Louise van Schaik, Clingendael: “Energie-onafhankelijkheid en klimaatbeleid zijn twee kanten van dezelfde medaille”

12 februari 2026

Louise van Schaik is onderzoeker bij instituut Clingendael en houdt zich al ruim twintig jaar bezig met Europees klimaat- en energiebeleid, geopolitiek en internationale veiligheid. Het nieuwe kabinet moet de grote afhankelijkheid van gas uit de VS gaan meewegen, want dat land is onvoorspelbaarder geworden, vindt Van Schaik.  “Afhankelijkheid van fossiele energie werd vroeger gezien als een manier om internationale banden te versterken, nu is diezelfde afhankelijkheid steeds meer een strategisch risico.” Gelukkig ziet ze dat de oplossing voorhanden is: “er is een businesscase voor duurzame energie.”

Wat vindt u sterke punten uit het coalitieakkoord, en wat mist er nog?
“Dit kabinet benoemt expliciet het afbouwen van afhankelijkheden van ondemocratische landen. Beleid van dit kabinet jaagt de energietransitie meer aan dan dat van het vorige kabinet. Tegelijkertijd blijft de vraag of dit voldoende is. Een belangrijke onzekerheid is de waarschijnlijk toenemende energievraag door AI. Het akkoord spreekt over ondemocratische landen, maar Amerika is een democratisch land dat wel veel onvoorspelbaarder is geworden. Het is belangrijk dat ook die afhankelijkheid wordt meegewogen. Daarnaast wordt pas in het voorjaar van 2027 beoordeeld of de maatregelen voldoen aan de Europese klimaatdoelstellingen. Dan rijst meteen de vraag of dit ook voldoende is om de energie-onafhankelijkheid te versterken. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.”

Wat is Clingendael voor organisatie en wat is uw rol? Wat vindt u het leukste aan uw werk?
“Clingendael is een denktank voor internationale betrekkingen en een opleidingsinstituut voor diplomaten en andere professionals op het gebied van geopolitiek en internationale relaties. We werken voor overheden, zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken en Defensie, maar ook voor het bedrijfsleven, stichtingen en de Europese Unie. We doen onderzoek naar internationale veiligheid, Europese integratie en internationale samenwerking. Daarnaast leveren we bijdragen aan het publieke debat en brengen we verschillende partijen bij elkaar. Ik ben afdelingshoofd van EU & Global Affairs en lid van het managementteam van Clingendael. In mijn werk houd ik me onder meer bezig met de onderwerpen energie, klimaat, voedsel en water. Wat ik het leukste vind aan mijn werk, is dat veel van onze analyses ook echt in de wereld gebeuren. Ik zie dat onze ideeën worden opgepikt en invloed hebben.”

Hoe typeert u uw betrokkenheid bij de energietransitie?
“Ik ben aan het begin van mijn carrière in 2002 in Brussel gaan werken bij een denktank. Daar hield ik me bezig met Europees klimaat- en energiebeleid. In die tijd werd vaak gezegd dat hernieuwbare energie maar een klein onderdeel van de energiemix zou blijven. Het werd lang gezien als duur en marginaal en was iets voor de geitenwollensokken. Zelfs bij een sterke doorgroei van duurzame energie zou het in 2020 nauwelijks meetellen in het grotere plaatje. Maar het is veel sneller gegaan dan toentertijd werd voorspeld. Nu blijkt dat het economisch haalbaar is. De businesscase voor duurzame energie is er gekomen!

Afhankelijkheid van Russisch gas werd gezien als een wederzijdse afhankelijkheid die Europa en Rusland dichter bij elkaar zou brengen. Het was een manier om internationale banden te versterken. Nu is het een afhankelijkheid waar we vanaf willen, omdat het een strategisch risico is. Gelukkig kán dat ook: met duurzame energie. Klimaatbeleid en energiebeleid zijn in mijn optiek altijd sterk met elkaar verweven geweest. Het debat gaat gelukkig niet alleen meer over klimaat, maar ook over geopolitiek en veiligheid.”

