De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) maakt graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de consultatie voor het Besluit bijmengverplichting groen gas (AMvB). De NVDE steunt de invoering van de bijmengverplichting en beschouwt deze als een belangrijk instrument om de vraag naar duurzaam gas op gang te brengen, investeringen in productie te stimuleren en de afhankelijkheid van fossiel aardgas structureel af te bouwen. De voorgestelde AMvB legt de basis voor de praktische uitvoering van de bijmengverplichting. Een robuust, uitvoerbaar en betrouwbaar systeem is essentieel om investeringszekerheid te bieden, marktontwikkeling te ondersteunen en het vertrouwen in het systeem te waarborgen. Op een aantal onderdelen kan het Besluit nog worden verbeterd. Hieronder lichten wij onze belangrijkste aandachtspunten toe.
- Evalueer de spaarlimiet voor GGE’s na de eerste twee nalevingsjaren. De voorgestelde spaarlimiet van 10% lijkt werkbaar, maar een ruimere spaarmogelijkheid (bijvoorbeeld 20%) kan in de opstartfase van de markt extra flexibiliteit bieden. Dit ondersteunt vroegtijdige contractering en investeringen, terwijl rekening wordt gehouden met onzekerheden rond marktaandelen en het moment waarop nieuwe productiecapaciteit beschikbaar komt. Een eventuele verruiming moet worden bezien in samenhang met de beperkte geldigheidsduur van GGE’s, die het belangrijkste instrument is om strategisch opsparen te voorkomen. Verruiming is daarbij alleen verantwoord als correctie en terugboeking gedurende de volledige bewaartermijn mogelijk blijven.
- Versterk Europese marktintegratie door harmonisatie van registratie- en certificeringssystemen en het verwijderen van handelsbarrières.
- Breid de gronden voor een vermoeden van fraude of misbruik uit. Neem ook inhoudelijke signalen op, zoals onwaarschijnlijke emissiewaarden, dubbele registraties, onjuiste grondstofclassificatie, negatieve massabalansen, dubbele unieke nummers en tegenstrijdige gegevens uit verschillende registers. De grootste risico’s zitten niet alleen in toegang tot een rekening, maar vooral in de waarde die aan een GGE wordt toegekend.
- Leg vast wat gebeurt wanneer een GGE na handel of gebruik onjuist blijkt. De oorspronkelijke inboeker moet verantwoordelijk blijven voor de onderliggende claim. Opvolgende rekeninghouders moeten worden geïnformeerd en de onjuiste GGE moet kunnen worden geblokkeerd of teruggedraaid. Een naheffing bij de oorspronkelijke inboeker alleen herstelt de onjuiste klimaatclaim niet. Voorkom ook automatische bijschrijving van GGE’s wanneer een inhoudelijk onderzoek nog loopt. Het verstrijken van een termijn zegt niets over de juistheid van de claim. Bij een concreet en gemotiveerd risico moet de opschorting kunnen voortduren, met vaste momenten van herbeoordeling en motivering.
- Breid de openbare rapportage uit met (gedeeltelijk) geanonimiseerde informatie. Denk aan de gemiddelde broeikasgasreductie, bandbreedtes per grondstofgroep, aandeel buitenlandse productie, aantal correcties, blokkeringen, terugboekingen, aantal Nederlands groen gas vs. buitenlands groen gas per energiebedrijf en gebruik van de buy-out. Zonder deze informatie is niet te beoordelen of het systeem leidt tot betrouwbare emissiereductie en extra (Nederlandse) productie. Dit kan gematcht worden met het gasetiket/gaslabel wat we nu al kennen.
- Geef leveranciers tijdig inzicht in hun verwachte marktaandeel. Dit stelt hen bijvoorbeeld in staat om te bepalen of zij een goede inkoopstrategie hebben voor het aantal benodigde GGE’s. De NEa stelt ieder jaar het marktaandeel vast voor iedere leverancier die onder de bijmengverplichting valt. Afgaand op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zal dit echter pas voor de eerste keer in het tweede kwartaal van 2028 gedaan worden (over het jaar 2027). Hierdoor hebben leveranciers tot 2028 geen goed zicht op hun verwachte marktaandeel. Idealiter informeert de NEa – in analogie met de werkwijze en tijdsschema zoals in het wetsvoorstel omschreven – leveranciers daarom al in 2027 over hun marktaandeel over 2026. Naast het voordeel dat dit oplevert voor een leverancier geeft dit de NEa ook de mogelijkheid om, één jaar voordat het systeem live gaat, proef te draaien. Artikel 9.9.2.2 van het wetsvoorstel lijkt ook de ruimte te bieden voor een dergelijke bepaling (‘Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de bepaling van het marktaandeel’).
