Position papers

Begrotingsbehandeling Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening – januari 2026

Begrotingsbehandeling Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening – januari 2026

De Oekraïnecrisis drukte ons hard met de neus op de feiten: als de aanvoer van aardgas stokt, schieten de prijzen omhoog en wordt de energierekening voor velen onbetaalbaar. Nu zijn we als Nederland nog voor bijna 80% afhankelijk van het buitenland voor ons energieverbruik. En omdat we ons eigen aardgas (los van wat Noordzeegas) niet meer zullen winnen, is het zaak ook in de gebouwde omgeving op duurzame alternatieven over te schakelen. Voorkom dat we opnieuw worden verrast. Langjarige inzet op structurele verduurzaming is daarom nodig voor meer energiezekerheid en een betaalbare energierekening. Ook worden we hierdoor als Nederland onafhankelijker van buitenlandse import. Daarbij helpt het goed te isoleren: door warmteverlies te beperken, heb je er minder van nodig. Maar ook bij de bron moeten we van aardgas af en overstappen op duurzame alternatieven. Het is daarbij de kunst de juiste techniek op de juiste plek terecht te laten komen.

Bied energiearme huishoudens een structurele oplossing door woningen te verduurzamen

  • Energiearmoede raakte in 2024 nog 510.000 huishoudens. Zij wonen in slecht geïsoleerde huizen, zijn extreem kwetsbaar voor prijsschokken, en ervaren woonlasten die elk jaar zwaarder drukken. De beste manier om huishoudens perspectief te bieden op een langdurig lagere energierekening is door woningen structureel te verduurzamen.
  • Volgens de NVDE Menukaart voor Groene Groei kan met een grootschalige wijkenaanpak ter waarde van €5 miljard een half miljoen huishoudens worden geholpen tot aan 2030. Hierbij daalt hun energierekening fors, tot meer dan €1000 per jaar.
  • Door budget te richten op grootschalige, collectieve aanpakken ontstaat schaal en daarmee continuïteit voor uitvoerende bedrijven. Geef prioriteit aan huishoudens in energiearmoede, en neem andere woningen en gebouwen in de straat mee. Continueer daarom het Nationaal Isolatie Programma na 2030 en breid de doelgroep uit naar een grotere groep bewoners. Bekijk daarbij hoe bedrijven in wijken en (kleine) verhuurders mee kunnen worden genomen. En geef ook handvatten hoe isolatie kan worden toegepast voor warme én koele gebouwen.

Blijf woningeigenaren ondersteunen die willen verduurzamen en de energierekening willen verlagen
De verduurzaming van de gebouwde omgeving is geen sprint, maar een marathon die Nederland alleen wint met langjarig en voorspelbaar beleid. De afgelopen jaren heeft Nederland bewezen dat verduurzaming werkt
wanneer beleid betrouwbaar is. Instrumenten als ISDE, DUMAVA, SVVE en het Nationaal Warmtefonds hebben honderdduizenden woningen en gebouwen geholpen richting een lagere energierekening, meer leefcomfort en minder CO₂-uitstoot. Het is nu essentieel om de eerder succesvolle aanpak onverkort en meerjarig door te zetten: ook na 2030! Niet als luxe, maar als voorwaarde voor een betaalbaar en toekomstbestendig Nederland. Elke geïsoleerde woning betekent een lagere maandlast, minder afhankelijkheid van aardgas en meer comfort.
Tegelijkertijd zijn publieke middelen schaars. Daarom pleit de NVDE voor het maximaal efficiënt inzetten van elke beschikbare euro, door:

