Dank voor de mogelijkheid tot indienen van een reactie in de consultatie Subsidie Onderzoek Energiehubs, of kortweg EHUB.
Zoals terecht in de toelichting van de voorliggende regeling wordt gesteld is het op het moment, i.v.m. netcongestie en uitdagingen in het uitbreiden van ons elektriciteitsnet, erg lastig voor bedrijven te verduurzamen, vestigen of groeien. We zullen ons net efficiënter moeten gebruiken. Bedrijven moeten kijken wat mogelijk is binnen de bestaande aansluiting – achter de meter is immers vaak nog veel mogelijk – of collectieve opties moeten verkennen. Daarmee pak je tegelijk ook de kans om lokaal weerbaarder te zijn tegen prijsschokken door meer hernieuwbare energie mogelijk te maken, lokaal te gebruiken en op te slaan.
De subsidiemodule EHUB – als onderdeel van het Stimuleringsprogramma Energiehubs – beoogt de ontwikkeling van energiehubs te stimuleren door ondernemingen te ondersteunen in het doen van onderzoek naar het vormen dan wel uitbreiden van een energiehub. Wij waarderen het zeer dat deze subsidieregeling er komt! Het ontwikkelen van een energiehub is een waardevolle*, maar ook ingewikkelde en tijdrovende bezigheid. Ondernemers, medeoverheden, netbeheerders, bewoners en andere stakeholders zullen elkaar moeten vinden. Hulp in deze eerste fase kan flink behulpzaam zijn.
*De toegevoegde waarde van energiehubs in Nederland kan oplopen tot 20,4 miljard euro in 2050, blijkt uit onderzoek. Dat komt doordat deze energiesamenwerkingsvorm voor 3,3 tot 6,2 gigawatt aan netverzwaring overbodig maakt.
Met deze consultatiereactie sluiten we aan bij de vragen die in de consultatie zijn voorgelegd. Maar nemen ook de ruimte om bredere punten onder de aandacht te brengen.
Vraag 1:
Zijn de bedragen passend voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt ontvangen? Let op: de subsidie betreft enkel kosten voor onderzoek. Proceskosten worden niet meegenomen in de subsidie.
De absolute hoogte van de subsidie kan passend zijn. De subsidiebedragen voor de studie komen ons echter wat willekeurig over. De bandbreedte van €25.000 tot €35.000 komt op ons -ondanks gebaseerd op analyse- als smal over. En wij begrijpen niet waarom de bandbreedte bij uitbreiding van een energiehub vergelijkbaaris , maar niet exact gelijk, namelijk €25.000 tot €32.000. Bovendien is niet duidelijk wanneer je recht hebt op de bovenkant of onderkant van de bandbreedte, complexiteit is immers niet alleen afhankelijk van de grootte van een hub. De verschillende subsidie-intensiteit tussen nieuwe en uit te breiden energiehubs van respectievelijk 70 en 40% vinden we daarentegen logisch.
Vraag 2:
Denken aanvragende partijen te kunnen voldoen aan de informatieverplichting van het inzicht in lokale elektriciteitsinfrastructuur?
Weten waar een energiehub maximale impact kan hebben, begint bij goede informatie. Een succesvolle energiehub vraagt niet alleen om toegang tot netinformatie, maar ook om gestandaardiseerde toegang tot meetdata, energiedata en flexibiliteitsdata van deelnemers. Open standaarden en interoperabele EMS-oplossingen zijn daarbij essentieel om samenwerking tussen verschillende systemen en leveranciers mogelijk te maken. Dan wordt duidelijk waar een energiehub het net maximaal kan ontlasten, zodat er zo veel mogelijk kansen voor nieuwe aansluitingen ontstaan. De juiste informatie tot je beschikking krijgen is helaas best uitdagend.
Het Rijk kan helpen door de wet- en regelgeving over informatie over netcapaciteit aan te passen. Drie aanbevelingen om dit te verbeteren, ondanks dat deze grotendeels buiten de voorliggende EHUB subsidieregeling vallen:
- Maak capaciteitsbudgetten inzichtelijk en actueel. Netbeheerders beschikken over informatie over beschikbare netcapaciteit per aansluiting, per tijdstip op kwartiersniveau, en per regio. Die informatie is cruciaal voor bedrijven en gemeenten die een energiehub willen opzetten. Maak deze data tijdig, volledig en op lokaal niveau beschikbaar.
