Position papers

Zienswijze Regioteam Energietransitie Ontwerp-Omgevingsvisie Drenthe

Het Regioteam Energietransitie (hierna: Regioteam) – een samenwerkingsverband van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Energie-Nederland, Holland Solar, NedZero en Energy Storage NL – heeft met belangstelling kennisgenomen van het Ontwerp Omgevingsvisie Drenthe.
Het is goed dat Drenthe een actieve bijdrage wil leveren aan een klimaatneutraal Nederland, maar in de huidige Omgevingsvisie is het onduidelijk welke bijdrage Drenthe hierin wil leveren en welke doelen Drenthe zichzelf stelt. In deze zienswijze delen wij graag onze ideeën hoe Drenthe de energietransitie verder kan versnellen.

Zo snel mogelijk behalen RES-doelen voor 2030

De Ontwerp-Omgevingsvisie benoemt dat het realiseren van de RES-afspraken prioriteit heeft. Drenthe lijkt het RES-bod voor 2030 echter niet te halen. Het voortgangsdocument RES-regio Drenthe constateerde dat er op 31 december 2024 voor 0,61 TWh aan projecten in de pijplijn zat
en er 1,07 TWh aan te realiseren ambities open stond om het RES-bod voor 2030 te behalen. De Energievisie Drenthe benoemt in een voetnoot dat uit de RES-monitor blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat het RES-bod van Drenthe pas in 2033 wordt behaald. Voor zon op veld, zon
op daken en wind op land zitten er nog niet genoeg projecten in de pijplijn om aan de doelen voor 2030 te voldoen. De Omgevingsvisie zou duidelijk moeten maken hoe Drenthe de ruimte gaat bieden om deze afspraken voor wind- en zonne-energie te behalen.

Stel ambitieuze (tussen)doelen voor hernieuwbare opwek, opslag, warmte en besparing richting 2050

Op dit moment haalt Drenthe 93% van de elektriciteitsvraag uit hernieuwbare bronnen. Dat is zeer prijzenswaardig. Tegelijkertijd gaat de elektriciteitsvraag nog stevig groeien en wordt energie in toenemende mate een sturende factor in de ruimtelijke ordening. In de Energievisie geeft de provincie aan dat de verwachte elektriciteitsvraag in 2050 5,29 TWh zal zijn en de warmtevraag 3,33 TWh. Voor hernieuwbare elektriciteit betekent dit een resterende opgave van 2,41 TWh tot 2050, terwijl de pijplijn nog niet eerder zo leeg is geweest. Daarom is het belangrijk om voorbij 2030 te kijken naar 2050. Uit onderzoek van CE Delft blijkt dat in 2040 een duidelijke spanning ontstaat tussen vraag en aanbod van duurzame energie. Voor Drenthe specifiek wordt deze spanning in 2040 geraamd op een tekortsituatie (spanningsindicator circa 1,0–1,3), wat betekent dat de provincie structureel onvoldoende duurzame energie opwekt om in de eigen vraag te voorzien. We zouden de provincie de volgende adviezen willen geven:

  • Integreer de Energievisie 2050 in de Omgevingsvisie: De Energievisie 2050 is zeer uitgebreid en wordt een bouwsteen voor de omgevingsvisie genoemd. Mede daarom is het jammer dat zo weinig informatie uit de Energievisie direct terug te vinden is in de
    Omgevingsvisie, die leidend zal zijn voor de Omgevingsverordening. We zouden de provincie aanraden om de energiedoelen en uitwerking voor hernieuwbare elektriciteit, warmte, groen gas en waterstof uit de Energievisie 2050 mee te nemen om te bepalen hoeveel ruimte de provincie dient te reserveren voor al deze technieken en hoe dat samenhangt met andere ruimtelijke ontwikkelingen.
  • Zet hoog in op de doorgroei van hernieuwbare opwek en opslag op land: Met de huidige ambitie worden de doelen uit het RES-bod niet gehaald. De ambitie richting 2030 en daarna (richting 2050) zou daarom omhoog moeten. We raden de provincie aan om hoog
    in te zetten op de doorgroei van hernieuwbare opwek en opslag op land, vooral omdat er onzekerheid is over de ontwikkeling van andere energiebronnen. Dit wordt ook beaamd in een recent rapport van CE Delft. Energieopslag helpt om hernieuwbaar opgewekte elektriciteit effectief te gebruiken wanneer het nodig is en kan netcongestie verlichten.
  • Maak doelen voor warmtenetten concreet: De provincie benoemt het belang van warmte. We realiseren ons dat gemeentes de taak hebben om voor eind 2027 hun warmteprogramma’s te schrijven, maar zouden de provincie aanbevelen om dit in samenspraak met gemeentes te vertalen naar concrete doelen richting 2050, waarbij de provincie beschrijft hoeveel TWh aan warmte de provincie verwacht, en een schatting van het aantal gebouwen en woningen dat hiermee van energie kan worden voorzien.
  • Stel voor energiebesparing, opwek, opslag en warmte vijfjaarlijkse tussendoelen op richting 2050 in de Omgevingsvisie: Tussendoelen kunnen de provincie helpen om te bepalen of de provincie op koers ligt om de doelen te halen en bieden de mogelijkheid om tijdig bij te sturen met aanvullend beleid als het bestaande beleid ontoereikend blijkt te zijn.

