Is decentraal en duurzaam veiliger dan een fossiel energiesysteem?

27 augustus 2026

Bombardementen op gascentrales in Oekraïne en raffinaderijen in het Midden-Oosten. Schimmige schepen bij stroomkabels op zee. De sabotage van de Nord Stream gaspijplijn. Verscherpt toezicht op Chinese omvormers. De afgelopen jaren worden we hard met onze neus op de feiten gedrukt: onze energievoorziening is zo kwetsbaar als wat, en daarmee het functioneren van onze samenleving ook. Eens temeer omdat landen er niet voor terugdeinzen elkaars energievoorziening met geweld te ontregelen of zelfs te vernietigen. Of dat nu met bommen en granaten is, of met cyberaanvallen. Zou een duurzaam en decentraal energiesysteem beter bestand zijn tegen geweld?

Dit artikel is een voorpublicatie van de september-editie van PONT, vakblad energie en duurzaamheid. Klik hier voor meer informatie over het vakblad.

Energiesysteem is kwetsbaar

Vanuit het perspectief van een partij in een gewapend conflict, zijn grote, fysieke energie-installaties – zoals olieopslagtankers, energiecentrales, pijplijnen en hoogspanningskabels – voor de hand liggende aanvalsdoelen. Door de energievoorziening van een land te raken, ontregel je de boel niet alleen op korte, maar dikwijls ook op de lange termijn. Een stad zonder stroom of gas, heeft de handen vol aan zichzelf en daardoor minder vermogen zich met de vijand bezig te houden.

Ook al valt in oorlogstijd infra best te repareren, het kost tijd en mensen, en leidt (dus) af van de oorlog waar je in verwikkeld bent. Bij energie-exporterende landen raakt het bovendien het verdienvermogen. En voor hen die uit zijn op internationale escalatie: die kans neemt flink toe als de gevolgen op energiemarkten voelbaar (dreigen) te worden.

Grootschalige energie-installaties en infra zijn ook in militair opzicht interessant. Enigszins gesimplificeerd: door bijvoorbeeld een grote gascentrale aan te vallen, schakel je met een paar welgemikte bommen in één klap de energievoorziening van een miljoen mensen uit. De totale schade aan energie-infra en -opslag in Iran loopt inmiddels in de tientallen miljarden euro’s. En de verwijten, verdachtmakingen, ontkenningen en bewijsvoering rond de schuldigen aan het opblazen van de Nord Stream-gaspijp (hoogstwaarschijnlijk een Oekraïens commando) laat zien dat deze actie niet populair was, maar wel uiterst effectief.

Dat ons fossiele energiesysteem alleen functioneert via grootschalige import en productie-installaties is helder en dat maakt ons kwetsbaar. Niet alleen voor hoge prijzen ten gevolge van schaarste, maar ook fysiek in geval van een gewapend conflict of terrorisme. Een van de eerste dingen die de nazi’s deden in mei 1940, was het bombarderen van de havens en daarmee onze energievoorziening. Er is weinig reden om te veronderstellen dat dat nu anders zou gaan in tijden van oorlog.

Is duurzaam veiliger?

Biedt een duurzaam of een decentraal energiesysteem betere bescherming tegen fysiek geweld? Het bombarderen van de 3.000 losse windmolens en duizenden zonnevelden die op land staan, zou een hoop meer gedoe zijn dan een paar handen vol gas en kolencentrales.

Lucia van Geuns, strategisch adviseur bij het Haags Centrum voor Strategische Studies, dat veel onderzoek naar de kwetsbaarheid van infrastructuur faciliteert, nuanceert dat beeld: “De wens lijkt hier de vader van de gedachte. Op zich is het waar dat een meer ‘gedistribueerd’ systeem (meer decentraal, red.) fysiek moeilijker aan te vallen is. Maar tegelijkertijd vraagt een duurzaam systeem met veel decentrale bronnen überhaupt om veel meer infra en lange leidingen voor stroom. In ons geval ook vanaf zee, wat sowieso erg kwetsbaar is. Daar komt een heel nieuw stelsel van waterstofleidingen bij en wie weet ook nog voor andere duurzame gassen. Prijs jezelf dus niet rijk.”

In de vorige editie van PONT, vakblad energie en duurzaamheid vertelde Siward Zomer hoe Oekraïne nu een decentraal energiesysteem bouwt. Kennelijk ziet men dat toch als beter bestand tegen Russische aanvallen. Van Geuns: “Als je noodgedwongen opnieuw begint met de opbouw van het energiesysteem, kun je het beter gelijk goed doen. Maar de uitgangspositie in Nederland is een sterk centraal gestuurd systeem; dat breek je niet zomaar af.”

Hackers

Daar komt nog iets anders bij. Fysieke aanvallen op energievoorzieningen en infra zijn zichtbaar en de gevolgen laten zich makkelijk raden en voelen. Dat is anders voor een andere vorm van geweld: cyberaanvallen op ons energiesysteem. Die zijn veel minder zichtbaar, desalniettemin aan de orde van de dag en worden zwaar onderschat.