- Faciliteer gestructureerde data-uitwisseling tussen partijen. Energiehubs ontstaan op het snijvlak van bedrijven, netbeheerder en gemeente. Als bedrijven hun energieverbruik, verduurzamingsplannen en uitbreidingswensen delen, en netbeheerders inzicht geven in netarchitectuur, beschikbare capaciteit en aansluitingsmogelijkheden, wordt snel duidelijk waar de beste kansen liggen. De overheid kan dit proces faciliteren door heldere kaders te scheppen voor data-deling en door tools beschikbaar te stellen. Marktpartijen spelen hier al een actieve rol; de bottleneck zit vaak in het ontbreken van gestandaardiseerde formats en heldere afspraken over wie wat deelt.
- Betrek bedrijven vroegtijdig bij planvorming en omgevingsvisies. Geef bedrijven en bedrijventerreinen tijdig inzicht in toekomstige netbeperkingen, zodat ze zich kunnen voorbereiden. En dan bij voorkeur dáár waar een energiehub een oplossing kan bieden.
Vraag 3:
Is de voorgestelde realisatietermijn haalbaar?
De voorgestelde realisatietermijn van de studie van één jaar, lijkt ons prima. Voor het indienen van de subsidie aanvraag vergt de aanvraag al -terecht- voorwerk. Zoals duidelijk hebben welke partijen daadwerkelijk geïnteresseerd zijn, wat de individuele verbruiksprofielen zijn, en -belangrijk- de netarchitectuur van de betrokken partijen. Dit vergt al veel tijd. Aangezien dit niet mee telt binnen de realisatietermijn van de studie, maar vooraf, lijkt ons 12 maanden haalbaar.
Wel moet rekening worden gehouden met (soms trage) vergunningen en procedures. Voor snelle vergunningverlening kan lering getrokken worden uit casussen waar dit is gelukt.
Verder: In de regeling wordt verwezen naar artikel 23, onderdeel b; het is ons onduidelijk waar dit precies naar verwijst, aangezien wij artikel 23 niet kunnen vinden.
Vraag 4:
Zijn er behoeften en/of randvoorwaarden breder dan deze subsidie waarin nog niet wordt voorzien, maar die wel nodig zijn om de mogelijkheid van een energiehub te onderzoeken of het vormen van een energiehub tot een succes te maken?
Meerdere uitdagingen binnen de energietransitie zijn ook een energiehub helaas niet vreemd. Toch zijn ook daar optimalisaties mogelijk. De rol van kennisdeling, zoals inmiddels is ingezet via www.energiehubs.nl en de Provinciale en landelijke kennisdeling dagen zijn daarom heel waardevol.
Bij energiehubs is veel zonder vergunning mogelijk: inventarisaties maken, energie onderling uitwisselen, GTO’s afsluiten, zonnepanelen plaatsen en tot op zekere hoogte batterijen installeren. Maar zodra een hub wil groeien (bijvoorbeeld met windenergie, grotere opslagcapaciteit of nieuwe infrastructuur) spelen vergunningen, ruimtelijke procedures en verdergaande business case een cruciale rol. En daar loopt het nu te vaak vast. Een aantal maatregelen:
- Standaardiseer documenten en processen. GTO-templates, businesscase-voorbeelden en standaardprocedures verlagen de drempel enorm voor minder ervaren partijen. Arcadis-onderzoek in opdracht van NVDE laat zien dat de energietransitie tot 75% sneller kan verlopen binnen de huidige wet- en regelgeving, mits partijen samenwerken en processen standaardiseren. Dit geldt zeker voor GTO’s: wie het wiel al heeft uitgevonden, moet dat niet steeds opnieuw doen.
