Position papers

Inbreng NVDE – Commissiedebat Verduurzaming Industrie inclusief Cluster 6

De verduurzaming van de Nederlandse industrie zit in een spanningsveld tussen ambitie en uitvoerbaarheid. Aan de ene kant zijn er ambitieuze doelen en investeren grote spelers in plannen en pilots; iedereen wil versnellen. Aan de andere kant zijn de randvoorwaarden om te kunnen versnellen nog niet op orde. Het systeem remt harder dan de industrie zelf vooruitkomt. En dat in een tijd van oorlog in Iran. Opnieuw toont een energiecrisis de kwetsbaarheid van ons huidige energiesysteem. Nederland is voor zo’n 80 procent afhankelijk van energie uit het buitenland, vooral ook bij industriële processen. Dat maakt ons kwetsbaar, want zodra aanvoer van aardgas en aardolie stokt, schieten de prijzen omhoog en wordt de energierekening voor bedrijven -en hun producten voor burgers- onbetaalbaar. Voorkom dat we telkens opnieuw worden verrast door langjarig in te zetten op het ontwikkelen van duurzame energiebronnen, energiebesparing en structurele verduurzaming van de industrie.

Zorg voor aardgas- en aardolie-besparing

De industrie is de grootste energieverbruikende sector in Nederland, ondanks inspanningen is er nog veel besparing te behalen. Dit is dus bij uitstek een sector om onze onafhankelijkheid te vergroten, zoals we ook opgenomen hebben in ons Spoedplan voor aardgas. Op basis van het huidige, al opgeschaalde beleid is volgens de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) zo’n 7 megaton CO₂-reductie (en 2 bcm aardgas) energiebesparing te verwachten tussen 2024 en 2030. Die reducties kunnen we vergroten met een aantal concrete voorstellen. Een paar relevante cijfers die laten zien waarom dit nodig is (bron). Van alle controles op de energiebesparingsplicht is nog geen 8 procent bij de energie-intensieve bedrijven (bedrijven die onder de onderzoeksplicht vallen). 91 procent van alle bedrijven krijgt een hercontrole; dat zegt enerzijds iets over de zeer matige naleving van de wet, anderzijds over de alertheid van de omgevingsdiensten. En in totaal stonden bij de telling in oktober 2025 maar liefst 64.441 geconstateerde overtredingen bij hercontrole nog open, deze hebben allemaal een terugverdientijd van onder de vijf jaar.

  • Intensiveer (Cluster)maatwerkafspraken met de industrie, met een deadline. Door het proces te voorzien van heldere deadlines met wederzijdse verplichtingen voor industrie en overheid ontstaat duidelijkheid voor zowel bedrijven als overheid. Indien verduurzaming binnen de bestaande kaders niet haalbaar blijkt, kan ordentelijke uitfasering worden besproken.
  • Voer een spoedcontrole in op de bestaande energiebesparingsplicht voor de industrie: verscherpte handhaving kan bestaan uit directe controle, korte implementatietermijnen (bijvoorbeeld zes maanden) en consequenter optreden bij niet-naleving.Denk hierbij aan versneld doorvoeren van thermische isolatie, vervangen van energieslurpende elektromotoren, en beter inregelen van apparatuur al dan niet met de hulp van slimme sensoren. We laten nog veel potentie liggen!
  • Zet in op versnelde elektrificatie van de industrie. De Actieagenda Elektrificatie laat zien dat in 2035 tot 90% van de industriële proceswarmte geëlektrificeerd kan worden. Ook een groot deel van de andere vormen van energiegebruik in de industrie kunnen op termijn elektrisch worden. Om dit mogelijk te maken is van belang dat netcongestie voortvarend worden aangepakt, mede op basis van de acties in het Aansluitoffensief. Bijkomend voordeel van elektrificatie is dat de vraag naar duurzame energie verder wordt gestimuleerd, die zo nodig is om met name tempo te houden in de uitbouw van wind op zee en onze onafhankelijkheid.

Een belangrijke randvoorwaarde is dat de industrie ook daadwerkelijk genoeg kan verdienen om deze investeringen te kunnen bekostigen, om de grote investeringen met perspectief aan te gaan. Op dit moment zijn kosten flink hoger dan in ons omringende landen, hierdoor heeft de energie-intensieve industrie het momenteel zeer lastig. Verduurzaming moet lonen.