Vertaal de ambities naar een kwantificering en expliciete ruimtelijke keuzes richting 2050

De Omgevingsvisie benoemt ambities, maar de totale energieopgave richting 2040 en 2050 wordt niet concreet gemaakt. Wat nu ontbreekt, is een expliciete opgave voor extra opwek (gekwantificeerd in TWh), de gebieden voor opwek, opslag en infra, de verwachte ruimtevraag (in ha en gebieden) en een fasering in de tijd tot 2050. Zonder deze concretisering kan er geen ruimtelijke reservering plaatsvinden, ontbreekt een uitvoerbare strategie en blijven beleidsdoelen onvoldoende uitvoerbaar, waardoor de energietransitie mogelijk vertraging oploopt. Daarom
vragen we de provincie om de energieopgave concreet te maken voor extra opwek (gekwantificeerd in TWh), de gebieden voor opwek, opslag en infra te benoemen, de verwachte ruimtevraag (in ha en gebieden) te specificeren en een fasering in de tijd tot 2050 te noemen.

Faciliteer netverzwaring waar dat nodig is richting 2050

Netcongestie is ook in Drenthe een uitdaging. In het meest recente congestieonderzoek heeft TenneT aangegeven dat het verwacht dat de congestie in bijna alle gebieden voor 2034 wordt opgelost. Wij doen de volgende aanbevelingen:

  • Onderzoek waar netverzwaring nodig is tot 2050: Het is goed dat de provincie wil inzetten op energieknooppunten en opslag, maar dat betekent niet dat netverzwaring niet meer nodig is. Sterker nog, de investeringen in het elektriciteitsnet brengen aanzienlijke
    maatschappelijke baten met zich mee. Zo heeft BCG becijferd dat netcongestie momenteel tot geschatte maatschappelijke kosten van 10 tot 40 miljard euro per jaar leidt, en heeft TenneT onderzocht dat de uitbreiding van het elektriciteitsnet op de lange termijn meer maatschappelijke waarde oplevert dan de kosten die hiermee gemoeid zijn. Onderzoek daarom waar netverzwaring nodig is en blijf focus houden op het aanleggen van het elektriciteitsnetwerk richting 2050, zeker gezien de toenemende elektriciteitsvraag. Het zou goed zijn als de omgevingsvisie dit erkent en ruimte reserveert voor de benodigde netuitbreidingen.
  • Stimuleer decentrale elektriciteitsproductie en -opslag op plaatsen waar vaak veel vraag naar stroom is: De provincie benoemt het belang van energieknooppunten. Lokale opwek van energie helpt ondernemers vooruit en kan netcongestie tegengaan. Onderzoek van Eqolibrium laat zien dat de combinatie van lokale opwek, opslag en onderlinge energielevering ondernemers op plekken met vraagcongestie ruimte kan bieden voor verduurzaming en bedrijfsontwikkeling. Dit kan ook de druk op het stroomnet verlagen,
    omdat er minder elektriciteit over grote afstanden getransporteerd hoeft te worden.
  • Faciliteer netbeheerders bij het strategisch aankopen van grond voor hoogspanningsverbindingen en transformatorstations: Een belangrijke vertragingsfactor is de aankoop van grond voor uitbreiding van infrastructuur. Onzekerheden over locaties en eigendom bemoeilijken vroege voorbereiding en vertragen besluitvorming. Geef gemeentes, naar Duits voorbeeld, nu al de opdracht om twee procent van hun grondgebied te reserveren voor de energietransitie. En laat gemeentes nu al locaties aanwijzen voor de uitbreiding van energie-infrastructuur.
  • Versnel doorlooptijden van projecten voor energie-infrastructuur: In andere provincies zien wij dat de uitbreiding van energie-infrastructuur soms onnodig veel vertraging oploopt. Wij raden de provincie om nu al locaties aan te wijzen voor de uitbreiding van
    hoogspanningsstations. Ook adviseren we vergunningverlening te versnellen en doorlooptijden te verkorten. Mogelijk kan een recent onderzoek van Arcadis hierbij helpen, waaruit blijkt dat veel energieprojecten tot wel 75% sneller kunnen worden gerealiseerd binnen bestaande wet- en regelgeving. Uit de analyse komen vier universele succesfactoren naar voren: 1) Gezamenlijk urgentiebesef en actief
    stakeholdermanagement; 2) parallellisering en pragmatische risicobereidheid; 3) vroege en blijvende stakeholderbetrokkenheid; 4) standaardisering.

