Wat moet, vraagt moed. ‘Dat doen waar je iets te verliezen hebt, en het tóch doen, omdat het nodig is.’ Woensdag kwam ik naar Springtij op Terschelling. Vrijdag ging ik moediger naar huis. Duurzame industrie in Nederland is dichterbij gekomen.
Springtij Forum is natuurlijk een groene bubbel. En wat voor een. Drie dagen lang dompel je je onder in inspirerende verhalen, scherpe analyses, muziek, kunst en gesprekken met mensen die zich allemaal inzetten voor een leefbare toekomst. Intensief? Absoluut. Maar vooral ontzettend inspirerend.
De plenaire sessies waren van een uitzonderlijk niveau. Denker David Van Reybrouck, filosofe Ingrid Robeyns, kunstenaar Lucas De Man en oud-politicus Diederik Samsom maakten indruk. Met de inhoud was er aandacht voor muziek, verwondering en emotie. Verdriet om wat verloren gaat, liefde voor de aarde en de kracht om door te gaan.
Moed is elkaar verder helpen
Een belangrijke les die ik meeneem, is dat we onszelf moeten blijven uitdagen om ons te verplaatsen in het perspectief van de ander. Zoals minister Stientje van Veldhoven het verwoordde: maak de voordelen van de transitie zichtbaar en zorg dat die ook voor mensen gaan werken. We zijn voorbij de fase waarin we alleen de koplopers hoeven te stimuleren. Het gaat er nu om de brede massa vooruit te helpen. De lasten van de transitie mogen niet alleen op de smalste schouders terechtkomen. En het gaat niet alleen om de tonnen CO₂ die we kunnen besparen, maar ook om wat de transitie Nederland brengt.
Dat vraagt om politieke, bestuurlijke en bedrijfsmoed. En juist die moed is soms schaars. Politieke moed neemt richting verkiezingen niet zomaar toe. Bedrijfsmoed komt onder druk te staan met elk telefoontje van een bezorgde klant, aandeelhouder of medewerker.
Maar we hóeven niet iedereen te overtuigen om in beweging te komen. We moeten vooral blijven voorleven wat mogelijk is. Volgens mij is de kritische massa er al. Belangrijker is zorgen dat iedereen mee kan, op een manier die haalbaar en comfortabel genoeg is.
Het perspectief van 2035
Tussen alle inspirerende speeches en prachtige optredens door hebben we hard gewerkt. ‘We’ zijn ruim 30 mensen uit de gehele keten, vanuit energie opwek middels wind op zee, infrastructuur, grote industriële afnemers, de waterstofsector, investeerders, kennispartijen en de overheid. Voor mij -Programmaleider Verduurzaming Industrie vanuit de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie- zijn deze sessies de aanleiding om voor de eerste keer op Springtij te zijn, en ik identificeer me met vier van deze zeven ketenpartijen.
We bogen ons in maar liefst vier opvolgende intensieve sessies over een vraag waar de NVDE en veel partnerorganisaties zich al jaren mee bezighouden: Hoe kunnen we de ontwikkeling van wind op zee, energie-infrastructuur en industriële verduurzaming zó op elkaar afstemmen dat optimaal bijgedragen wordt aan een toekomstbestendig energie-ecosysteem? We lopen op dit onderwerp inmiddels behoorlijk in cirkeltjes. Zou het ons lukken om in deze setting, met een vaste groep en in acht uur tot nieuwe inzichten te komen? Ook de ruim dertig andere deelnemers zijn aanvankelijk sceptisch.
Maar de Future Search-methode, sterke opbouw en goede begeleiding vanuit Perspectivity deden al snel hun werk. Binnen een kwartier was zichtbaar dat we alle kennis en kunde in de ruimte hadden, alle knelpunten en kansen stonden op het bord. Dat schoven we aan de kant en daarna begon het echte werk.
