Arjan Spaans is sinds 2022 wethouder in Zwolle, met onder meer de energietransitie in zijn portefeuille. Ook was hij vier jaar gemeenteraadslid voor het CDA. Daarvoor werkte hij bij defensie. Op missies naar Afghanistan en Mali ondervond hij de kwetsbaarheid van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen: “Daarom heb ik – naast de klimaatdoelstelling – nu de ambitie om Zwolle energie-autonomer en weerbaarder te maken”. Dat krijgt Spaans voor elkaar met windmolens, zonnepanelen, een warmtenet en door het uitbreiden van het stroomnet. “Consistent beleid vanuit Den Haag is daarvoor cruciaal”, zegt hij.
Wat maakt deze baan van wethouder leuk? Wat zijn de minder fijne momenten?
“Met deze portefeuille werk ik aan de toekomst van onze eigen stad en onze eigen leefomgeving. Onderwerpen zoals energie, warmte, klimaatadaptatie en milieu raken wonen, werken, mobiliteit en de kwaliteit van leven. Het zijn thema’s die steeds meer impact hebben en steeds zichtbaarder worden in de stad. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid, maar ook veel voldoening. Tegelijkertijd moeten soms lastige keuzes worden gemaakt. Rijksbeleid is daarbij soms nog zoekend. Afhankelijk van het kabinet verdwijnen maatregelen of veranderen regels. Lokaal moet dat vervolgens worden uitgelegd aan inwoners. Dat is een complex verhaal terwijl de urgentie juist hoog is.
Als er in de wereld iets gebeurt zien we meteen wat onze afhankelijkheid van derde landen betekent. Denk aan de bombardementen in Iran. Dan schieten olie- en gasprijzen omhoog. Dat laat zien hoe kwetsbaar onze afhankelijkheid van fossiele energie uit andere landen is. Daarom streven we naar meer energie-autonomie.
Inconsistent beleid helpt daarbij niet. De discussie over de salderingsregeling is een voorbeeld. Er worden toezeggingen gedaan en beleid gemaakt en vervolgens wordt het weer aangepast. Dat geldt ook voor discussies over zonneparken op agrarische grond of de normering van windmolens. We hebben consistent beleid nodig, over meerdere kabinetsperiodes heen.”
Wanneer raakte u betrokken bij de energietransitie?
“De betrokkenheid begon niet in de politiek maar bij defensie. Tijdens een missie in Afghanistan bleek hoe kwetsbaar logistieke aanvoerlijnen zijn wanneer alles draait op fossiele brandstoffen. Brandstofkonvooien werden aangevallen en er ontstonden tekorten. Tegelijkertijd werd daar nauwelijks gebruik gemaakt van de wind of zon.
Later werkte ik voor de Verenigde Naties in Mali. In de Sahel schijnt de zon vrijwel altijd. Toch was er ook daar een enorme dorst naar fossiele brandstoffen. Daar werd voor het eerst geëxperimenteerd met zonne-energie en opslag van elektriciteit. Ook zag ik daar wat klimaatverandering – met name droogte – met een samenleving kan doen. Ooit was Mali een rijk land, nu het op zeven na armste land ter wereld.
Die ervaring met afhankelijkheid en kwetsbaarheid heb ik meegenomen. In 2015 was mijn laatste missie en daarna ben ik gaan nadenken over de volgende stap. Uiteindelijk besloot ik lokaal politiek actief te worden. In 2018 kwam ik in de gemeenteraad en in 2022 werd ik bestuurder. Dat was vooral inhoudelijk gemotiveerd. Het ging om het zoeken naar oplossingen en om het streven naar meer langdurige stabiliteit voor onze samenleving.”
De gemeenteraadsverkiezingen staan voor de deur. Over welke energietransitie-onderwerpen bestaat consensus?
