Tobias van Elferen is sinds 2022 wethouder bij de gemeente Nijmegen, met onder meer duurzaamheid in zijn portefeuille. Daarvoor was hij twaalf jaar gemeenteraadslid en de laatste zes jaar daarvan fractievoorzitter van D66. Als wethouder is hij verantwoordelijk voor de oprichting van een publiek warmtebedrijf. In de wijk Dukenburg zijn de eerste zeshonderd woningen al aangesloten. Met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur heeft hij een tip voor nieuwe raadsleden: “De energietransitie zit vol technische en economische details. Pas als je echt begrijpt hoe iets werkt kun je er goed op sturen. Ben dus niet bang om vragen te stellen”.
Wat maakt wethouder zijn leuk? En wat is minder leuk?
“Het allerleukste is het gevoel dat je een bijdrage levert aan een van de grootste problemen van deze tijd. Klimaatverandering bedreigt de planeet waarop wij leven. Ook mijn kinderen moeten hier nog lang leven. Dat je in een positie zit waarin je echt verschil kunt maken, vind ik een bijzondere omstandigheid.
Meningsverschillen vind ik niet erg. Het is een transitie en dan zijn we het soms met elkaar oneens. Dat hoort bij het werk. Waar ik slechter tegen kan, is onbegrip over de feiten. Het gesprek moet wel gebaseerd zijn op dezelfde kennis. Sommige oplossingen zijn technisch ingewikkeld, zoals geothermie of collectieve warmte. Ik krijg ook boze mails van inwoners. Dat hoort bij het werk. Met die inwoners ga ik in gesprek en probeer ik goed te luisteren. Het wordt pas lastig als er onduidelijkheid blijft bestaan over hoe een technische oplossing werkt. Dan vind ik dat we als overheid iets hebben laten liggen in de communicatie.”
Waarom gaat de energietransitie u aan het hart?
“De energietransitie is belangrijk omdat we de planeet leefbaar moeten houden voor mensen. Als we niet overstappen op duurzame energie gaat deze planeet naar de knoppen. Dat klinkt misschien groot, maar ik bedoel het precies zo. We moeten daarbij blijven uitleggen waarom we dit doen. Niet alleen omdat de energierekening lager wordt. Het gaat om iets groters. Overstromingen, hitte en onleefbare gebieden zien we nu al. Het redden van de planeet is dus geen abstract idealisme. Het raakt ons directe belang, nu en in de toekomst.”
De gemeenteraadsverkiezingen staan voor de deur. Over welke energietransitie-onderwerpen is de gemeenteraad het eens en waar liggen verschillen?
“In Nijmegen is er brede consensus dat we vaart moeten maken met de energietransitie. Veel partijen steunen maatregelen zoals isolatie en het opwekken van duurzame energie. Daar is weinig discussie over. De verschillen zitten in de manier waarop we beleid vormgeven. Aan de linkerkant bestaat de wens om maatregelen ook een nivellerend effect te laten hebben.
Wij hebben bijvoorbeeld energiefixers. Dat zijn vrijwilligers die bij mensen thuis kleine energiebesparende maatregelen nemen. Denk aan radiatorfolie of een ventilator. De afgelopen jaren hebben we zo’n 3000 van dat soort bezoeken gedaan. Dan rijst soms de vraag of we dit alleen bij arme huishoudens doen. Het zou zonde zijn om ook bij rijke mensen langs te gaan, omdat die het zelf kunnen betalen. Dat vind ik ingewikkeld. Ieder bezoek levert CO₂-reductie op. Als we gedragsverandering willen bevorderen, kan ook iemand met een grotere portemonnee baat hebben bij een financiële prikkel. Iemand met een kleine portemonnee reageert vaak sterker op zo’n prikkel. Daar zal ik mij ook altijd hard voor maken. Maar niet alles hoeft gericht te zijn op nivelleren. Soms gaat het hoofdzakelijk om CO₂-reductie.”
Nijmegen heeft vorig jaar een gemeentelijk warmtebedrijf opgericht, dat onder andere een warmtenet in de wijk Dukenburg ontwikkelt. Waarom zijn jullie deze publieke route opgegaan?