We stapten uit onze comfortzone en verplaatsten ons naar de toekomst. Vanuit het perspectief van 2035 keken we terug op wat we werkelijk belangrijk vinden en wat nú nodig is om daar te komen. Dat leverde andere gedachten op. Over coöperatieve samenwerkingsvormen bijvoorbeeld, of over het inzichtelijk maken van de maatschappelijke waarde van duurzame industrie. En ook waardevol: we spraken dingen naar elkaar uit die soms onuitgesproken blijven. Waar ben je trots op in jouw deel van de keten? En waar heb je spijt van?
Dank TenneT, Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, EBN en het Ministerie van EZK voor het mogelijk maken van deze sessies. De terugkoppeling op het ministerie staat al gepland. Want hier zou zomaar iets tussen kunnen zitten dat de moeite meer dan waard is om verder uit te werken.
De moed om anders te kijken
Filosofe en schrijfster Ingrid Robeyns liet ons vanuit haar gedachtegoed over limitarisme kijken naar de manier waarop economische waarden ons denken en onze taal domineren. Ze stelde vragen over ongelijkheid, de rol van actief burgerschap en de grenzen van onze planeet.
Van de negen planetaire grenzen zijn er inmiddels al zeven overschreden. Technologische oplossingen zijn belangrijk, maar niet voor alles bestaat een technofix. Dat vraagt om een ander perspectief op welvaart en succes. Hoeveel van wat we bereiken, hebben we eigenlijk zelf verdiend? En hoeveel is te danken aan toeval, aan de plek waar je wieg stond en de kansen die je kreeg?
De vraag of we armoede en klimaatverandering vóór het einde van deze eeuw kunnen oplossen, kwam ook voorbij. Met vanuit onderzoeken een duidelijke ‘JA’ als antwoord. Maar dan moeten we wel de energietransitie doorzetten, ons voedselpatroon aanpassen en ongelijkheid verkleinen. Hebben we de moed om daarvoor te knokken? Natuurlijk maakte ze het ook kleiner, met wat eenieder kan doen, kijk eens naar alle opties op urgenda.nl bijvoorbeeld.
De volgende generatie
Tijdens Springtij moest ik denken aan een uitspraak, via Barack Obama toen, die mij heeft bewogen me ook met werk volledig op verduurzaming te willen richten: “Wij zijn de eerste generatie die de gevolgen van klimaatverandering merkt en de laatste die er nog iets aan kan doen”.
Ik was toen nog niet zelf moeder, nu raakt het me opnieuw. Onze kinderen moeten niet alleen leven met de nu al merkbare gevolgen, maar ook het vertrouwen en de kracht hebben om verder te kunnen met het goede doen.
Tijdens een reflectieronde sprak een jongere zijn waardering uit dat zoveel van de oudere generatie zich bewust inzet voor een leefbare aarde, het gaf hem hoop. Een ander stelt zich kwetsbaar op door te zeggen dat het spannend is vanuit een grote CO₂-uitstotende onderneming in gesprekken deel te nemen; maar dat je elkaar op Springtij in de eerste plaats als mens ziet die het goede wil doen.
Met moed naar huis
Vrijdag ging ik moediger naar huis dan ik woensdag was aangekomen. Niet omdat alle vragen zijn opgelost of omdat de weg ineens eenvoudig is geworden. Wel omdat ik heb ervaren hoeveel kennis, betrokkenheid en goede wil er is. En hoeveel kracht het geeft om elkaar daarin te vinden.
We hoeven het niet altijd meteen met elkaar eens te zijn, en we hoeven het niet alleen te doen. We moeten elkaar wel blijven zien, begrijpen en helpen. En misschien moeten we ook wat trotser zijn op wat we al hebben opgebouwd. Europa heeft met zijn regelgeving de mogelijkheid om wereldwijde standaarden te zetten. Juist daarom is het belangrijk om de kracht van Europese samenwerking te koesteren.
En nu? Nu ga ik eerst picknicken met onze kinderen. Ze zich laten verwonderen over hoe mooi onze aarde is. Hoezeer ze het waard is om goed voor te zorgen. Met het besef dat we hard door mogen – en moeten – op de ingeslagen weg. Om ervoor te zorgen dat zij straks met moed verder kunnen.
