Position papers

NVDE inbreng – Commissiedebat Klimaat & Energie

Commissiedebat Klimaat & Energie – 3 september 2025

De Nederlandse energietransitie is in volle gang en maakt onze economie weerbaarder, beschermt huishoudens tegen geopolitieke prijsschokken, maakt Nederland onafhankelijker van dure fossiele import en vermindert klimaatverandering. Oranje-groene energie, hernieuwbare energie van eigen bodem, vormt hiervoor de sleutel. Het verlaagt CO2- en stikstofuitstoot, versterkt onze strategische autonomie en levert banen en innovatie op. Tegelijk zorgt het voor een stabielere energierekening voor burgers en bedrijven.

Om deze kansen te verzilveren, zijn langjarig, betrouwbaar en consistent beleid én financiering cruciaal. Zonder continuïteit vallen bouw- en productiestromen stil, stokt de uitvoering en verliezen bewoners en bedrijven het vertrouwen. Het Klimaatfonds is daarom geen luxe, maar een noodzakelijke randvoorwaarde: het is in feite een weerbaarheidsfonds dat Nederland beschermt tegen grillige fossiele markten. Datzelfde geldt voor de SDE++, die essentieel is voor de uitrol van hernieuwbare energieprojecten. Ook hier is langjarige budgetzekerheid nodig om investeerders vertrouwen te geven en zwabberend beleid te voorkomen.

Verbeter de businesscase van hernieuwbare energieprojecten met voldoende langjarig subsidiebudget

De SDE++ regeling is ontzettend belangrijk, voor de uitrol van hernieuwbare energie én voor verduurzaming van de industrie via bijvoorbeeld elektrificatie. De NVDE is erg blij met de openstelling van de SDE++ voor 2025 en met de toezegging van 8 miljard euro budget voor de ronde in 2026. De meeste hernieuwbareenergieprojecten hebben echter een veel langere aanlooptijd, en kennen ook andere uitdagingen.

  • Om producenten perspectief te bieden moet het SDE++-budget zo snel mogelijk langjarig zeker worden gesteld, net als het budget voor de nieuwe tweerichtingscontracten voor wind- en zonne-energie (contracts for difference). Verhoog daarom de prijsrisicobuffer met €1 miljard tot het niveau van enkele jaren geleden.
  • De businesscase van zon- en windprojecten staat onder druk, vooral door onzekere inkomsten vanwege het toenemend aantal uren met negatieve prijzen. We hebben dus op korte termijn een geschikte oplossing voor negatieve prijsuren nodig. Dit kan bijvoorbeeld door binnen de SDE++ wel subsidie uit te keren bij uitgestelde levering, oftewel voor stroom die wordt geproduceerd bij een negatieve marktprijs, maar (na opslag in een batterij) aan het net wordt geleverd bij een positieve marktprijs.
  • De ACM verkent momenteel de mogelijke introductie van een invoedingstarief, waarbij producenten van hernieuwbare elektriciteit meebetalen aan de netkosten. Dat is een complex dossier met diverse voor-en tegenargumenten. Maar áls er een invoedingstarief wordt ingevoerd, dienen de extra kosten daarvan te worden meegenomen in de SDE++. Zonder een compensatiemechanisme binnen de SDE++ (en het tweerichtingscontract, de opvolger van de SDE++ voor wind en zon) zullen nauwelijks projecten tot realisatie komen en sluiten de regelingen niet meer aan bij de werkelijke onrendabele top.
  • Decentrale opwek met zon en wind in combinatie met opslag en onderlinge levering biedt perspectief aan bedrijven die willen verduurzamen, maar voorlopig geen zwaardere aansluiting op het stroomnet krijgen. Modelberekeningen van onderzoeksbureau EqoLibrium laten zien dat bedrijven vaak zelf oplossingen kunnen creëren voor een vol stroomnet (met name bij te veel vraag), waardoor zij toch kunnen uitbreiden of verduurzamen. Een rondgang van de NVDE bevestigt dit beeld: overal nemen bedrijven initiatieven om met lokale opwek ondanks netcongestie toch te kunnen verduurzamen.
  • Om onze energieonafhankelijkheid te vergroten en de klimaatdoelen te halen zullen veel woningen komende jaren op een warmtenet worden aangesloten. Voor de verduurzaming van onze warmtehuishouding is voldoende budget nodig binnen het daarvoor relevante domein in de SDE++. Een subsidie die beter aansluit bij de gefaseerde uitvoering van warmteprojecten heeft hierbij de voorkeur. De vergunnings- en realisatietermijn-eisen van de SDE++ leiden ertoe dat niet alle gebouwen meteen aangesloten worden op een warmtenet, maar dat modulair gebouwd wordt naar een groter systeem. Ook zou de SDE++ beter aansluiten bij warmtecategorieën als er meer rekening gehouden wordt met de hoge CAPEX-kosten en een deel van de subsidie als vast bedrag wordt uitgekeerd, onafhankelijk van de productie.