“De urgentie van de energietransitie wordt breed gedeeld. Eerst gaf de oorlog in Oekraïne een duidelijk signaal. Nu spelen nieuwe geopolitieke spanningen opnieuw een rol. Daardoor is het besef gegroeid dat energie-onafhankelijkheid belangrijk is. Er is ook veel consensus over het ondersteunen van kwetsbare huishoudens. Tijdens de energiecrisis zagen we gasprijzen door het plafond gaan. Daarom hebben we het programma Warm Thuis opgezet. Daarbij zijn energiecoaches opgeleid die inwoners helpen met energiebesparing. Dat begon met kleine maatregelen zoals radiatorfolie en tochtstrips, maar later ook met grotere maatregelen zoals spouwmuurisolatie en dubbel glas. Het mooie is dat deze coaches vrijwilligers uit de buurt zijn. Daardoor komen zij veel makkelijker achter de voordeur dan iemand van de overheid.”
Zwolle heeft recentelijk een gemeentelijk warmtebedrijf opgericht. Wat is de doelstelling van Warmtebedrijf Zwolle?
“We hadden – voorafgaand aan de Wet Collectieve Warmtevoorziening – de overtuiging dat een publiek warmtebedrijf nodig is. We stonden voor een aantal grote warmtevraagstukken, onder andere rond geothermie en warmtenetten. Door zelf een warmtebedrijf op te richten houden we grip op de publieke waarden: betaalbaarheid, duurzaamheid en leveringszekerheid. Warmtenetten bieden bovendien kansen om het elektriciteitsnet minder te belasten. In een stedelijke omgeving is het vaak efficiënter om collectieve warmte te organiseren dan om overal individuele warmtepompen te plaatsen.”
Naarmate er meer huishoudens op een warmtepomp overstappen, wordt het moeilijker een warmtenet rendabel te krijgen. Hoe gaat u hiermee om?
“Eerst kijken we naar concrete initiatieven voor warmteopwekking. In de binnenstad verdwijnt bijvoorbeeld een parkeergarage en daar komen ongeveer vijfhonderd woningen voor terug. Dat is een moment om meteen te onderzoeken of een warmtenet kan worden ontwikkeld. Daarbij wordt verder gekeken dan alleen dat project. In hetzelfde gebied staat bijvoorbeeld een theater dat al jaren moet worden verduurzaamd. Door zulke projecten te combineren ontstaat een grotere basis voor een warmtenet.
De nieuwe warmtewet geeft gemeenten instrumenten. In ons warmteprogramma staat in welke wijken we het eerst een warmteplan gaan maken. Met de aanwijsbevoegdheid kan een wijk vervolgens worden aangewezen om binnen een periode van acht jaar daadwerkelijk van het gas af te gaan. Daarbij geldt altijd dat er een haalbaar en betaalbaar alternatief moet zijn.”
Warmtenetten zijn in bepaalde gebieden maatschappelijk gezien de goedkoopste oplossing, maar dat voordeel slaat dikwijls niet neer bij bewoners. Hoe kan dit worden verholpen?
“Een voordeel van een warmtenet is dat er meerjarige prijszekerheid kan worden geboden. In plaats van sterke schommelingen in gasprijzen kan een stabieler tarief worden afgesproken. Dat geeft bewoners voorspelbaarheid en vertrouwen.
Uiteindelijk moeten inwoners vooral weten waar ze aan toe zijn. Techniek interesseert veel bewoners minder. De vraag is vooral wat het kost en wat het alternatief is. Gas is eindig en wordt steeds duurder. Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken welke alternatieven er zijn en wat de voordelen daarvan zijn.”
Hoeveel last heeft Zwolle van het – op piekmomenten – volle stroomnet?
“Al in 2018 is dit onderwerp in de gemeenteraad besproken en is aan het college gevraagd om hier actief mee aan de slag te gaan. Sindsdien hebben we intensief samengewerkt met netbeheerder Enexis. We hebben onze ontwikkelplannen en hun investeringsplannen naast elkaar gelegd. Uiteindelijk hebben we afspraken gemaakt over een forse uitbreiding van de infrastructuur. In Zwolle komen er ongeveer 650 transformatorhuizen, 22 middenspanningsstations en op termijn mogelijk nog een extra hoogspanningsstation bij. Dat wordt in ongeveer twaalf tot dertien jaar gerealiseerd.”
