Henk Jumelet zit sinds eind vorig jaar in de Tweede Kamer en voert namens het CDA het woord over onder meer klimaat en energie. Jumelet is bekend met de uitdagingen: als bestuurder in Drenthe hield hij zich al bezig met de energietransitie en het zoeken van fysieke ruimte voor energie. Hij benadrukt dat de energietransitie deel moet uitmaken van een groter geheel van sociaal welbevinden, een bloeiende economie en een duurzame toekomst: ‘energie is randvoorwaardelijk’. Op Prinsjesdag moeten volgens hem plannen gepresenteerd worden die de klimaatdoelen binnen bereik brengen én betaalbaarheid voor huishoudens en bedrijven verbeteren. Het minderheidskabinet moet er met de oppositie uit kunnen komen, want: ‘Klimaat en energie is helemaal niet zo politiek als het lijkt’.
U zit nu zo’n negen maanden in de Tweede Kamer. Hoe heeft u die eerste maanden beleefd?
“Het is een eer om in de Tweede Kamer te mogen zitten. Het beeld in de media is vaak dat de politiek met zichzelf bezig is, nou dat valt wel mee. Gelukkig heb ik gemerkt dat Kamerleden fijn met elkaar omgaan en elkaar voor samenwerking goed weten te vinden. Zowel coalitie als oppositie.”
U volgt op deze portefeuille Henri Bontenbal op. Die was gepokt en gemazeld in de energiesector. Zijn dat grote schoenen om in te staan, of is dit juist wel handig?
“Het is prettig om te kunnen sparren met Henri Bontenbal, vanwege de ervaring en kennis die hij vanuit zijn achtergrond met zich meebrengt. Ik ben erg content met deze portefeuille, want ik heb een achtergrond als bestuurder in Drenthe met dezelfde onderwerpen in mijn toenmalige takenpakket. Veel mensen denken dat Drenthe nog helemaal leeg is, maar ook daar heeft elke hectare een bepaalde functie. Ik probeerde te benadrukken dat energie randvoorwaardelijk is voor andere opgaven als woningbouw en bedrijvigheid. We kunnen niet over grote ruimtelijke opgaven nadenken zonder energie daarbij te noemen.”
De betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie staat door de onrust in het Midden-Oosten hoog op de agenda. Geeft dit een andere dimensie aan het klimaat- en energiedebat?
“Zeker, en dan hebben we het nog niet eens over klimaatverandering en de eerdere energiecrisis naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne. En de nieuwe positie van Amerika in de wereld. We moeten strategischer nadenken van wie we afhankelijk willen zijn. Dat legt het belang van een snelle overstap van fossiele energie naar schone energie bloot. Gelukkig voel ik breed de urgentie in de Tweede Kamer om onze afhankelijkheden op energiegebied te verkleinen.
In uw eerste maanden diende u verschillende moties in over onder meer de betaalbaarheid van de energierekening en het Nationaal Plan Energiesysteem. Waar wilt u de komende jaren vooral het verschil maken?
“In de Kamer merk ik dat we met veel verschillende puzzelstukjes afzonderlijk bezig zijn: eerst een debat over netcongestie, dan over groen gas, dan over kernenergie, enzovoort. Volgens mij moeten we meer systemisch kijken: wat voor energiesysteem willen we over een aantal jaar hebben? Henri Bontenbal gaf de aanzet voor het eerste Nationaal Plan Energiesysteem en met Prinsjesdag komt de actualisatie van dit overkoepelende plan uit. Hierin wordt de aandacht op de hele puzzel gericht. Voor mij is het belangrijk dat er keuzes instaan die gaan over betaalbaarheid, beschikbaarheid en de duurzaamheid van energie. Die moeten met elkaar in balans zijn. We hebben allemaal belang bij een beleidslijn die langer is dan tot de volgende verkiezingen.”
Is het eerlijke verhaal niet dat energie ‘gewoon’ duurder wordt (of blijft) de komende jaren en dat de overheid die stijging niet voor iedereen altijd kan wegnemen?
“Ik vermoed dat het klopt dat we meer voor energie moeten gaan betalen, nu goedkope energie niet meer vanzelfsprekend is. Aan fossiele energie zitten veel haken en ogen, mede omdat de beschikbaarheid onzeker is geworden. Bijvoorbeeld omdat er een Amerikaanse president zit die openlijk twijfelt of hij nog schepen naar Europa gaat sturen en een grote rol speelt bij de blokkade van de Straat van Hormuz.
Daarnaast is het isoleren van woningen van groot belang. Ik heb eerder een dag meegelopen met een fixteam dat bij mensen thuiskomt om te helpen bij energiebesparing. In sommige huizen kan een tochtstrip of radiatorfolie wonderen verrichten. We moeten mensen helpen die kwetsbaar zijn in hun portemonnee en ze laten meedoen met verduurzaming.”
