Lot van Hooijdonk: “De bewoners van de eerste aardgasvrije wijken mogen niet de sjaak worden”

“Er gaat veel gebeuren de komende drie jaar. Ik verwacht dat we in 2021 al een goed beeld hebben van de aanpak per wijk,” zegt Lot van Hooijdonk, wethouder in Utrecht. Van Hooijdonk zit namens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) aan tafel bij het Klimaatakkoord. Ze bepleit een IKEA-achtige aanpak van duurzame renovatie: een combinatie van industriële onderdelen en maatwerk. “We gaan naar een periode waarin gemeenten een sleutelrol hebben op weg naar een duurzame gebouwde omgeving. Gemeenten hebben wel geld en bevoegdheden hiervoor nodig. Het aardgasvrij maken van wijken gaat vliegen, zeker in de grotere gemeenten, maar ook in de kleinere. Uiteindelijk moet heel Nederland aardgasvrij worden.”

Wat zijn volgens u de belangrijkste stappen die er gezet moeten worden door gemeenten in het kader van de energietransitie?
“Gemeenten hebben de grootste rol in de gebouwde omgeving. De opwekking van stroom is een nationaal verdelingsvraagstuk, maar mensen gaan het wel in hun omgeving zien. De warmtevoorziening heeft een nog decentraler karakter. In de warmtetransitie moeten we bij alle adressen langs gaan, niet letterlijk, maar wel virtueel. Gemeenten zijn daarvoor het beste gepositioneerd. We moeten als gemeenten keuzes maken, bewoners informeren en hen in staat stellen om te veranderen. De keuze om in wijken over te stappen op een alternatief voor aardgas, moet bovendien worden gelegitimeerd door de gemeenteraden.”

Minister Wiebes koos nadrukkelijk voor partijen die iets te bieden hebben. Wat heeft de VNG in de aanbieding?
“Minister Wiebes maakt onze rol groot en positioneert gemeenten als frontsoldaten. Wij zullen het gesprek voeren met bewoners. Gemeenten hebben een belangrijke regisserende rol. Ook al is de opgave in de gebouwde omgeving in termen van emissies niet de grootste. Maar we hebben wel acht miljoen adressen. Al die mensen zullen op termijn wat moeten met de energietransitie. In Utrecht zijn we begonnen om de wijk Overvecht Noord aardgasvrij te maken. Het is een wijk met veel sociale problematiek. Niemand anders dan de gemeente kan zo’n besluit nemen. Netbeheerders bijvoorbeeld hebben een grote rol in het proces om te komen tot aardgasvrije wijken, maar zijn niet democratisch gelegitimeerd.”

Wordt het niet ongelijk als gemeenten dit in verschillende tempo’s gaan oppakken?
“Het is toch geen big bang; het gaat stap voor stap. Het is niet zinvol om bijvoorbeeld af te dwingen dat Lopik per se in hetzelfde jaar moet beginnen als Utrecht. De pakweg dertig vooroplopende gemeenten zijn over het algemeen ook de grotere, op een paar uitzonderingen na. Die grotere hebben ook het meeste werk en het grootste ambtelijke apparaat. Het is goed als zij investeren in de leercurve. Daar hoort bij dat gemeenten voldoende geëquipeerd worden. We gaan van een energiesysteem waar gemeenten geen rol in hadden, naar een periode waarin de gemeente een grote rol heeft op het gebied van warmte. Dat is niet gratis. Er zijn geld en bevoegdheden voor nodig.”

Is de kans niet groot dat gemeenten de overstap naar aardgasvrij zullen uitstellen?
“De groene beweging is bang dat gemeenten het naar de toekomst gaan schuiven. Maar bewoners zullen zelf vragen wanneer zij aan de beurt zijn, ook al zal niet iedereen er blij mee zijn. Het is niet voordelig om de laatsten op gas te zijn. De vraag is hoe we het financieel voldoende aantrekkelijk gaan maken om alternatieven voor aardgas te gaan gebruiken en hoe we onrendabele kosten socialiseren. We moeten dit proces de komende drie jaar zijn gang laten gaan en dan bepalen of we op koers liggen voor 2030. Dan weten we waar het niet hard genoeg gaat. Het gaat niet alleen om het tempo, maar er moet vooral ook logica zitten in de momenten die we kiezen. In Overvecht zijn de gasleidingen binnenkort aan vervanging toe. Overvecht is ruim vijftig jaar oud; er is veel renovatie nodig. Ik verwacht dat de energietransitie er ook banen zal creëren.”

