De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is bezorgd over de verdere uitwerking van een invoedingstarief. Producenten van elektriciteit zouden daarmee moeten meebetalen aan het net. Terwijl de Autoriteit Consument & Markt (ACM) beoogt dat een invoedingstarief zal bijdragen aan netefficiëntie, blijft onderbouwing voor positieve maatschappelijke effecten uit. De nadelige effecten en risico’s voor nieuwe zon- en windprojecten zijn al wel voelbaar. Ook partijen die overschakelen van fossiele energie op elektriciteit hebben er last van. NVDE-voorzitter Olof van der Gaag: “Een invoedingstarief is alleen zinvol als het de energietransitie helpt. Wij zien nu juist het tegendeel. Terwijl groei van groene stroom nu goud waard is om minder afhankelijk te worden van fossiele import.”
De ACM heeft aangekondigd geleidelijk een invoedingstarief in te willen voeren voor grote producenten van elektriciteit. Volgens de ACM moet dit de efficiëntie van het elektriciteitsnet verbeteren en de omvang van noodzakelijke investeringen in de elektriciteitsinfrastructuur beperken. Daarnaast zou een invoedingstarief zorgen voor een evenwichtigere verdeling van de netkosten tussen gebruikers en producenten, terwijl ook buitenlandse partijen indirect meebetalen. De NVDE herkent deze overwegingen maar ziet ook nadelen: een invoedingstarief leidt tot minder rendabele zon- en windprojecten en kan daardoor de uitrol van hernieuwbare elektriciteit vertragen. Hiernaast kan het de kosten van elektrificatie verhogen doordat elektriciteitsprijzen stijgen, wanneer de producent de extra kosten van het tarief doorberekent in de prijs.
Een invoedingstarief heeft volgens de NVDE alleen nut wanneer het aan twee criteria voldoet:
- Het verbetert de efficiëntie van het gebruik van het elektriciteitsnet, én
- Het frustreert niet de groei van vraag en aanbod van (duurzame) elektriciteit, oftewel het verhoogt niet de netto kosten van elektrificatie en is voldoende draaglijk voor producenten van wind- en zonnestroom.
Tot heden is er geen vorm van een invoedingstarief gevonden die aantoonbaar aan deze twee criteria voldoet. Daarom is het dan ook teleurstellend dat de ACM doorgaat met de uitwerking, ondanks ontbrekend bewijs dat een invoedingstarief een positief effect heeft op netefficiëntie en daarmee op de benodigde investeringen in elektriciteitsinfrastructuur. Ook de onafhankelijke TU Delft reageert in haar consultatiereactie kritisch op het invoedingstarief, en wijst daarbij op het gebrek aan bewijs van verwachte voordelen, terwijl de nadelen duidelijk zichtbaar zijn. Het is volgens de TU Delft moeilijk te verdedigen dat de ACM overgaat tot besluitvorming zonder een kwantitatieve onderbouwing.
Het tarief zal stapsgewijs geïntroduceerd worden vanaf op zijn vroegst 2032, en de hoogte van het tarief zal worden gekoppeld aan het tarief van Duitsland. De NVDE is blij dat er nu enige duidelijkheid komt over het invoedingstarief. Op dit moment zorgt de onzekerheid in de markt al voor een extra drempel bij nieuwe projecten. Een ingroeipad en koppeling aan het Duitse tarief kunnen zeker helpen om de schade iets te verkleinen, maar liever zien we een andere keuze. Ook is het cruciaal dat de stimuleringsregeling voor nieuwe zon- en windprojecten zal compenseren voor de extra kosten van een invoedingstarief.