Wat is voor u de belangrijkste inzet op klimaat- en energiegebied op Prinsjesdag?
“De klimaatdoelen zijn duidelijk en dat het ingewikkeld wordt om de doelen voor 2030 te halen ook. Daar moet het kabinet dus een tandje bijzetten op Prinsjesdag. Tegelijkertijd moeten we integraal kijken. De industrie moet kunnen rekenen op een overheid die haar faciliteert om in Nederland te blijven. Het steunpakket dat voor de industrie in het coalitieakkoord gereserveerd staat, moet wat mij betreft naar voren getrokken worden. Hiermee kunnen we de energiekosten voor deze bedrijven dempen. De doelen halen is belangrijk, maar de weg ernaartoe net zo.”
De Tweede Kamer wil dat het kabinet uiterlijk vóór Prinsjesdag een Crisiswet Netcongestie presenteert. Wat mag daarin volgens u niet ontbreken?
“Ik ben blij dat de NVDE recentelijk met veel interessante ideeën is gekomen om de crisiswet vorm te geven. Daarin is versnelling van vergunningverlening cruciaal. Als gedeputeerde heb ik iemand van TenneT op bezoek gehad die zei: ‘als ik een hoogspanningslijn wil realiseren, moet ik zeven gemeenten langs’. Toen hebben we die gemeenten aan tafel gezet en het belang van die lijn uitgelegd. Uiteindelijk zijn al die vergunningaanvragen in één keer behandeld, in plaats van volgordelijk. Dat leverde 1,5 jaar tijdswinst op. NVDE-voorzitter Olof van der Gaag noemde netcongestie al eens terecht geen technisch probleem, maar een tijdsprobleem.”
De Tweede Kamer wil vaart maken met de behandeling van de Bijmengverplichting Groen Gas. Daarmee wordt in toenemende mate duurzaam gas toegevoegd aan het gasnetwerk. U heeft zich hard gemaakt voor het snel opschalen van de groen gasproductie. Waarom is dit van belang?
“Bij groen gas snijdt het mes aan twee kanten: aan de ene kant helpt het verduurzaming en aan de andere kant vermindert het de stikstofproblematiek in de landbouw. We zullen in Nederland nog een tijd lang gas nodig hebben. Dan heb ik het liefst dat er groen gas door onze leidingen stroomt. Van eigen – Nederlandse en Europese – bodem. De groen gasverplichting is daarbij van groot belang, maar we moeten wel het kostenplaatje in het oog houden.”
Vaak is het een groot probleem locaties te vinden voor de productie van groen gas. Lang niet alle gemeenten staan te trappelen om te helpen bij het vinden van die locaties. Wat zegt u tegen hen?
“Ga eens naar Drenthe, zou ik willen zeggen. Daar zijn veel gemeenten die hier juist wel enthousiast over zijn. Natuurlijk is het belangrijk oog te houden voor de omgeving. Tegelijkertijd vragen wethouders mij: ‘hoe staat het ervoor met de bijmengverplichting?’ Die willen heel graag verder met groen gas, omdat ze het als kans voor hun gemeenten zien. De versnellingsaanpak die de Rabobank en de NVDE gepresenteerd hebben is belangrijk, omdat de Rabobank gedetailleerd inzicht heeft in de locaties die kansrijk zijn voor groen gas en de achterban van de NVDE dit kan realiseren.”
Het minderheidskabinet heeft in de Eerste en Tweede Kamer niet vanzelfsprekend een meerderheid voor klimaat- en energiewetgeving. Hoe vindt u dat het kabinet de samenwerking met de Kamer en specifiek de oppositie aanpakt?
“Ik draag mijn steentje bij door kopjes koffie te drinken met onder andere partijen als PRO en JA21. Ik denk dat de energie- en klimaatportefeuille helemaal niet zo politiek is. We zien het probleem steeds beter en over de oplossingen kunnen we het hebben. D66 wordt vaak gelinkt aan duurzaamheid, PRO aan betaalbaarheid en het CDA aan gemeenschapszin. Daar klopt niks van, want ook wij vinden duurzaamheid en betaalbaarheid belangrijk. Verduurzaming noemen wij rentmeesterschap: hoe laat je de aarde achter voor de volgende generaties? En niemand wil dat de kosten van energie zo hoog oplopen dat bedrijven vertrekken en mensen in de knel komen. Dit geldt ook voor de andere politieke partijen. We kunnen niet anders dan er met elkaar uitkomen, want dat vragen we toch van onszelf als verantwoordelijke politici?”
Hoe duurzaam woont en reist u zelf?
“Ik heb zonnepanelen, een warmtepomp en een goed geïsoleerd huis. En ik reis volgens het STOMP-principe. Eerst stappen, als dat te ver is dan trappen (de fiets), dan het openbaar vervoer (de trein), mobility as service en als laatste redmiddel de privéauto. Heel simpel en best wel bewust.
Bron foto: CDA