Consistent beleid voor wind op zee: essentieel voor een duurzame en betaalbare toekomst

Windenergie speelt een cruciale rol in de transitie naar een duurzaam, betaalbaar en onafhankelijk energiesysteem. Onze ondiepe, winderige Noordzee, dicht bij energie-intensieve industrie, biedt Nederland een gouden kans. Om de ambitie van 55 procent CO₂-reductie in 2030 te halen en import van aardgas te verminderen, is een verdere uitrol van windenergie op zee onmisbaar. Dit vereist consistent beleid van de overheid. Door stijgende prijzen voor materialen en kapitaal, gecombineerd met een achterblijvende afzetmarkt, staan de financiële vooruitzichten voor windparken op zee echter onder druk.

  • Eén van de sleutels tot succes voor windenergie op zee ligt in het versterken van de vraagzijde: bedrijven en burgers die overstappen van fossiele brandstoffen op schone elektriciteit. Grootschalige elektrificatie van de industrie, de gebouwde omgeving en mobiliteit, is essentieel om de afname van duurzame elektriciteit te waarborgen. Zorg daarom voor een gecoördineerde ontwikkeling van vraag, aanbod en infrastructuur zodat fabrieken op elektriciteit en groene waterstof kunnen draaien.
  • Om te voorkomen dat geplande projecten stilvallen, is in de periode 2026–2027 een overgangsregeling nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een tender onder de SDE++ met een specifiek aanvullende budget. Daarmee wordt een brug geslagen tot 2027, wanneer de introductie van Contracts for Difference wordt voorzien.

Betrouwbaar beleid voor verduurzaming van de gebouwde omgeving

Het isoleren van een woning is goed voor het direct verlagen van de energierekening en levert bovendien comfort en een gezond binnenklimaat op. Het gebrek aan goede isolatie momenteel de belangrijkste factor voor een hoge energierekening. In de gebouwde omgeving loopt de voortgang achter: er zijn nu slechts zo’n 20.000 woningen geïsoleerd via de Lokale Aanpak Isolatie, terwijl er in 2031 750.000 moeten zijn verbeterd. Ook het tempo bij het isoleren van koopwoningen op eigen initiatief is te laag. Dit onderstreept de noodzaak van structurele stimuleringsinstrumenten, eerlijke marktcondities en stabiel en geloofwaardig beleid voor de lange termijn. Alleen zo komen de meest duurzame en maatschappelijk gunstige oplossingen écht van de grond.