“Wij zijn deze route ingegaan omdat we meer regie wilden op de warmtetransitie. Warmte is een basisvoorziening. Als gemeente willen we kunnen sturen op publieke waarden zoals betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Daarom hebben we gekozen voor een publiek warmtebedrijf, al ver voor de recent aangenomen warmtewet die overheden verplicht warmtenetten in publieke handen te brengen. Zo kunnen we zelf bepalen welke belangen voorop staan. Het warmtebedrijf integreren we in onze integrale visie van de gemeente. Afvalverbrandingsinstallatie ARN is onze bron.”
U zegt in een eerder interview dat er in Nijmegen geen plaats is voor Vattenfall of Eneco en dat u klanten een 15 procent lager tarief belooft dan het gemiddelde gastarief. Hoe wil u dit waarmaken?
“Mijn woorden zijn destijds helaas verkeerd geciteerd. Vattenfall heeft in Nijmegen aangegeven niet vanuit een minderheidsbelang in publieke warmtebedrijven te willen deelnemen, dus Vattenfall wilde zelf niet die rol spelen in onze gemeente. Commerciële partijen als Vattenfall hebben juist een belangrijke rol gespeeld. Zij hebben de warmtetransitie in Nederland echt aangejaagd. Zonder hen waren we nu minder ver geweest.
Warmtenetten zijn nu nog te vaak niet aantrekkelijk voor inwoners, door het kostenplaatje. Daarom hebben we gezegd dat het tarief ongeveer vijftien procent onder het gemiddelde gastarief moet liggen. Dat kan doordat we geen winst hoeven te maximaliseren en doordat we op een lange termijn kunnen investeren. Zo kunnen we andere keuzes maken dan een commerciële partij.”
Wat was de grootste uitdaging bij de oprichting van dit publieke warmtebedrijf?
“De grootste uitdaging is dat we iets moesten opbouwen wat er nog niet was. We moeten een organisatie neerzetten en kennis opbouwen. En tegelijkertijd projecten ontwikkelen. Dit vraagt veel van verschillende belanghebbenden: de gemeente, de provincie, ARN, woningcorporaties, mede-eigenaar Firan (dochteronderneming netbeheerder Alliander), de gemeenteraad en natuurlijk bewoners. Met bewoners voeren we vaak in kleine zaaltjes het gesprek. De gemeenteraad heeft juist behoefte aan technische handvaten, omdat dit voor de raad een nieuwe ontwikkeling is. Die vele invalshoeken zorgen ervoor dat ik niet vaak stil hoef te zitten.”
Hoe trots bent u erop dat het gelukt is?
“Ik ben supertrots waar we nu staan. Tegelijkertijd zijn we pas bij stap één. Het voelt pas af als er straks 13.000 woningen aan het net hangen. Op dit moment zijn er ongeveer zeshonderd woningen aangesloten op een voorloper van het net. Dat draait nog op fossiele warmte, maar het is wel een warmtenet dat al staat. Vanuit die zeshonderd bouwen we door naar de eerste 4.000 en daarna naar 13.000. Dat wil ik zo snel mogelijk zien gebeuren.”
Welke lessen kunnen andere gemeenten hieruit trekken?
“Een belangrijke les is dat het helpt om als gemeente een duidelijke routekaart te maken richting de raad. En daarbij als college stap voor stap uitleggen wat we gaan doen en waarom. Dit soort projecten zijn technisch ingewikkeld en politiek nieuw. Dan helpt het als de raad precies ziet welke keuzes er zijn en welke stappen volgen. Een routekaart geeft houvast. Het helpt om verwachtingen te managen en om het gesprek goed te voeren.”
Hoeveel last hebben Nijmegenaren van het – op piekmomenten – volle stroomnet?
“Netcongestie speelt helaas ook in Nijmegen. De woningnood is hier groot. Amsterdam heeft de grootste woningnood, daarna Utrecht en dan komt Nijmegen. In Gelderland koersen we af op een aansluitstop voor ongeveer 100.000 woningen, zonder extra maatregelen. Dat laat zien hoe groot het probleem is.