- Introduceer een Nederlandse variant van het Duitse ‘artikel 8a’. Dit artikel uit de Duitse milieuwet (§8a BImSchG) biedt de mogelijkheid om onder strikte voorwaarden al met de uitvoering te beginnen voordat de volledige vergunningsprocedure is afgerond, mits er een redelijke verwachting is dat de vergunning verleend wordt. Als de vergunning toch niet doorgaat, moet de situatie worden hersteld. Arcadis-onderzoekers noemen dit een ‘‘krachtig instrument voor versnelling’’ voor projecten met een uitgebreide procedure, zoals in de energietransitie.
- Weeg maatschappelijke baten mee in de Business Case van energiehubs, en laat deze verwaarden in t.b.v. individuele business cases. De waarde van vastgoed en gecontracteerd vermogen speelt mee in de afweging van ondernemers. Betrouwbaarheid en stabiliteit op de lange termijn wegen namelijk vaak zwaarder dan een zo laag mogelijke prijs. De daadwerkelijke impact op vastgoedwaarde is nog niet zo eenduidig bekend. Om risico’s te beperken is het goed ook hier kennis op te bouwen en te delen. Daarnaast heeft een energiehub maatschappelijke waarde, dit komt nu nog niet goed naar boven in business cases. Zoals in netcongestie voor alle gebruikers. En energiehubs versterken daarnaast ook samenwerking en gemeenschapsvorming tussen bedrijven en andere lokale partijen.
- Tot slot geeft bij batterijen de aansluitcapaciteit en dubbele energiebelasting grote knelpunten. Die dubbele belasting maakt businesscases vaak onrendabel. Recent is een motie van het lid Oosterhuis over verkennen hoe dubbele energiebelasting bij opslag kan worden voorkomen aangenomen.
Vraag 5:
Het is mogelijk om interne kosten op te voeren voor het uitvoeren van de studie. In hoeverre is de expertise in huis om deze activiteiten zelf uit te voeren? Denken aanvragende partijen eigen medewerkers in te zetten voor de studie of de studie te laten uitvoeren door een extern bureau?
De ontwikkelingen in het ontstaan van een energiehub zijn zeer divers. Natuurlijk is of zijn er altijd één of meerdere startende partijen, die een zekere mate van interesse in de materie hebben. Maar het kan ook voorkomen dat energie-experts of zeer energie geïnteresseerde partijen bij de vorming van de energiehub betrokken zijn. Wij vinden het daarom goed dat de mogelijkheid bestaat ook interne kosten op te voeren binnen de studie, om deze betrokken expertise te stimuleren en professioneel te benutten.
We vinden het wel goed als/dat een zekere mate van conformiteit en kwaliteitsborging bestaat. Om de ingezette publieke middelen van waarde te voorzien.
Verdere punten ter verbetering
Bij het doornemen van de regelingen ontstaan een aantal vragen of zien we -naar ons idee- mogelijkheden ter verbetering. Deze geven we graag mee:
- Wij zijn erg blij dat vaart wordt gemaakt met deze regeling om de totstandkoming van energiehubs te stimuleren. Heel goed dat wordt beoogd om nog in 2026 de regeling te openen. Dit vergroot natuurlijk de kans om het doel van 500 energiehubs in 2030 operationeel te hebben.
- Verbreed de mogelijkheden voor deelnemers, betrek ook kleinverbruikersaanslutingen. Een kleinverbruikersaansluiting (bijvoorbeeld MKB met enkele laadpalen) is binnen de huidige spelregels onvoldoende om deel te nemen aan een groepstransportovereenkomst (GTO). Terwijl de recente brief ‘‘Voortgang aanpak Netcongestie’’ van Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei De Bat juist GTO’s expliciet noemde als oplossing om ruimte te creëren op bedrijventerreinen. Sta daarom toe dat kleinverbruikaansluitingen worden opgenomen in voorliggende scans en studies, én in GTO’s, ook voor nieuw te ontwikkelen terreinen in green field situaties. Dit maakt energiehubs ook toegankelijk voor het mkb. Stapeling van contracten op basis van variabele transportrechten zou ook behulpzaam zijn, bijvoorbeeld met blokstroom, maar staat los van deze subsidie. Het zorgt er wel voor dat hubs ook in daluren energie kunnen opslaan voor gebruik tijdens piekuren.
