Stijn van den Heuvel, Nuon: “We staan aan de vooravond van grote veranderingen”

“We hebben energiebeleid nodig dat het mogelijk maakt dat we maatschappelijke doelen halen én dat bedrijven succesvol zijn. Daarvoor is vooral duidelijkheid vanuit de overheid nodig. Dan kunnen we zonder fossiele energie.” Dat zegt Stijn van den Heuvel van Nuon. Hij volgt Ron Wit op als vertegenwoordiger van de energieleveranciers in het bestuur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).

Hoe ben je in de energiewereld terecht gekomen?
“Ik heb economie gestudeerd in Amsterdam en kwam er in aanraking met milieueconomie. Ik vind de balans tussen economie en ecologie boeiend. Ik ben via stages bij Shell en het ministerie van Economische Zaken in de energiewereld terecht gekomen en ben er gebleven.”

Waardoor ben je gemotiveerd voor duurzame energie?
“Ik ben overtuigd dat het blijven gebruiken van fossiele energie slecht is voor de aarde en de mensheid. Er zijn mooie alternatieven die veel voordelen bieden. Fossiel is uiteindelijk niet nodig; er is technologisch zoveel mogelijk.”

Wat is je rol binnen Nuon?
“Ik werk acht jaar bij Nuon en ben sinds twee jaar hoofd van de afdeling public en regulatory affairs. We onderhouden de contacten met overheid en politiek. Lobby, heet dat in gewoon Nederlands. We houden ook contact met stakeholders, zoals milieuorganisaties. Heel interessant! Er verandert zoveel en er moet ook nog veel veranderen. We willen liefst beleid waardoor we én als bedrijf succesvol kunnen zijn én maatschappelijke doelen halen.

Wat vind je vanuit Nuon belangrijk voor de energietransitie?
“We gaan als bedrijf de komende jaren bouwen aan waar we in 2030 willen staan. Wat ons betreft een stuk duurzamer dan nu, maar dat kunnen we niet alleen. Het is belangrijk dat er nu beleid wordt neergezet dat investeringszekerheid biedt. Het is prima dat er concurrentie is. Daarbij is het wel nodig dat de richting van het overheidsbeleid helder is, in het samenspel tussen overheid, bedrijfsleven en klant.”

Wat vind je van de NVDE?
“De NVDE is een belangrijke aanjager voor de energietransitie. Het is een partij die goed vooruit kan denken en die bedrijven, met hun technologische kennis en kunde, kan koppelen aan ambitieuze groene doelen. Dat maakt de boodschap echt sterker dan wanneer je alleen ambitie hebt”

Wat wil je in NVDE-bestuur voor elkaar krijgen?
“De NVDE heeft een mooie start gehad. Ik wil graag bijdragen aan het verder uitbouwen van de organisatie met nieuwe ideeën. Ik wil laten zien dat leveranciers echt bezig zijn om de transitie verder te helpen. Ik ga ook de focus bewaken. We moeten de schaarse tijd besteden aan onderwerpen die belangrijk zijn voor de achterban en aan het wegnemen van de barrières voor de transitie.

Per transitiepad hebben we als vereniging een helder plaatje nodig van de doelen voor 2030 en de weg daarheen. Ook is een heldere visie op ruimtelijke uitdagingen nodig. We moeten oppassen dat we niet op nog 100.000 andere onderwerpen gaan studeren, die pas over langere tijd mogelijk relevant zijn. Dat kunnen we aan de wetenschap overlaten.”

Hoe is het om Ron Wit op te volgen in het bestuur?
“Dat voelt als een grote eer. Ron heeft veel neergezet. Ik zal zeker in contact met hem blijven om na te denken over volgende stappen.”

Waar wil je dat de NVDE over vijf jaar is?
“Over vijf jaar zou de NVDE een bekendere organisatie moeten zijn, ook bij een wat breder publiek. De NVDE is dan ook de organisatie waar de politiek meteen aan denkt, die een bundeling is van alle partijen die bezig zijn met duurzame energieoplossingen.”

En over vijftien of twintig jaar?
“Over twintig jaar, of liever al eerder, mag je hopen dat al die energie brancheverenigingen samengevoegd zijn. Dan is er geen aparte vereniging voor duurzame energie, voor leveranciers en netbeheerders meer nodig, maar staan we voor een overkoepelend belang.”