  • Bied woningeigenaren en isolatiebedrijven reëel perspectief bij het isoleren. Betaalbare en toegankelijke opties als spouwmuurisolatie worden bemoeilijkt door aanhoudende onduidelijkheid en restricties voor natuurvriendelijk isoleren. Met grootschalige toepassing van de eDNA bemonsteringsmethode om vleermuizen te detecteren zagen isolatiebedrijven het weer positief in. Helaas is inmiddels al meer dan 45 procent van de bedrijven die spouwmuurisolatie aanbieden hiermee gestopt. Als gevolg van aanhoudende onduidelijkheid, de weerstand tegen eDNA in verschillende provincies en het terugdraaien van de eerder gecommuniceerde werkwijze. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) communiceerde onlangs dat isolatiebedrijven niet meer mogen werken volgens de landelijk aanpak natuurvriendelijk isoleren (NVI-methode, waarbij in slechts enkele periodes van het jaar geïsoleerd mag worden), als er sporen van vleermuizen worden gevonden met een eDNA-test. Strijdig hiermee is dat wanneer een isolatiebedrijf direct volgens de aanpak natuurvriendelijk isoleren werkt, in veel provincies de woning wel gewoon mag worden geïsoleerd. Terwijl er dan net zo goed vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Bovendien mag in buitengebieden niet worden geïsoleerd volgens de NVI-methode, waardoor de vijver aan isolatieopdrachten nagenoeg opdroogt. Een multi-interpreteerbare wettekst (zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming, die is opgegaan in de Omgevingswet) gijzelt het pragmatisme dat nodig is om de energierekening van bewoners omlaag te brengen en isolatiebedrijven een boterham te laten verdienen.
  • Compenseer in de tussentijd woningeigenaren van woningen met sporen van vleermuizen. Met een gedragscode moet er voor bewoners van een woning met vleermuizen(sporen) weer werkelijk perspectief ontstaan, nu is besloten dat bij een positief eDNA-resultaat niet over mag worden gegaan op de natuurvriendelijke isolatiemethode. Totdat deze gedragscode er is, worden woningeigenaren verplicht om bij een positieve eDNA-test een omgevingsvergunning aan te vragen of te wachten tot de gemeente een soortenmanagementplan heeft opgesteld. Deze gedragscode is er niet op korte termijn, terwijl de isolatiebedrijven nú een werkbare methode nodig hebben om spouwmuurisolatie te kunnen blijven uitvoeren of zelfs faillissement te voorkomen. En zodat woningeigenaren niet nog verder worden ontmoedigd of letterlijk in de kou moeten blijven zitten. Voor isolatiebedrijven is het noodzakelijk om natuurvriendelijk te mogen blijven isoleren na een positieve eDNA-test. Maak het in ieder geval onmiddellijk mogelijk om de kosten van de eDNA-test bij een positieve uitslag te vergoeden en communiceer dit landelijk. Dit kan via de bestaande SPUK-regeling Lokale Aanpak Isolatie. Voor het opstellen van de gedragscode geldt dat dit mét de isolatiesector moet gebeuren.
  • Sta eDNA ook toe in geval van een (pre-)soortenmanagementplan (SMP). In de regeling is opgenomen dat de eDNA opsporingsmethode niet kan worden toegepast in gebieden waar een SMP van kracht is. Voor isolatiebedrijven is dat een grote kink in de kabel, want ook met een SMP moeten isolatiebedrijven voorzorgsmaatregelen treffen en werken volgens een natuurkalender. Daarom is het toestaan van eDNA in SMP-gebieden eveneens noodzakelijk. Anders zijn isolatiebedrijven weer terug bij af. Juist met de eDNA-methode kan sneller en goedkoper geïsoleerd worden en kunnen de data door ecologen worden gebruikt voor bijvoorbeeld monitoring van het Soortenmanagementplan. Pas daarom de regeling op dit onderdeel aan en maak het eveneens onderdeel van de gedragscode.
  • Volledig elektrische warmtepompen zijn onderdeel van het (toekomstig) energiesysteem, een geleidelijk groeipad voor warmtepompen in goed geïsoleerde woningen mag dan niet ontbreken. Het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2025 laat zien dat subsidie en andere beleidsinterventies veel invloed hebben op de verkoop van warmtepompen. Meer houvast voor de warmtepompenmarkt is nodig om continuïteit en zekerheid te krijgen in de verkoop van verschillende type warmtepompen. Dat stimuleert bedrijven verder te professionaliseren en te innoveren, zoals de Flowerbox. Stel daarom een duidelijk groeipad voor volledig elektrische warmtepompen, net zoals dat eerder is gedaan voor hybride warmtepompen. Koppel daar voorwaarden aan zodat warmtepompen netbewust worden geïnstalleerd en gebruikt. En zodat ze alleen worden ingezet in woningen die goed zijn geïsoleerd. Daarbij helpt het om de verduurzaming gestructureerd aan te pakken in wijken waarin de warmtepomp de voorkeursroute is volgens de gemeentelijke warmteprogramma’s.

Help kansrijke warmteprojecten nu al verder

Na het aannemen van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) is het zaak om de betaalbaarheid en investeerbaarheid van bestaande en nieuwe warmtenetten te regelen. Om onze warmtenetten van voldoende duurzame bronnen te voorzien moeten de komende tijd nieuwe warmteprojecten worden gerealiseerd. Het gaat bijvoorbeeld om warmte uit de diepe ondergrond (geothermie) of uit water (aquathermie). Daarnaast worden regelbare duurzame warmtebronnen en opslag steeds belangrijker.

Warmteprojecten lopen nog steeds tegen diverse knelpunten op, zoals al eerder werd aangetoond door een CE Delft onderzoek. Dit gaat, naast voldoende en langjarig (SDE) budget, om knelpunten op het gebied van netcongestie, nettarieven, seizoensopslag, en warmtenetten met een warmtekrachtkoppeling. Het zou decentrale overheden ontzettend helpen als het materiaal uit deze studie wordt gecondenseerd tot een beslisboom, waarmee zij snel kunnen kijken welke opties in hun situatie relevant zijn.

Als eerste moet extra ondersteuning worden gegeven aan de meest kansrijke warmteprojecten, door concrete afspraken met sectorpartijen en het Rijk te maken over financiering, extra middelen voor aanleg en capaciteit. Zonder extra inzet is het risico groot dat deze warmteprojecten alsnog sneuvelen. Terwijl warmtenetten een noodzakelijke oplossing zijn in ons energiesysteem. Eveneens is continuering van de SAHregeling noodzakelijk. Nieuwe middelen voor volgend jaar zijn nodig om het vastrecht te betalen en de betaalbaarheid voor huurders niet te verslechteren.