Ik vind dat gemeenten goed moeten laten uitzoeken wat dit nu echt betekent. Wat is de impact op woningbouw en bedrijven? Wat betekent het voor de ontwikkeling van de stad? Welke mogelijkheden voor flexibel elektriciteitsgebruik zijn er? Welke maatregelen kunnen we nemen? Als je dat scherp hebt kun je ook beter sturen op oplossingen.”
Wat zegt u tegen een Nijmegenaar die protesteert tegen een parkeerplaats of stukje groen dat moet verdwijnen voor een transformatiehuisje?
“Dan probeer ik het gesprek breder te maken. Het gaat niet alleen om dat ene huisje. Het gaat om het hele energiesysteem van de stad. Ik probeer uit te leggen wat het algemene belang is. Als we de energietransitie willen laten slagen hebben we dit soort infrastructuur nodig. Dat hoort bij een modern energiesysteem.”
Nijmegen heeft twee jaar geleden al een Masterplan Netcongestie gelanceerd. Wat is hierin de belangrijkste maatregel en zouden andere gemeenten dit ook kunnen overnemen?
“Een belangrijke maatregel is dat we werken met netbewuste wijken. In die wijken kijken we bewust naar het energiegebruik en naar de belasting van het net. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van hybride warmtepompen, die op piekmomenten op gas overschakelen om het net niet extra te belasten. Als gemeente proberen we daarbij een actieve rol te spelen. We brengen partijen bij elkaar en proberen beweging te creëren. Ik zie onze rol vaak als die van een soort oliemannetje. We zorgen dat samenwerking op gang komt.”
Ondanks dat Nijmegen een stedelijke gemeente is, heeft het toch zes windmolens in haar gemeente staan. Waarom vindt u het belangrijk om lokale opwek te realiseren?
“Lokale opwek is belangrijk omdat iedereen zijn steentje moet bijdragen, ook een stedelijke gemeente als Nijmegen. Windmolens horen daar ook bij. In Nijmegen is dat gelukt doordat we sterk hebben ingezet op samenwerking met een energiecoöperatie. Bewoners doen mee en profiteren van de opbrengsten. Daarnaast is er een gebiedsfonds opgezet. Daardoor vloeit een deel van de opbrengsten terug naar de omgeving.”
In het regeerakkoord is jaarlijks 800 miljoen uitgetrokken voor uitvoeringskracht van gemeenten. Wat staat er verder nog op uw verlanglijstje om meters te maken?
“Voor mij is het belangrijk dat er weer budget komt voor bepaalde regelingen voor huishoudens. Neem bijvoorbeeld de SAH-subsidie voor het aardgasvrij maken van wijken. Die pot moet weer gevuld worden. Daarmee gaan woningcorporaties echt vliegen. Woningcorporaties zijn de belangrijkste startmotor van de warmtetransitie, door de schaal die ze met zich meebrengen.”
Heeft u tips voor toekomstige raadsleden die zich mogen bezighouden met de energietransitie?
“Mijn belangrijkste tip is: probeer niet in je eentje ergens iets van te vinden. Ben niet bang om vragen te stellen, ook aan het college. De energietransitie zit vol technische en economische details. Pas als je echt begrijpt hoe iets werkt kun je er goed op sturen. Begrijpen komt dus eerst. Daarna komt de politieke keuze.”
Wilt u door als wethouder? Waarom?
“Ja, zeker! Het werk is ontzettend interessant. We zitten midden in een grote transitie en daar kun je als wethouder echt verschil maken. Ik vind het mooi om aan oplossingen te werken die op de lange termijn belangrijk zijn voor de stad. Zolang ik dat kan blijven doen heb ik er veel energie voor.”
Hoe duurzaam woont en reist u zelf?
“Ik woon in een oud huis, maar toch is het aardig geïsoleerd. Voor mijn werk pak ik vaak de trein of elektrische auto. De gemeente heeft deelauto’s die we kunnen gebruiken. En ik fiets veel!”
