Positie NVDE ten aanzien van het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
Om minder afhankelijk te worden van import uit onbetrouwbare landen en een stabiele, voorspelbare energierekening te kunnen garanderen, is het nodig onze woningen en gebouwen van het aardgas te halen en over te gaan op duurzame warmte. Daarbij is het zaak de juiste techniek op de juiste plek toe te passen. Individuele opties als warmtepompen waar dat kan, collectieve warmtenetten met name in dichtbevolkte wijken. De uitrol van warmtenetten stagneert echter, onder andere omdat de maatschappelijke voordelen niet bij burgers en warmtebedrijven terecht komen en de regels lange tijd onduidelijk waren. Goed dus dat het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) aan u voor ligt. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie geeft u daarbij graag enige suggesties mee.
Gelijkwaardigheidsbeginsel duurzaam alternatief is wenselijk
In eerdere versies van het Bgiw werd er (terecht) vanuit gegaan dat burgers die opteren voor een opt-out van een aansluiting op het door de gemeente voorgestelde warmtenet weliswaar hun eigen warmtevoorziening mogen treffen, maar dan wel moeten aantonen dat dit alternatief minstens net zo duurzaam is als het warmtenet. Die eis was terecht. De minister heeft ervoor gekozen deze te laten vallen. Dat heeft verschillende onwenselijke effecten. Door het gemakkelijker te maken niet mee te doen aan een warmtenet, wordt het nóg lastiger zo’n net, daar waar dat wel maatschappelijk het meest gewenste alternatief is, te realiseren. Hoe minder mensen meedoen, hoe moeilijker de businesscase (en daarmee hoe hoger de gevraagde warmtetarieven) wordt. Ook wordt het speelveld ongelijk: warmtenetten moeten aan duurzaamheidseisen voldoen, de individuele optie wordt (behoudens een tamelijk willekeurige eis van 0,7) niet meer getoetst. Daarmee wordt ook een deel van de potentiële CO2-besparing beperkt. We vragen u het gelijkwaardigheidsbeginsel in het Bgiw op te nemen.
Verbodsbepaling fossiel is wenselijk
In eerdere versies van het Bgiw was de bepaling opgenomen om na 2050 geen aardgas meer te mogen gebruiken in een woning. De minister heeft ervoor gekozen dit verbod te laten vervallen, met een verwijzing naar de verantwoordelijkheid die gemeenten dragen voor het aardgasvrij maken van wijken. Hoewel hun rol zeker groot is, klopt het argument sowieso niet voor all-electric wijken, waar burgers bijvoorbeeld dikwijls zelf aan zet zijn. Meer principieel lijkt het ons wijs de einddatum voor aardgas, zoals vastgelegd in de Klimaatwet, ook in dit type regelgeving over te nemen, om zo aan alle spelers in de energietransitie de broodnodige volstrekte helderheid te geven. Ten overvloede: in het kader van ETS2 worden na 2044 Position Paper überhaupt geen CO2-rechten meer vergeven voor de gebouwde omgeving. Wij vragen u de verbodsbepaling voor fossiel in het Bgiw op te nemen.
Overige punten
- Uitzondering hulpwarmtecentrales (Artikel 5.131b lid 1b)
Voor de leden van de NVDE staat de noodzaak om bronnen van warmtenetten te verduurzamen niet ter discussie. De Wcw kent bovendien al een verplicht CO2-afbouwpad. Toch is het voorlopig nog wel nodig gasgestookte hulpwarmtecentrales achter de hand te houden voor de leveringszekerheid. Het Bgiw bevat een artikel waarmee gemeenten de aanwijsbevoegdheid krijgen zulke centrales te verbieden. Volgens de minister is dat geen probleem, omdat gemeenten in goed contact staan met warmtebedrijven en zij dat echt niet zomaar zullen doen. De NVDE vindt dat een onnodig risico. Wij vragen u een landelijke uitzondering te maken voor gasgestookte hulpwarmtecentrales bij de aanwijzingsbevoegdheid van gemeenten, zoals in artikel 5.131 d van het Bkl ook gedaan wordt voor de installaties die de leveringszekerheid op het gasnet borgen.
- Maak van de termijn van acht jaar een richtpunt, geen minimum
Uiteraard kan een gemeente het aardgas in een wijk niet zomaar afsluiten en moet er een overgangstermijn zijn. De NVDE zou het liefst zien dat de periode van acht jaar als een maximumtermijn wordt gezien. De minister kiest er nu voor deze acht jaar niet meer als richtpunt te zien (zoals aanvankelijk bedoeld), maar als minimumtermijn. Daarmee wordt de energietransitie onnodig gerekt. Wij vragen u de genoemde overgangstermijn van acht jaar in het Bgiw als richtpunt op te nemen, niet als minimumtermijn.
- Sluit warmtenetten niet uit in all-electricwijken (artikel 5.131b lid 2)
Ook in wijken die door gemeenten zijn aangewezen voor all-electric oplossingen, kunnen kleine warmtenetten een prima optie zijn. ‘All-electric’ is immers niet hetzelfde als ‘individueel’. Er is geen goede reden denkbaar om binnen zo’n wijk bijvoorbeeld een warmte-koudenet te verbieden en we kunnen ons ook niet voorstellen dat dit zo bedoeld is. Toch volgt dat uit het concept-besluit. Wij vragen u kleine warmtenetten mogelijk te blijven maken binnen all-electric-wijken.
- Overschrijden van de termijn noopt tot aanpassing omgevingsplan
Als een gemeente en de uitvoerders de planning voor de aanleg van infra niet halen, noopt dat tot een aanpassing van het omgevingsplan. Door die optie te creëren wordt er veel druk van de ketel gehaald om op te schieten. Wij vragen u in plaats van een aanpassingsverplichting van het omgevingsplan bij vertraging een eenmalige verlenging vast te leggen van bijvoorbeeld twee jaar.
- Neem alle baten van aardgasvrij mee in rekenmethodiek
Het Bgiw bevat een rekenmethodiek om te onderbouwen wat de kosten en baten van een warmtevoorziening zijn. Die methodiek negeert bijvoorbeeld ten onrechte de waarde van een aardgasvrij en daarmee toekomstbestendig huis, versus een woning met aardgas en dus CO2-uitstoot. Wij vragen u in de rekenmethodiek alle relevante baten van aardgasvrije opties mee te nemen.
- Zorg voor afdoende subsidies voor infra en kosten in woningen en een prijsgarantie voor warmte
De verantwoordelijkheid voor het bewaken van de betaalbaarheid voor burgers wordt bij gemeenten gelegd. Dat kan alleen als het Rijk het financieel regime rond warmtenetten zo inricht, dat gemeenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen waarmaken en er naast afdoende subsidies voor infra en kosten in woningen bijvoorbeeld ook een prijsgarantie komt.