Wat vindt u van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)?
“Ik ken niet de hele organisatie, maar wel de voorzitter en de directeur. Ik ervaar de NVDE als een zeer deskundige en constructieve partner. De NVDE is heel invloedrijk vanuit haar expertise.”

Hoe houden we de transitie betaalbaar?
“Dat is inderdaad de hamvraag. Het plaatje is nog niet helemaal scherp. Een combinatie van instrumenten zorgt voor betaalbaarheid. Gebouwgebonden financiering is belangrijk. Die zorgt dat alle maatregelen die in de loop van de tijd rendabel zijn, nu alvast gefinancierd kunnen worden. Je gaat geen cent meer betalen in woonlasten. Een looptijd van dertig jaar is niet gek, dat is hetzelfde als de looptijd van een hypotheek. Zolang een woning blijft staan, is het lucratief om bijvoorbeeld te isoleren. Maar het is wel van belang dat het plaatje sluitend wordt voor alle woningen en gebouwen. Zo niet, dan zal daar toch een vorm van subsidie voor moeten komen. Dit moet echt nog uitkristalliseren.”

Hoe kunnen duurzame maatregelen goedkoper worden?
“Het is nog een beetje een black box hoeveel goedkoper het kan worden. Als bijvoorbeeld woningcorporaties grootschalig aan de slag gaan, hoeveel goedkoper kunnen isolatie en warmtepompen of andere duurzame warmtetechnieken dan worden? Wat kun je met het uitschrijven van tenders doen? De transactiekosten kunnen flink naar beneden. De methode voor corporaties is al redelijk uitgewerkt. Zij hebben het relatief makkelijk, omdat het vaak gaat om grote aantallen woningen van één type. Dat moeten we doorontwikkelen naar VVE’s en particuliere koopwoningen. Daar ligt nog een groot vraagstuk. Is het goedkoper om met grote bouwbedrijven te werken, ook in deze hoogconjunctuur? Of met kleinere? We moeten toe naar eenduidige concepten. Wat je in ieder geval niet wilt, is dat elke aannemer voor elke woning opnieuw gaat meten. Wat mij betreft komt er een IKEA-versie van renovatie. IKEA maakt vaste componenten die op industriële schaal gemaakt worden, met aandacht voor design. Mensen kunnen die naar eigen smaak combineren. Zoiets moet er ook komen voor duurzame woningrenovatie. De bouw moet dat organiseren.”

En de belastingen?
“Mensen in de scene zeggen terecht dat gas te goedkoop is. Alternatieven kunnen er slecht tegen concurreren. Door een verschuiving in de energiebelasting, worden de alternatieven rendabeler. Daarnaast moeten er nog wat vuiltjes worden weggewerkt. Zo kost het nog steeds geld om je huis van het gasnet af te laten sluiten. Die rekening komt nu nog bij de woningeigenaar terecht. Dat zouden we anders moeten regelen.

Alles bij elkaar opgeteld, denk ik dat er voldoende manieren zijn om de transitie betaalbaar te maken. Zolang dat nog niet zo is, zou de onrendabele top gesubsidieerd moeten worden. Misschien moet dat sowieso bij uitzonderingsgevallen, zoals monumenten. We gaan beoordelen waar nog problemen zitten, in de tijd en bij specifieke doelgroepen.”

De bewoners in Overvecht-Noord vroegen niet ‘waarom’, maar ‘waarom hier?’. Hoe moeten we first movers helpen?
“Zolang maatregelen niet rendabel zijn, is subsidie nodig. Maar subsidiering heeft niet de toekomst. We moeten toe naar een situatie zonder subsidie. Maar vanuit oogpunt van rechtvaardigheid zullen we first movers moeten compenseren. Dat is ook vanuit boerenslimheid: we hebben een goede pers nodig over de eerste aardgasvrije wijken. Dan moeten de eersten niet de Sjaak zijn. Als we zorgen voor een zachte landing, kunnen zij ambassadeurs zijn. Het is niet toevallig dat wij in Utrecht in Overvecht starten, in een wijk met een renovatieopgave en sociale problematiek. Dat ga je ook in andere steden zien. Reden te meer om de mensen daar echt te helpen in de transitie en niet aan hun lot over te laten.”