Zorg voor een sterke markt voor duurzame producten
Europa kan alleen een concurrerende en klimaatneutrale industrie realiseren als het een sterke markt creëert voor duurzame producten. Daarvoor zijn drie pijlers essentieel:

  1. Een ambitieus en stabiel EU-Emissions Trading System (ETS)
    Zonder afbouwpad van emissierechten -met een CO2-prijs- geen prikkel
  2. Een sterk en uitgebreid Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
    Zonder grenscorrectie geen gelijk speelveld
  3. Actieve vraagcreatie naar duurzame producten
    Zonder vraag geen investeringen
  4. Houd vast aan de huidige ambitie en uitfasering van ETS-rechten. Bedrijven die reeds geïnvesteerd hebben gingen uit van een first-mover voordeel, doe die koplopers niet tekort. En bedrijven met verduurzamingsplannen, die op het punt staan de stap te zetten, hebben het nodig in hun business case.
  5. CBAM moet bedrijven zekerheid geven dat investeren in duurzame productie in Europa loont. Dat kan alleen met een daadwerkelijk bescherming biedende CBAM. Maak het krachtig door het uit te breiden naar downstream producten en sectoren, zoals (petro)chemie; de exportpositie te beschermen (bijv. via ETS-compensatie of carbon border rebate) en door omzeiling te voorkomen.
  6. Effectieve vraagcreatie kan vorm krijgen via normen en verplichtingen aan het einde van de productketen bij gebruik van duurzame energie en materialen; zowel voor groene publieke aanbesteding, als voor private consumenten aankopen. De redenering voor vraagcreatie zit gelukkig goed in de Industrial Accelerator Act (IAA), maar het is duidelijk niet krachtig genoeg. Zonder vraagcreatie heeft een goed deel van de industrie geen business case om hier te verduurzamen. Streef daarom na dat de IAA meer industriële sectoren omvat, de impact in publieke aanbestedingen vergroot én een mogelijkheid biedt om in lagere regelgeving private markten te betrekken.

Alle drie zijn dus nodig: houd koers met ETS, zorg dat CBAM werkt en robuust is en creëer vraag naar duurzame producten. Zie hiervoor ook onze uitgebreidere position paper.

Specifieke aandacht voor de economische motor van de regio: Cluster 6 industrie
Ondanks dat er prachtige verduurzamingsprojecten in Cluster 6 van start gaan, vordert de energietransitie ook hier niet snel genoeg. Verduurzaming van de industrie in Cluster 6 kan het meeste geholpen worden door toegang tot energie-infrastructuur te verbeteren, met maatregelen op het gebied van netcongestie en vergunningverlening. We pleiten daarom voor de volgende maatregelen:

  • Benut het elektriciteitsnet beter. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet kost tijd, maar de ruimte die er nú al is, kan veel beter worden benut. De NVDE ondersteunt het Aansluitoffensief en de aangekondigde crisiswet netcongestie. Verplaats energieverbruik naar rustigere uren en breng lokale vraag en aanbod beter samen op bedrijventerreinniveau, bijvoorbeeld met energiehubs. Zorg voor goede bekendheid van de Flex-e regeling; om bedrijven mogelijkheden voor groei en verduurzaming te geven én het elektriciteitsnet beter te benutten.
  • Breidt de Flex-regeling uit met Flex-e XL. Vul het beleidsgat voor grote aansluitingen met een investeringssubsidie, gekoppeld aan bindende flexafspraken met de netbeheerder en een flinke korting op het nettarief. De industrie met grote aansluitingen heeft veel onbenut potentieel om via flexibiliteit piekbelasting op het elektriciteitsnet te verminderen, wat ook maatschappelijke waarde heeft. Hiervoor ontbreekt nu een passend instrument. Dit sluit ook aan bij de Top-50 aanpak van het Aansluitoffensief. Met Flex-e XL wordt extra flexibel vermogen ontsloten, netcongestie verminderd, verdere elektrificatie van de industrie mogelijk gemaakt en lagere energiekosten voor de industrie bewerkstelligd.
  • Versnel de vergunningverlening. Waar het vaak gaat over de gebruikskosten van onze energie-infrastructuur, staat Cluster 6 vooral te springen om tóegang tot de infrastructuur. Versnelde vergunningverlening en een stikstofvrijstelling voor energietransitieprojecten gaan hierbij helpen. De energietransitie kan binnen bestaande wet- en regelgeving tot wel 75% sneller worden gerealiseerd, blijkt uit nieuw onderzoek van Arcadis, uitgevoerd in opdracht van de NVDE. 2 jaar praten en 2 jaar bouwen is haalbaar.
  • Geef een vrijstelling van stikstofregels voor energieprojecten die tijdens de looptijd stikstof reduceren.
  • Blijf inzetten op de regio-aanpak en energyboards. De aanpak in gezamenlijkheid speelt een cruciale rol om infrastructuur uitbreiding juist te prioriteren, in afstemming tussen industrie zelf, netbeheerders en Provincies.
  • Bied hiernaast langjarige zekerheid aan industrie door budgetten voor de DEI+, VEKI, NIKI en EIA op peil te houden, en maak ze toepasbaar voor lease-constructie vormen waarbij een andere partij investeert voor een industriële partij. Hiermee kunnen bedrijven structurele verduurzaming aangaan, boven korte termijn acties i.v.m. de huidige energiecrisis. Dat verlaagt niet alleen de uitstoot van deze bedrijven, maar maakt hen ook toekomstbestendig. De keten van toeleveranciers groeit er bovendien van, goed voor ons verdienvermogen, en maakt innovaties goedkoper en breder inzetbaar. Langjarige zekerheid binnen deze regelingen is ook nodig voor het vervolg in de nieuwe type Maatwerkafspraken.

Maak energiekosten behapbaar om industrie vertrouwen te geven en te investeren

Het coalitieakkoord bevat meerdere goede frases. Zoals de wens om beschikbare netcapaciteit beter te benutten, met prikkels in nettarieven, flexcontracten en energiehubs. Het voeren van een stabiel langetermijnbeleid om bedrijven in staat te stellen om te investeren in verduurzaming. Ook wordt ingezet op een verlaging van de elektriciteitskosten met oog voor een gelijk Europees speelveld. En wordt vol ingezet op industriële elektrificatie, als belangrijkste route om de industrie te verduurzamen. De verduurzaming van de industrie, en transitie naar een volledig hernieuwbaar energiesysteem zijn hierbij gebaat. Wij bouwen voort op deze ambities.

  • Verbeter de SDE++ voor industriële elektrificatie. De elektrificatie van de industrie gaat nog te langzaam, waardoor ook de businesscase van groene opwek in gevaar komt. De SDE++ sluit niet goed aan bij de realiteit van elektrificatietechnieken. Verbeter de aannames rondom energiekosten in de SDE++, laat de subsidie jaarlijks meebewegen met de hoogte van de netwerkkosten en introduceer een risico-opslag op het risico dat industriële partijen dragen op de elektriciteitsprijzen. Met een generieke prijsrisico-opslag wordt het hopelijk makkelijker om toe te treden tot de cPPA markt. Zo krijgt de industrie vertrouwen om te investeren.
  • We zijn blij met de aandacht een voortgang vanuit o.a. InvestNL over een cPPA-garantieregeling. Om voldoende slagkracht te geven vragen wij aandacht voor een startbudget, om hiermee een veelvoud aan private investeringen aan te trekken.
  • Stimuleer flexibiliteit bij de industrie. Geef bedrijven, met onder andere de Flex-e (XL) regeling, de kans om voldoende flexibele inzet mogelijk te maken en zo kosten te besparen.
  • Denk goed na over de inzet van publieke middelen ter verlaging van de nettarieven. Deze optie heeft voor- en nadelen. De NVDE staat hier neutraal in.

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) maakt zich sterk voor een energievoorziening die volledig is gebaseerd op hernieuwbare energie door het bundelen van krachten uit de gehele sector. De aangesloten bedrijven zijn actief in hernieuwbare elektriciteit, warmte en gassen en in duurzame mobiliteit, de gebouwde omgeving en de industrie. De activiteiten voor duurzame energie bij 1.600 aangesloten bedrijven vertegenwoordigen nu al een omzet van ruim € 43 miljard en bijna 200.000 werknemers in Nederland.