- Verruim mogelijkheden voor de aanvragende partij. De aanvrager van de subsidie moet over een aansluiting beschikken. Maar het kan zijn dat de ‘formerende’ partij van de energiehub de gemeente is. Dit is logisch gezien haar rol in de lokale ontwikkeling. Soms is de partij die een energiehub wil formeren niet dezelfde partij die al een aansluiting heeft. Kan in dat geval bijvoorbeeld gewerkt worden met intentieverklaringen van betrokken partijen, zonder dat een administratieve last bij hen komt te liggen?
- Neem ook de digitale architectuur nadrukkelijk mee. Een energiehub functioneert in de praktijk alleen wanneer inzicht, voorspelling en sturing van energiestromen mogelijk zijn. Een CEMS en EMS-en vormen daarmee een cruciale randvoorwaarde voor het realiseren en opschalen van energiehubs. Het verdient aanbeveling om in studies expliciet aandacht te besteden aan de digitale architectuur en EMS-strategie van de hub.
- Laat de maatschappelijke meerwaarde terugkomen in het prioriteringskader. Een energiehub heeft een mini aansluiting, i.p.v. een hele rits aan partijen in de wachtrij. Ondanks dat je dan misschien geen congestieverzachter bent, is het voorkomen van grote netuitbreidingen van grote waarde. Het bestaande prioriteringskader is heel individueel gedacht, denk vanuit het collectief.
- Zet in op kennis en kwaliteit. De rol van de gemeente kan heel positief uitwerken bij energiehubs, stimulerend en verbindend. De kracht van een lokale gemeenschap is dan direct zichtbaar, uitvoering en besluitvorming is waardevol op dit niveau. Kennis is nu echter afhankelijk van willekeur. Support een goede rol door inhoudelijke kennis regionaler en overstijgender te organiseren, met expertgroepen en vliegende brigades. Maar zorg ook dat er lokaal bij de gemeentes zelf kennis groeit in het proces.
- Ondersteun de rol van hubregisseur structureel. Op dit moment wordt een energiehub mogelijk gemaakt tijdens initiatie met subsidie investeringen. Maar deze rol is een structurele rol. Partijen veranderen, behoeftes veranderen, het energiesysteem verandert. Het belang van het decentrale energiesysteem is groot, ook voor de maatschappij. Maar landelijke support hiervoor mogelijk, met meetbare prestatie-vereisten om kwaliteit te borgen. Om te voorkomen dat partijen na enkele jaren in een ‘gat’ vallen, risico’s groter worden en de baten verdampen. Dit risico kan niet allemaal bij bedrijven liggen. We zijn nog lerende.
- Onduidelijkheid bij artikel 4.14.2. lid 1.a.2º. en artikel 4.14.2. lid 1.b.: Hier staat in de tekst van de regeling het woord ‘of’ in de opsomming, waar wij verwachten dat hier ‘en/of’ bedoeld wordt. Aangezien alle drie de doelen bereikt kunnen worden in de maatregelenpakketten, niet slechts één ervan. En bij de studie wordt zelfs gestimuleerd alle vier de onderdelen te onderzoeken, of te onderbouwen waarom niet wordt onderzocht. In de toelichting wordt ook meer gericht op ‘en’ of ‘en/of’ in plaats van op ‘of’.
- Wij vinden het mooi dat kennisdeling een duidelijk onderdeel is van de studie. Waarbij naast delen van kennis en best practices, ook lering getrokken wordt uit een negatief onderzoeksresultaat. Extra prijzenswaardig dat daarbij wordt opgehaald onder welke omstandigheden er wel aanleiding zou zijn geweest voor een succesvolle energiehub. We verwachten dat dit waardevolle inzichten gaat geven om ons energiesysteem nog beter in te richten, en onze economie verder vooruit kan helpen.
Wij wensen u veel succes in de verwerking van de consultatiereacties. Bij vragen of opmerkingen kunt u altijd contact opnemen met ons via Tessa Hermens – van Ruremonde (tessahermens@nvde.nl). We denken graag mee.