Zullen bewoners inderdaad in 2021 weten waar ze aan toe zijn met hun wijk?
“Ik ben wel optimistisch. In de komende drie jaar gaat veel gebeuren. De hele discussie over aardgas is snel losgekomen. In 2016 startte de green deal aardgasvrije wijken en per 1 juli 2018 wordt het al verboden om nieuwbouw op gas aan te sluiten. Een paar jaar geleden hadden we niet het idee dat het zo snel zou gaan. Het Akkoord van Parijs heeft veel gevoel van urgentie gegeven. En helaas ook de aardbevingen in Groningen. Het is heel cru voor de mensen daar, maar de discussie over aardgasvrij is er wel heviger door geworden. Groningen, en niet zozeer de klimaatverandering, is de reden dat we in Overvecht niet uit hoefden te leggen waarom de wijk van het aardgas af moet. Dat besef gaat niet meer weg. Duurzame energie en warmte zitten in veel coalitieakkoorden. In grotere gemeenten gaat dit vliegen, en dan heb je al een groot deel van de bevolking te pakken. De rest komt ook. Dertig regionale energiestrategieën gaat ook lukken. We zullen niet in elke gemeente in 2021 al duidelijkheid hebben, maar we hebben dan wel al een goed beeld.”

Hoe kunnen de regionale energiestrategieën (RES) een bijdrage leveren aan de energietransitie?
“De regionale energiestrategieën gaan vooral over het aanbod aan duurzame energie, terwijl de wijkstrategieën over de vraag gaan. Op het gebied van warmte moeten die twee gematcht worden. De meest urgente vraag is welke duurzame bronnen er zijn. Een goede ruimtelijke ordening is daarbij nodig. We moeten samen bedenken hoe het landschap een energielandschap wordt. Wat zijn de beste plekken voor bijvoorbeeld windmolens of zonneparken, los van gemeentegrenzen? Voor de locatie Rijnenburg neemt de gemeente Utrecht de besluiten. Maar we willen dat samen doen met de gemeenten IJsselstein en Nieuwegein, want die liggen er vlak naast. Het moet ook voor hen acceptabel zijn. Voor dit soort zaken zijn regionale energiestrategieën belangrijk.”

Verwacht u dat we het doel gaan halen (49% of 55% minder CO2in 2030)?
“Ik heb geen glazen bol. Bij windenergie op zee zagen we hoe snel het kan gaan. En de groei van het aantal zonnepanelen toont een hele steile curve. Die kan er ook bij de retrofit van woningen komen. De markt moet gaan werken. Voor schaalvergroting is een IKEA-achtige mengeling van industriële elementen en maatwerk is cruciaal, ook in de utilitaire bebouwing, naast de woningen. Er zullen aanbiedingen komen waarbij de financiering geregeld is. De bemensing in de duurzame energiesector is een grote uitdaging. Dat moeten we snel regelen. Het puzzeltje moet in elkaar gaan vallen. De hele transitie is wel kwetsbaar: als een van deze elementen, zoals schaalvergroting, financiering of bemensing niet goed gaat, lopen we vertraging op. Twaalf jaar is zowel lang als kort. We kunnen veel doen in twaalf jaar, maar in het ritme van de vastgoedsector is het niet lang.”

Wat is er nodig voor de transitie in mobiliteit?
“Mobiliteit is een ander verhaal. De gebouwde omgeving is heel complex, maar iedereen wil er wel mee aan de slag. Het kabinet omarmde het dichtdraaien van de gaskraan, de gebouwde omgeving gaat om. Maar er zit geen beweging op mobiliteit. De discussie daarover is nog heel ouderwets. Er staan schotten tussen openbaar vervoer en auto. Er rust een taboe op beprijzing. De fiscaliteit is eenzijdig. Dat moet echt op de schop. We moeten mobiliteit niet alleen veranderen maar ook voorkomen. We moeten minder kilometers gaan maken.

In de luchtvaart vind ik het debat bijna surrealistisch. Het gesprek over de tweede luchthaven gaat alleen over overlast. Dat vliegveld kan toch niet vanuit klimaatoogpunt! Dit kabinet zit er schizofreen in. Mobiliteit is een groot probleem en er zijn weinig alternatieven. We zullen moeten veranderen hoe we op vakantie gaan. Tenzij we door innovatie klimaatneutraal naar Thailand zullen kunnen reizen, maar dat zie ik niet snel gebeuren. Dit is anders dan in de gebouwde omgeving, waar de alternatieven net zo fijn zijn als verwarming op aardgas.”

Zijn de meetings van de tafels ook leuk?
“Ik vind van wel. Ik ben voor een wethouder een relatief nerdig type. Het is een puzzel. Zo’n vier of vijf jaar geleden zat ik vanuit de groene beweging aan tafel voor het Energieakkoord. Daar was een andere sfeer. Het heeft mij toen wel de ogen geopend voor hoe remmend industriële belangen zijn.  Nu hebben we aan de gebouwde omgevingstafel meer een gesprek in plaats van een onderhandeling. Er is een prettige sfeer en Diederik leidt het op een inspirerende manier.”