Wat zijn de belangrijkste conclusies uit uw recent gepubliceerde studie ‘Europe’s Selective Blindness on Gas’?
“Gasimport van de Europese Unie uit de Verenigde Staten steeg afgelopen jaar flink. De EU heeft de afgelopen jaren terecht de import van Russische energie verkleind, maar daardoor komt bijna zestig procent van al het vloeibare gas tegenwoordig uit de VS. Daar zijn we te lang blind voor geweest. Dit brengt geopolitieke risico’s met zich mee. Deze risico’s stonden ook in eerdere rapporten. Het probleem zat niet in een gebrek aan kennis. Het probleem zat in het nemen van besluiten en het vrijmaken van budgetten. Dat blijkt telkens lastiger. Europa heeft de geopolitieke kwetsbaarheid van fossiele afhankelijkheid lange tijd onderschat. Die onderschatting zien we ondanks de lessen van de energiecrisis nog steeds terug.”

Als u op de stoel van Ursula von der Leyen of Rob Jetten zou zitten, wat zou u als eerste doen?
“Ik zou inzetten op meer prijsprikkels. Denk aan subsidies voor Europese elektrische auto’s. Ook vraagt strategische autonomie om gerichte keuzes. Europese normering en (bijmeng)verplichtingen kunnen daarbij helpen, bijvoorbeeld voor groen gas of groene waterstof.”

Hoe kijkt u aan tegen afhankelijkheid van kritieke grondstoffen voor de energietransitie?
“Het is een andere afhankelijkheid dan bij olie en gas. Fossiele brandstoffen verbrand je en daarna zijn ze weg. Materialen gebruik je in technologie om energie op te wekken. Tegelijkertijd zijn de afhankelijkheden van China voor kritieke materialen groot. Het gaat hierbij om aardmetalen, zoals lithium, kobalt en koper. De vraag daarnaar groeit sterk. China heeft niet alleen toegang tot veel mijnen, maar ook tot verwerking en raffinage. Dat hebben wij nog niet opgebouwd. Er zijn mijnbouwbedrijven met raffinage knowhow in bijvoorbeeld Canada en Australië, maar dat is beperkt vergeleken met China.”

Wat zijn volgens u logische oplossingen?
“We kunnen niet al onze kaarten zetten op één grootmacht. Partnerschappen met andere landen zijn nodig. Mijnbouw in Europa moet sneller op gang komen. En recycling moet veel serieuzer worden genomen. Producten moeten zo worden ontworpen dat ze makkelijker te recyclen zijn. Dat vraagt om productstandaarden. Mijnbouw en verwerking en recycling van metalen zijn vervuilende activiteiten en niemand wil die in de achtertuin. Maar het is wel nodig.”

Zijn er sectoren die in het energiedebat te weinig aandacht krijgen?
“Defensie krijgt opvallend weinig aandacht in de energietransitie. Daar leeft nog sterk het beeld dat elektrificatie niet mogelijk is. Dan hoor je: ‘je kunt geen tank op batterijen laten rijden.’ Maar drones laten we wel op batterijen vliegen. En juist defensie is kwetsbaar door fossiele aanvoerketens. Die kunnen worden verstoord of aangevallen. Dat zagen we bij de inval van Rusland in Oekraïne, toen een groot Russisch konvooi op weg naar Kyiv wekenlang stillag door een tekort aan brandstof. Elektrificatie en alternatieve energie kunnen die kwetsbaarheid verkleinen.”

Bent u optimistisch over de energietransitie?
“Meer dan vijftig procent van de stroom in Nederland is inmiddels duurzaam. Dat is een knap resultaat. Ik zie ook dat veel jonge mensen deze onderwerpen belangrijk vinden. Ze zijn gemotiveerd bij te dragen aan de energietransitie. Dat stemt optimistisch. Tel je zegeningen.”


Misschien ook interessant