Concretiseer de rol van opslag in de Omgevingsvisie

De Energievisie benoemt dat opslag onmisbaar zal zijn in het energiesysteem van de toekomst. Die constatering delen wij. Echter, de ontwerp-Omgevingsvisie leest minder ambitieus en is minder concreet. Daarom doen wij de volgende aanbevelingen:

  • Concretiseer welk type opslag op welke plek gewenst is: De Energievisie beschrijft het belang van verschillende typen opslag. Dit is echter nauwelijks terug te vinden in de ontwerp-Omgevingsvisie. Het zou verstandig zijn als de provincie aangeeft aan welke typen opslag het de voorkeur geeft, en op welke locaties deze typen opslag de voorkeur hebben.
  • Sta een verschil in looptijd voor opslag en opwek toe bij bestaande wind- en zonneparken: Het voelt vanuit juridisch en ruimtelijk oogpunt logisch om bij vergunningverlening de looptijd voor opslag en opwekking te koppelen, omdat het om één locatie en
    samenhangende functies gaat. Maar vanuit investerings- en systeemperspectief kan het met name bij oudere zonneparken knellend werken, omdat de exploitatieduur van nieuwe batterijen bij al bestaande wind- en zonneparken dan erg kort is. Dat kan ertoe leiden dat ontwikkelaars besluiten geen batterij toe te voegen, terwijl dat financieel wel de wens is en dat ook systeemvoordelen kan hebben voor bijvoorbeeld netcongestie. Co-located batterijen (batterijen bij energieparken) kunnen ook een bredere netondersteunende
    functie hebben, die losstaat van de resterende looptijd van het zonne- of windpark zelf. Daarom zouden we aanraden om toe te staan dat de looptijd van de vergunning voor opslag en opwekking mag verschillen als ontwikkelaars een nieuwe batterij bij bestaande zonne- en windparken willen toevoegen, maar dat de vergunning voor de looptijd hetzelfde is bij nieuwe wind- en zonneparken met een co-located batterij.
  • Sta grootschalige batterijopslag toe onder passende landschappelijke, ruimtelijke en veiligheidsvoorwaarden: Grootschalige (standalone) batterijopslag boven 100 MW wordt aangemerkt als nationaal belang, omdat het in de nabije toekomst essentieel is voor het verlagen van netcongestie, het leveren van flexibiliteit op systeemniveau en het ondersteunen van de integratie van hernieuwbare energie. Zo draagt grootschalige batterijopslag bij aan leveringszekerheid en vergroot het onze energieonafhankelijkheid
    tijdens momenten van schaarste. Dit belang wordt ook benadrukt door het maatschappelijk prioriteringskader van de ACM, waarin per 1 juli congestieverzachters – waaronder grootschalige batterijopslag – prioriteit krijgen bij aansluiting op het elektriciteitsnet, om zo andere partijen sneller te kunnen aansluiten. 380 kV-stations en 150 kV-stations zijn in principe altijd goede locaties voor systeembatterijen.
  • Long-duration energy storage: In de huidige visie ontbreekt aandacht voor long-duration energy storage (LDES). Deze vormen van opslag worden in toenemende mate gezien als essentieel om langere perioden met weinig aanbod van zonne- en windenergie (‘dunkelflaute’) op te kunnen vangen, met name op de langere termijn (na 2030). Wij adviseren om in de POVI expliciet ruimte te laten voor deze ontwikkelingen, zodat toekomstige systeemoplossingen niet op voorhand worden uitgesloten.
  • Warmteopslag: De focus ligt momenteel sterk op batterijopslag, terwijl andere vormen van energieopslag, zoals warmteopslag, ontbreken. Warmteopslag kan een belangrijke rol spelen in het verminderen van netbelasting en het verhogen van systeemefficiëntie. Een diverse mix van opslagtechnologieën is noodzakelijk voor een goed functionerend energiesysteem. Wij adviseren om dit bredere perspectief expliciet op te nemen in de visie.