Siebe Kok van Energie-Nederland vertelt hoe bij hen het kwartje viel. “Terwijl in 2022 de bommen in zijn land op de centrales vielen, vertelde een Oekraïense netbeheerder ons hoe hij het te stellen had met de voortdurende aanvallen van Russische hackers op hun stroomnet. Minder tastbaar en zichtbaar, maar minstens zo ontregelend. Ook een directe dreiging voor het Nederlandse systeem, realiseerden wij ons toen voor het eerst.” Zulke aanvallen van hackers zijn allang geen theorie meer. Kok: “Hackers met kwade bedoelingen zijn permanent op zoek naar zwakke plekken. Energiesystemen zijn gewoon kwetsbaar. Wie het minst doet aan cyberveiligheid, is het eerste aan de beurt.

Netbeheerders en eigenaren van grote energie-infrastructuur, zoals zonnepanelen, windturbines en batterijen, zijn zich ervan bewust dat zij een potentieel doelwit zijn en doen veel aan cyberbeveiliging. Ook de EU realiseert zich de bedreigingen van buitenaf en werkt aan strengere wetgeving. “Terecht”, vindt NVDE-infraspecialist Thijs van de Zand: “Grote spelers zien veiligheid doorgaans als topprioriteit, juist omdat mensenlevens op het spel staan en economische schade van onderbrekingen groot kan zijn”.

Klein keer veel

Grote, centrale spelers doen dus veel aan cyberveiligheid. Maar hoe zit het met kleinere spelers in het energiesysteem, zoals de drie miljoen huishoudens met zonnepanelen op het dak? Kok: “De aandacht voor een zogenaamd ‘klein keer veel’-scenario neemt de laatste tijd toe, waarin bijvoorbeeld een paar miljoen omvormers tegelijk gehackt worden. Dat is verre van ondenkbeeldig als installateurs en burgers slordig zijn met wachtwoorden en in de wetenschap dat vrijwel alle hardware van omvormers uit China komt. Veel van deze decentrale assets worden aangestuurd via een handvol, veelal Chinese, cloudplatformen. Ons systeem slaat aardig op hol als in één klap alle zonnepanelen worden uitgezet.”

Kan dat inderdaad? En hoe waarschijnlijk is dat? In maart van dit jaar publiceerde Energy Innovation NL het rapport Autonoom en veilig: hoe Nederland zijn energiepositie kan versterken. Programmadirecteur Digitalisering Claire Groosman: “Als een paar miljoen omvormers tegelijkertijd in korte tijd aan en uit worden gezet, of het systeem met gemanipuleerde data te maken krijgt, is het erg moeilijk om het elektriciteitssysteem in balans te houden. We moeten uitgaan van het ergste scenario: Chinese leveranciers hebben in alle hardware die ze leveren – en waar Nederland vol mee staat – de mogelijkheid ingebouwd om al die systemen centraal aan te sturen. Ook al zijn ze het niet van plan, ze kúnnen het.”

Dat beeld werd bevestigd in de beantwoording van Kamervragen van Henri Bontenbal door toenmalig minister Hermans in mei 2025. Ze erkende dat de Europese zonne-energiecapaciteit afhankelijk is van Chinese omvormers: “een situatie die alertheid vereist. (…) Zonnepaneelinstallaties met omvormers vallen onder de vitale belangen die de AIVD moet beveiligen.”

Maaike Beenes van Holland Solar, waar ook grote Chinese merken bij zijn aangesloten, vult aan dat de sector maatregelen voor cyberveiligheid zeer serieus neemt: “Voor de zonne-energiesector zijn duidelijke regels voor een gelijk speelveld zeer belangrijk. Dit wordt ook gesteund door de omvormerfabrikanten met een groot marktaandeel, ongeacht uit welk land zij komen. De grote A-merken hebben een naam die ze hoog willen houden. Ze ondervinden concurrentie van bedrijven die minder investeren in beveiliging. Alle grote leveranciers staan dus ook achter goede cyberveiligheidswetgeving die zorgt voor een gelijk speelveld.”

Energie-apps

De dreiging van hacken gaat verder dan alleen via omvormers voor zonnepanelen. Eigenlijk zijn álle apparaten die digitaal worden aangestuurd kwetsbaar, omdat ze via hardware en vrolijke apps aan het internet gekoppeld zijn. Dat geldt dus ook voor batterijen, warmtepompen, laadpalen en Energie Management Systemen. Een aardig amendement op de hoop dat een decentraal systeem automatisch veiliger zou zijn.

Groosman: “Enerzijds is het belangrijk om bewust te zijn van het feit dat alle besturingssystemen van veel energie-intensieve apparaten in en om onze huizen en bedrijven via internet te bedienen zijn. We zijn slordig met onze digitale hygiëne en hebben onszelf daarmee kwetsbaar gemaakt. Daarom moeten we ons afvragen: is het per se nodig om al onze apparaten via de cloud toegankelijk te maken?

Anderzijds is het belangrijk dat we in het ontwerp van een decentraal energiesysteem ook het digitale systeem zo veel mogelijk decentraal maken. Er zijn zaken die we landelijk kunnen regelen, waardoor centrale aansturing van het decentrale energiesysteem niet mogelijk is. Dan maken we ons duurzame energiesysteem weerbaar by design.”


Misschien ook interessant