  • Toe te werken naar structurele normering, bijvoorbeeld bij mutatiemomenten, zodat verduurzaming de standaard wordt in plaats van de uitzondering. Investeerders, VvE’s, woningcorporaties en
    gebouweigenaren hebben behoefte aan financiële en juridische zekerheid over subsidies en langjarige normering. Als beleid voorspelbaar en consequent is, volgen investeringen vanzelf.
  • Uitvoeringsbelemmeringen direct weg te halen. Bijvoorbeeld bij isolatie. Cruciaal hierin is landelijke duidelijkheid en een werkbare werkwijze voor de toepassing van de eDNA-methode voor het detecteren
    van vleermuizen. De huidige verschillen in provinciaal beleid rond eDNA-tests en natuurvriendelijk isoleren leiden tot onnodige vertraging, onzekerheid en stilgevallen projecten. Zorg daarom dat
    bedrijven eDNA jaarrond kunnen toepassen en er een landelijke werkwijze komt voor natuurvriendelijk isoleren, vastgelegd in een gedragscode en vergelijkbaar met de NVI-methode in geval van gevonden DNA. En compenseer voor testen en alternatieve verblijfplaatsen waar nodig.
  • Slim gebruik van elektriciteit te stimuleren. Nu de salderingsregeling per 2027 wordt beëindigd, pleiten wij voor een ‘zelfverbruik-bonus’ in de ISDE en het stimuleren van slimme inzet van apparaten en opslag. Het (direct) gebruiken van eigen zonnestroom verkort de terugverdientijd van zonnepanelen en heeft direct effect op de energierekening. Besteed ook meer aandacht in voorlichting en communicatie aan
    duurzame verwarming en elektriciteitsgebruik, ook als daar (nog) geen subsidie voor beschikbaar wordt gesteld. Zoals warmteopslag achter de meter, of bioketels (in landelijk gebied).
  • Toe te werken naar één loket, zodat toegankelijkheid en begrijpelijkheid van het subsidielandschap verbeterd wordt. Allerlei huishoudens kunnen zo makkelijker ontzorgd worden.

Maak van uitstel van warmteprogramma’s geen automatisme
De regie in de warmtetransitie ligt bij gemeenten. Dat is logisch: zij kunnen het beste beoordelen welke techniek in welke wijk het meest geschikt is als alternatief voor aardgas. Dat leggen zij vast in een warmteprogramma; een belangrijke leidraad voor burgers, bedrijven en netbeheerders om te zien of het verstandig is te investeren in een warmtepomp en netverzwaring, dan wel aan te sluiten op een warmtenet. De minister liet begin november weten dat gemeenten een vol jaar extra krijgen zulke warmteplannen te maken, namelijk tot eind 2027. Het is problematisch dat hiermee voor alle betrokkenen langer dan nodig onzekerheid blijft bestaan. Het zou beter zijn vast te houden aan de oorspronkelijke opleverdatum van eind 2026. En van uitstel een uitzondering te maken. Wij vragen u daar bij de minister op aan te dringen.

Wat is nodig om warmtenetten uitgerold te krijgen?
De Warmtealliantie, waar de NVDE ook deel van uit maakt, laat zien dat er veel animo is bij gemeenten en warmtebedrijven om warmtenetten uit te rollen. Met het aannemen van de Wet collectieve warmte is een belangrijke stap gezet in de verduidelijking over de rolverdeling en bijhorende kavelsystematiek. Nu is het zaak om snel meer duidelijkheid te krijgen over de tarifering. Maar er is meer nodig om de uitrol van warmtenetten op gang te krijgen:

  • Nu de Wet collectieve warmte is aangenomen, is het zaak dat de publieke realisatiekracht zo snel mogelijk wordt opgebouwd. Daarom dient voldoende budget vrij te worden gemaakt om de private warmtebedrijven over te kunnen nemen. Hierdoor kan de kennis en ervaring van de bestaande warmtebedrijven behouden blijven in overeenstemming met het advies van de Verkenner Warmtebedrijven.
  • Naast de benodigde subsidie op de infrastructuur van warmtenetten via de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS-regeling op de KGG-begroting), blijft subsidie nodig voor de inpandige kosten bij een aansluiting op het warmtenet. Huurders zijn daarbij sterk afhankelijk van de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Daar is echter geen structureel budget meer voor op de VRObegroting. Wij vragen u met de minister budget te vinden voor de SAH vanaf 2026 en daarna.
  • Ook nu al zijn er veel initiatieven met concrete plannen voor warmtenetten. Ga creatief en ruimhartig om met bestaande budgetten om op maat subsidies te verstrekken om plannen in uitvoering te krijgen. Zo blijft de markt op gang en wordt ervaring opgedaan.