Versnel het potentieel van groen gas met een stikstofvrijstelling voor de bouwfase

Wil groen gas de potentie van 1,7 TWh in 2050 bereiken, zal de provincie de ontwikkeling van groen gas fors moeten stimuleren. Wij doen de volgende aanbevelingen:

  • Benoem voorkeursgebieden voor de opwek van groen gas.
  • Bundel vergunningsaanvragen voor projecten met groen gas: uit onderzoek van Arcadis blijkt dat in sommige cases het vergunningsproces maar 8 weken duurde in plaats van 4-6 maanden. Een belangrijke succesfactor was het bundelen van meerdere vergunningsaanvragen.

Blij met aandacht voor warmte

De provincie voorziet een belangrijke rol voor collectieve warmte in 2050, wil gemeenten ondersteunen en een publieke regierol pakken. Dat is verstandig, want warmtenetten zijn complexe projecten en hebben met name in dichtbevolkte gebieden vaak lage maatschappelijke kosten. Het oprichten van een regionaal warmtebedrijf, eventueel in samenwerking met Overijssel, is daarom een verstandige keuze.

  • Geef ruim baan aan de warmtebronnen en grootschalige warmteopslag die huishoudens moeten gaan verwarmen, zoals biogas, geothermie, aquathermie en restwarmte. Zorg dat deze benut worden door inspanningen te intensiveren en tijdig gemeenten te helpen met
    de benodigde vergunningverlening.
  • Werk samen met andere regio’s als dat maatschappelijke voordelen biedt: met de oprichting van Warmtebedrijf Drenthe-Overijssel lijkt een gezamenlijk warmtenet met Overijssel in de maak. Daarom verbazen wij ons dat hier niks over is opgenomen in de
    Omgevingsvisie, omdat een eventuele samenwerking ook invloed heeft op de energieinfrastructuur in Drenthe. Het zou verstandig zijn om aan te geven welke gebieden voorzien worden van een warmtenetwerk en hoe de energie-infrastructuur voor warmte invloed heeft op de ruimte.

Ook na 2030 is er ruimte nodig voor wind- en zonne-energie: stimuleer meervoudig ruimtegebruik bij zon-PV en repowering

De Omgevingsvisie schrijft dat het vertrekpunt is dat er geen nieuwe grootschalige zon- en windmolenparken worden toegevoegd nadat de RES-ambitie is gerealiseerd. Dat vinden wij erg onverstandig. Zonne- en windenergie behoren tot de goedkoopste vormen van energie en mede
daarom willen ondernemers van het gas af. Om dat te bereiken is ruimte voor zonne- en windenergie noodzakelijk. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat Drenthe veel waarde hecht aan het eigen landschap. Daarom doen wij de volgende aanbevelingen:

  • Benut de maximale potentie van zon en opslag op daken: zonnepanelen op daken zijn de eerste trede in de voorkeursvolgorde van zonne-energie. Desondanks blijkt uit het voortgangsdocument RES-regio Drenthe dat hier de grootste opgave resteert. Het zou
    verstandig zijn als de Omgevingsvisie dit als prioriteit erkent en stimuleert met maatregelen. De provincie doet dit al met subsidies voor zonnepanelen en recentelijk is een motie voor thuisbatterijen aangenomen. Wij raden aan om de voordelen van deze technieken te delen met inwoners. Daarnaast kan de provincie haalbaarheidsscans voor windenergie en zon op daken bij bedrijventerreinen subsidiëren.
  • Stimuleer de verschillende vormen van meervoudig ruimtegebruik van zon-PV: andere vormen van meervoudig ruimtegebruik zijn solar carports, agri-PV en natuurinclusieve zonneparken. Solar carports zijn zonnepanelen op parkeerplaatsen. De provincie kan dit
    stimuleren met handreikingen (zoals in Noord-Holland en Rotterdam-Den Haag) en met subsidies (zoals in Utrecht). Agri-PV is een combinatie van landbouw en de opwek van energie. De handreiking Agri-PV kan de provincie helpen om dit uit te werken. De provincie kan agri-PV stimuleren met het ondersteunen van pilotprojecten in de provincie en met subsidies. Tenslotte zou het goed zijn als de provincie natuurinclusieve zonneparken ondersteunt die de natuur versterken, zoals het zonnepark Zuidvelde dat binnenkort geopend wordt.
  • Sta de uitbreiding van bestaande zonneparken toe: de uitbreiding en optimalisatie van bestaande zonneparken kan veel meerwaarde hebben. Uitbreiding van een bestaand zonnepark is vaak ruimtelijk beter inpasbaar dan een volledig nieuwe solitaire ontwikkeling. Het gaat om een locatie waar de landschappelijke afweging al eerder is gemaakt, waar al sprake is van een energiefunctie en waar vaak reeds een aansluiting en gebiedskennis aanwezig zijn. Wanneer aan een bestaand zonnepark bovendien een colocated batterij wordt toegevoegd, kan de bestaande netaansluiting efficiënter worden benut en kan op dezelfde locatie extra opwekcapaciteit beschikbaar komen.
  • Sta windenergie toe bij bedrijventerreinen en in de buurt van energieknooppunten: De energietransitie is niet alleen een klimaatopgave, maar ook een economische randvoorwaarde. Zonder voldoende energie, kunnen bedrijven niet uitbreiden, stokt
    verduurzaming en ontstaat economische achterstand. Lokale opwek van energie kan bedrijven helpen om toch te verduurzamen en uit te breiden, ondanks netcongestie. In een recente rondgang van de NVDE bij ondernemers door heel Nederland blijkt dat wind een onmisbare schakel is in de decentrale energiemix die bedrijven zoeken om in hun eigen behoefte te voorzien. Wind is complementair aan zon, goedkoop en onmisbaar bij de invulling van een grotere stroombehoefte. Het is daarom verstandig als de provincie hier ruimte voor reserveert bij bedrijventerreinen en de energieknooppunten. De Omgevingsvisie moet expliciet maken hoe de provincie gaat zorgen voor voldoende energie voor het Drentse bedrijfsleven.
  • Pas milieunormen toe bij windturbines in plaats van afstandsnormen met 4x tiphoogte: Recentelijk is een motie aangenomen die oproept tot het instellen van een afstandsnorm van 4x tiphoogte bij windmolens. Dit is zeer onwenselijk. Een generieke afstandsnorm leidt niet automatisch tot minder hinder voor omwonenden. Dat wordt bepaald door geluid en slagschaduw. Om die reden is het ook logischer om te opteren voor normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid.
  • Sta repowering toe bij windparken en zonneparken die aan het einde van hun levensduur zijn: De provincie schrijft in de ontwerp-omgevingsvisie dat het afspraken zal maken met gemeenten en eigenaren over bestaande zonne- en windparken. De technologie achter zonnepanelen en windenergie is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Het vervangen van deze energieparken met efficiëntere technieken (repowering) leidt ertoe dat met minder windmolens meer energie kan worden opgewekt. Het zou zijn als de provincie nu al aan
    de slag met beleid voor repowering, in overeenstemming met de Energievisie.

Met de hierboven genoemde aanbevelingen beogen wij bij te dragen aan een versterking van het Drentse energiebeleid, zodat dit in de praktijk uitvoerbaar, effectief en toekomstbestendig kan worden toegepast. Het Regioteam Energietransitie denkt graag mee en gaat voor de verdere
uitwerking hiervan graag in gesprek met de provincie.

Met vriendelijke groet,
Siebe Overdijk
Namens het Regioteam Energietransitie
siebe.overdijk@nedzero.nl / 06-22654358