Position papers

Rondetafelgesprek Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie

Rondetafelgesprek Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie  Olof van der Gaag (voorzitter NVDE) – 17 juni 2026

De ontwikkeling naar een systeem op basis van hernieuwbare waterstof gaat nog niet snel genoeg. Terwijl we in Noord-West Europa juist zo’n grote kans hebben het Powerhouse van Europe te worden. Wij steunen daarom de invoering van de jaarverplichting RFNBO’s in de industrie om de vraag naar hernieuwbare waterstof te stimuleren; voor emissiereductie, toekomstbestendigheid van de industrie en grotere energieonafhankelijkheid. Graag leggen wij de volgende punten voor.

Wees ambitieus voor de industrie maar houd oog voor het internationaal speelveld

De NVDE staat positief tegenover een jaarverplichting om de afzet van groene waterstof en waterstofdragers in de industrie op gang te trekken. Tegelijk is het belangrijk dat de Nederlandse industriële concurrentie-positie niet verder onder druk komt, een te hoge verplichting kan aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Het is positief dat Nederland als lidstaat een deel van dit risico en kosten probeert te verzachten.

  • De hoge kosten voor de industrie ontstaan doordat RFNBO-verplichtingen op een ongunstige plek in de keten liggen. Omdat de verplichting niet aan het einde van de keten rust, kunnen afnemers uitwijken naar goedkopere grijze producten uit landen zonder vergelijkbare verplichting. Hierdoor kunnen meerkosten moeilijk worden doorberekend. NVDE werkt samen met VNO-NCW, de Demand Creation Coalition en de Nederlandse overheid aan vraagcreatie binnen de EU Industrial Acceleration Act (IAA). Door vraag naar duurzame producten aan het einde van de keten te stimuleren, ontstaat een markt voor producten gemaakt met hernieuwbare waterstof en andere duurzame grondstoffen. Dat gaat hét verschil maken. Wij waarderen de inzet van de Nederlandse overheid en de Tweede Kamer (zoals de onlangs ingediende motie) voor vraagcreatie en zetten in op een ambitieuzere IAA, met meer sectoren en toepassing op private markten. Dit is cruciaal voor de opschaling van groene waterstof. De doorlooptijd om deze wetgeving op Europees niveau goed verankerd te krijgen is echter niet te negeren. De RFNBO-verplichtingen vallen onder verder gevorderde wetgeving: de RED III. Die laat bij energie in vervoer zien dat een verplichting op de juiste plek in de keten de markt effectief kan aanjagen. Ondanks dat die positionering bij groene waterstof in de industrie minder gunstig is, waarderen wij de stappen die Nederland zet om een markt te ontwikkelen.
  • De huidige jaarverplichting levert slechts een beperkte bijdrage aan het behalen van de EU-lidstaatverplichting voor RFNBO’s, waardoor meer subsidiebudget nodig is. Het is begrijpelijk dat laag wordt ingezet (4% in 2030), maar – zeker in combinatie met de geboden flexibiliteit – is het daardoor twijfelachtig of er genoeg stimulans volgt om voldoende productie op gang te krijgen. Aanvullende instrumenten zoals STIHWI en OWE zullen de overige 38% moeten opleveren. Budgetten hiervoor zijn ontoereikend en voorwaarden te complex. Ook de Raad van State concludeert dat het huidige beleid onvoldoende is om aan RED III-verplichtingen te voldoen. Daarom verdient het aanbeveling de beschikbare budgetten te verhogen of ambitieuzere doelstellingen (zoals een sterker stijgende lijn naar 2035 en verder) te formuleren.
  • Er is meer nodig om een succes van groene waterstof te maken. Voor een succesvolle groene waterstofmarkt zijn naast een sluitende businesscase ook snelle aanleg van de waterstofbackbone, versnelde vergunningverlening, oplossen van stikstofknelpunten en blijvende inzet op wind op zee essentieel. Daarnaast is verdere kostprijsverlaging in de keten nodig. Gerichte herziening van de EU Delegated Act over groene waterstofproductie kan opschaling ondersteunen; maar voor investeringszekerheid graag snél, beperkt en helder.

Behoud snelheid en borg volumezekerheid voor opschaling van de groene waterstofmarkt

  • Positief is dat de jaarverplichting doorloopt tot 2035. Een langere en consistente tijdshorizon tussen verschillende wetten vergroot de marktzekerheid. Daarom pleiten wij ervoor dat de jaarverplichting aansluit bij de lopende discussie over verlenging van de RED-doelen voor transport richting 2040.
  • Er bestaat veel onzekerheid over de toekomstige groene waterstofvraag, mede door de onduidelijke positie van ammoniakproducenten. De Nederlandse uitzondering voor ammoniak in de jaarverplichting verlaagt de basis voor hernieuwbare waterstof flink en geeft risico’s op het behalen van de EU-lidstaatverplichting, omdat onduidelijk is hoe de Europese Commissie deze uitzondering zal beoordelen. Extra risico zit in de – in Art. 22a ongelukkig beschreven – uitzondering van ammoniakimport, die zowel aan de EU-lidstaatverplichting kan bijdragen áls kunstmestproductie kan laten verdwijnen. Nederland, en ook Duitsland en Polen, willen voldoende ammoniak- en kunstmestproductie in Europa behouden vanwege voedselzekerheid en strategische belangen. De Nederlandse poging om waterstofdragers niet verhandelbaar te maken is hierin te prijzen; ondanks de keuze om daarmee niet volledig bij te dragen aan de EU-lidstaatverplichting. Een bedrijfsbesluit om te kiezen voor verduurzaming is extra ingewikkeld door onzekerheid over de vraagsubsidie; andere lidstaten die lagere kosten bieden en de EU-lidstaatverplichting niet doorleggen; en beperkte bescherming tegen buitenlandse concurrenten (kunstmest valt – met alle onzekerheid – gelukkig wel onder CBAM). En doordat er amper afzetmarkt is voor groene producten (kunstmest is nog niet in beeld binnen IAA als lead market). Het Europese Fertiliser Action Plan schiet hierin ook nog tekort. Kortom: zonder extra publieke ondersteuning en sterker Europees vraagbeleid aan het einde van de keten blijft opschaling van groene waterstof in Nederland flink uitdagend.
  • Stabiele volumes voor groene waterstof komen uit de raffinageroute. Daar zit de trekkracht, en lukt het partijen om een FID te nemen. Nederland kan besluiten de raffinageroute te verruimen. Groeiende geopolitieke spanning en noodzaak tot onafhankelijkheid in defensiebrandstoffen als e-SAF maakt ook Defensie heel interessant voor oranje-groene trekkracht, ook in onze rol richting de NAVO. Wij zien dit als perfecte kans voor Nederlandse vraagcreatie.

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) maakt zich sterk voor een energievoorziening die volledig is gebaseerd op hernieuwbare energie door het bundelen van krachten uit de gehele sector. De aangesloten bedrijven zijn actief in hernieuwbare elektriciteit, warmte en gassen en in duurzame mobiliteit, de gebouwde omgeving en de industrie. De activiteiten voor duurzame energie bij 1.600 aangesloten bedrijven vertegenwoordigen nu al een omzet van ruim € 43 miljard en bijna 200.000 werknemers in Nederland.