Welk project heb je bezocht dat indruk maakte?
“Ik ben bij het windpark op zee geweest van Nuon en Shell, bij Egmond aan Zee. Zelfs bij kalm weer zijn daar al aardige golven; je voelt er hoe sterk de elementen zijn. Indrukwekkend! Dat was het eerste windpark op zee. We staan aan de vooravond van grote veranderingen en als we vaart maken staat er in 2030 misschien wel 20 GW aan windturbines op zee. Die nieuwe turbines zijn veel groter en wekken nu al drie keer zoveel energie op. Die zullen nog vast nog indrukwekkender zijn.”

Wat doe je thuis aan duurzame energie?
“Ik woon in een goed geïsoleerde benedenwoning in Amsterdam. En ik heb een zo zuinig mogelijke leaseauto. De volgende wordt elektrisch.”

Hoe ga je de andere leveranciers betrekken?
“Ik zit namens de energieleveranciers in het NVDE-bestuur. We hebben goed contact, op regelmatige basis, ook los van NVDE. En ik zal ook bij alle leveranciers langsgaan om hun speerpunten voor de NVDE te horen.”

Hoe wil je omgaan met de spanning die er soms is tussen leveranciers en netbeheerders?
“We hebben hetzelfde doel, dus we moeten gewoon het gesprek aan blijven gaan en kijken waar onduidelijkheden zitten. Er zijn maar op beperkte schaal tegenstrijdige belangen. Er zijn ook grote verschillen tussen netbeheerders onderling.  Zowel voor de leveranciers als voor de netbeheerders is er nog veel ruimte om op het eigen domein te verbeteren. Soms is er wel een beetje geduw en getrek, bijvoorbeeld over warmtenetten of over de uitrol van laadpalen.
Maar ik ben ervan overtuigd dat de netbeheerders essentieel zijn voor het faciliteren van de markt in de energietransitie.”

Hoe moeten we energie besparen in de gebouwde omgeving?
“Het convenant energiebesparing is een eerste stap. Leveranciers gaan hun klanten voorzien van meer informatie, zodat ze hun gebruik beter kunnen sturen. Een volgende stap is verdere besparing door wijzigingen in de hardware: aan het huis, aan de thermostaat en aan de cv-ketel. Wij verkopen bijvoorbeeld een hybride warmtepomp waardoor je met dertig tot vijftig procent minder gas toe kan. Het is een mooi systeem dat de warmte uit de ventilatielucht benut. Energiebedrijven kunnen veel doen om mensen meer kennis over energiebesparing mee te geven en om samen met veel andere partijen met oplossingen te komen.”

Is besparing wel in het belang van energieleveranciers?
“Mensen gaan inderdaad minder van ons product afnemen door besparingsmaatregelen. Maar ze gaan meer van andere producten afnemen, bijvoorbeeld door elektrificatie van vervoer en warmte. De koek wordt groter, zeker als je duurzaam opwekt. Er zijn enorme groeikansen, maar de richting moet helder zijn.”

We weten toch nog niet welke technieken we over tien jaar gebruiken?
“Dat klopt. Ik bedoel dat duidelijk moet zijn per wanneer we hoeveel minder CO2 willen produceren in de gebouwde omgeving. Dan volgen daar beslissingen uit, zoals het niet meer vervangen van gasnetten. Dan moet er een alternatief zijn. Het zijn mega-uitdagingen. We moeten de kosten eerlijk verdelen, maar wel vaart maken.”

Wat moet er volgens jou in het regeerakkoord staan?
“Het zou goed zijn als er een besluit over de toekomst van kolencentrales komt. En het nieuwe kabinet moet het energiebeleid in lijn brengen met het Parijs-akkoord. Dat zou vergaand zijn. Als we ‘Parijs’ serieus doorvertalen en Nederland zet daarin de eerste stappen, dan doen we het goed en zal de snelheid van verandering hoog zijn. De elektriciteitssector moet in enorm hoog tempo verder verduurzamen. Op den duur zullen gascentrales ook overstappen op waterstof, zodat we duurzame back-up hebben voor wind en zon. En er is een goed uitrolplan nodig voor de gebouwde omgeving. De aanpak in de industrie kan in synergie met het vergroenen van gascentrales.
Het beleid voor auto’s kan ook ambitieuzer. Vanuit de auto zie ik al die andere auto’s voor en achter me rijden. Het is bizar om je te realiseren hoeveel liter brandstof die allemaal bij zich hebben, en hoe groot de omvang van de benodigde verandering is. Ook de wijze van verwarmen van al die huizen en gebouwen moet helemaal anders.
Een van de grootste uitdagingen vind ik de vraag hoe houden we de kaars brandend ook als het straks moeilijker wordt? Van de successen met wind op zee wordt iedereen enthousiast maar straks komt het dichterbij, wordt de impact groter en dan wordt het lastiger. Het is heel belangrijk dat we positieve betrokkenheid houden.”