Wat zegt u tegen een Zwollenaar die protesteert tegen een parkeerplaats of stukje groen dat moet verdwijnen voor een transformatiehuisje?
“De realiteit is dat de energietransitie ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Als we het elektriciteitsnet willen uitbreiden moeten er transformatorhuizen komen en moeten straten open. Ongeveer één op de drie straten in Zwolle zal daarmee te maken krijgen. De keuze is dus niet óf het gebeurt, maar hoe het gebeurt. Daarom gaan we met bewoners in gesprek over de locatie en de ruimtelijke inpassing. We hebben ook geld gereserveerd om in bepaalde (historische) gebieden, zoals de binnenstad, transformatorhuizen mooi in te passen in de omgeving, bijvoorbeeld door ze architectonisch beter aan te laten sluiten bij de buurt. De boodschap is duidelijk. De infrastructuur komt er. Maar samen met inwoners kan wel worden bepaald hoe die het beste in de wijk past.”
Ondanks dat Zwolle een stedelijke gemeente is, heeft het toch meerdere windmolens en zonneparken in haar gemeente staan. Waarom vindt u het belangrijk om lokale opwek te realiseren?
“In het verleden werden windmolens vaak van bovenaf, door Den Haag, opgelegd. Dat zorgde voor weerstand, omdat inwoners vooral lasten ervoeren en weinig lusten. Lokale initiatiefnemers worden in Zwolle gestimuleerd om zelf met plannen te komen. Daarnaast is beleid vastgesteld voor lokaal eigendom en participatie. Inwoners krijgen daardoor een serieuze plek aan tafel en kunnen meeprofiteren van projecten.
Het idee is dat bewoners in hun eigen gebied invloed hebben op wat er gebeurt. Als een project binnen een zoekgebied past kunnen inwoners er ook voor kiezen het niet te doen. Tegelijk bestaat de kans dat er op lange termijn toch een windmolen komt. Dan is het beter om zelf initiatief te nemen. Die aanpak werkt. Initiatieven komen nu vaker vanuit bewoners zelf. Soms zelfs over gemeentegrenzen heen. Dat laat zien dat samenwerking en lokaal eigendom het draagvlak kunnen vergroten.”
De gemeente heeft middelen vrijgemaakt voor een initiatief van Zwolse inwoners. Het maakt budget vrij voor de verduurzaming van 21 Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Waarom heeft u hier uw nek voor uitgestoken?
“VvE’s waren lange tijd een vergeten groep. De focus lag vooral op kwetsbare huishoudens en individuele woningbezitters. Veel VvE’s moesten het zelf uitzoeken. In de wijk Hogenkamp ontstond een initiatief van bewoners die hun portiekflats wilden verduurzamen. Daar bleek dat veel VvE’s onvoldoende capaciteit hadden. Soms ontbreekt een bestuur, soms ontbreken financiën of kennis.
De gemeente heeft daarom capaciteit en geld beschikbaar gesteld om 21 VvE’s te ondersteunen. Het plan is breed opgezet. Het gaat niet alleen over energie maar ook over leefomgeving, groen, sociale veiligheid en ontmoeting. De kern van het succes is een goede relatie met bewoners. Bestuurders en ambtenaren gaan de wijk in en werken samen met bewoners aan oplossingen.”
Wilt u door als wethouder? Waarom?
“Ja, dat zou ik wel willen. De energietransitie vraagt om kennis, ervaring en consistent beleid. Veel basisstructuren zijn nu opgezet, zoals het warmtebedrijf en het warmteprogramma. De volgende stap is laten zien wat dat in de praktijk oplevert voor inwoners en wijken. Ik zou graag bestuurlijk laten zien waar al deze initiatieven toe kunnen leiden. Zwolle kan minder afhankelijk worden van geopolitieke ontwikkelingen en meer energie-autonoom worden. Dat vraagt tijd. Daarom zou een tweede periode helpen om die koers verder uit te bouwen en de stad toekomstbestendig te maken.”
