lange voorbereidingsfase, waardoor de effectieve exploitatieduur aanzienlijk korter is. In combinatie met de onzekerheid over inkomsten uit batterijopslag beperkt dit de investeringszekerheid. Wij adviseren daarom om de maximale vergunningsduur gelijk te trekken met die van andere batterijtypen en voor alle batterijen uit te gaan van een uniforme vergunningsduur van 25 jaar. Dit vergroot de consistentie binnen het beleid en biedt initiatiefnemers voldoende zekerheid om projecten verantwoord te realiseren en te exploiteren.

Maak de afweging tussen ruimtelijke kwaliteit en energiebelang expliciet

De provincie stelt terecht dat versnippering en verrommeling van het landschap moeten worden voorkomen en dat energie-infrastructuur moet meebewegen met bestaande landschappelijke structuren. Tegelijkertijd blijft in het ontwerp onduidelijk hoe de afweging tussen ruimtelijke kwaliteit en het energiebelang precies wordt gemaakt. Energie-infrastructuur, waaronder energieopslag, wordt door de Europese Commissie expliciet aangemerkt als een zwaarwegend publiek belang. Wij bevelen aan om duidelijker te maken hoe dit publieke energiebelang binnen de ETFAL-afweging weegt ten opzichte van landschappelijke belangen. Dit biedt beleidsmedewerkers, gemeenten en initiatiefnemers vooraf meer duidelijkheid over de ruimte en grenzen binnen het beleid en voorkomt onzekerheid in vergunningprocedures.

Pas landschappelijke inpassing locatiegericht toe

Tot slot waarderen wij de aandacht voor landschappelijke inpassing, maar zien wij risico’s in het hanteren van uniforme, kwantitatieve eisen zoals vaste percentages en minimale breedtes. Landschappen in Flevoland verschillen sterk per locatie. Een meer locatie-specifieke benadering, waarbij de criteria als streefwaarden worden gebruikt in plaats van harde normen, vergroot de uitvoerbaarheid zonder afbreuk te doen aan ruimtelijke kwaliteit.

Tot slot waarderen wij het initiatief van de provincie om via ruimtelijk beleid richting te geven aan grootschalige batterijopslag. Met de bovenstaande aandachtspunten beogen wij bij te dragen aan een verdere verduidelijking en versterking van het beleid, zodat dit in de praktijk effectief entoekomstbestendig kan worden toegepast. Wij denken hierover graag mee en gaan hierover graag verder in gesprek.

Met vriendelijke groet,
Krystal-Marie Benjamins
krystal-mariebenjamins@nvde.nl
+31634746530

NVDE, Holland Solar, NedZero, Energie Nederland, Energy Storage NL