Attje Kuiken (PvdA) wil ambitieuze Klimaatwet met afrekenbare doelen

Vanuit een gedecimeerde PvdA-fractie blikt Kamerlid Attje Kuiken met frisse moed vooruit naar het energiebeleid van de komende vier jaar. Een ambitieuze Klimaatwet is daarbij onontbeerlijk, vindt zij, met afrekenbare doelen, waar bedrijven voor langere tijd op kunnen rekenen. “Blauwe ogen zijn fijn, maar je moet afspraken met elkaar maken.” Een verenigde duurzame energiesector is daarbij belangrijk. Kuiken ziet dat de ontwikkelingen razendsnel gaan, in windenergie en mobiliteit. “In 2025 kan autorijden emissieloos zijn.”

Het is een bijzondere situatie in de PvdA fractie, met negen fractieleden waarvan er vier nog minister of staatssecretaris zijn en één Kamervoorzitter.
“Klopt, we hebben maar vier fractieleden om alle portefeuilles over te verdelen. Ik doe veiligheid, justitie, infrastructuur, milieu en energie. Henk Nijboer en ik hebben veel ervaring en kunnen snel schakelen. Bovendien zijn er in deze periode wel vrij veel debatten, afgezien van het reces, maar het is toch meer beleidsarm dan anders.”

Hoe is het om na deze verkiezingsuitslag door te werken?
“De klap was groot, voor onszelf, voor de medewerkers waar we afscheid van moesten nemen en voor de partij. Toch zijn we met veel moed en energie gestart. Er zit nu een club die er zin in heeft.”

Wat is het belangrijkste punt dat volgens u in de komende vier jaar geregeld moet worden in het energiebeleid?
“Het belangrijkste is dat de ambitie van het kabinet omhoog moet. De afspraken van het energieakkoord moeten zonder meer gehaald worden en er moet een energieakkoord 2.0 komen. Wij zijn mede-indieners van de klimaatwet. Die stelt elk jaar afrekenbare doelen voor, zodat we net als bij een begroting kunnen checken of we de energiedoelstellingen halen. Blauwe ogen zijn fijn, maar je moet afspraken met elkaar maken. Dan kun je zien wat er werkt en bijstellen als het nodig is. Anders gebeurt het gewoon niet. Ik spreek veel mensen uit de industrie. Die zeggen dat ze andere oplossingen zullen verzinnen als iets niet meer mag. Met techniek blijkt altijd heel veel mogelijk te zijn. Zonder doelen is die prikkel er niet.

Sommige hotelketens bijvoorbeeld profileren zich op duurzaamheid, omdat dat voor hun internationale klanten belangrijk is. Maar het is nog geen automatisch beleid. De overgrote meerderheid van de bedrijven moet geprikkeld worden. Het helpt als er een overheid is die zegt: dit is wat we afspreken.”

Welke andere zaken vindt u belangrijk in het energiebeleid?
Wij willen dat alle nieuwe auto’s vanaf 2025 emissieloos zijn. Dat is ambitieus. Ik zie dat de ontwikkeling razendsnel kan gaan. De markt investeert hierin. Alle autofabrikanten kunnen zich erop instellen. Mensen kunnen vanaf nu al zelf keuzes maken in de goede richting. Die deadline van 2025 is geen heilige graal, maar we moeten wel een duidelijke streep in het zand zetten. Dit kan op redelijk korte termijn.

Daarnaast willen wij dat de kolencentrales sluiten. De oudere moeten zo snel als kan dicht. En richting 2030 moeten alle kolencentrales  sluiten. Jaartallen roepen altijd veel aversie op maar investeringen in wind, zon en andere vormen van duurzame energie gaan het overnemen. Kijk eens hoe snel de kostprijs van wind omlaag is gegaan! Dat had niemand verwacht. Het verschil tussen de huidige molens en de oudere is groot. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Dat is mooi! Het begint met het uitspreken van ambities. Als we voortdurend zouden zijn blijven aarzelen op de tekentafel, dan waren we niet zo ver gekomen als nu. Ook de andere technieken voor duurzame energie, zoals zonnepanelen en waterstof, waar ook leden van de NVDE mee bezig zijn, moeten verder groeien.”

“Ik heb bij Nuon gezien hoe warmte uit de industrie wordt gebruikt voor huishoudens.”

Welke taakverdeling tussen overheid en markt is volgens u ideaal?
“De overheid en de markt moeten duidelijke afspraken met elkaar maken, in een energieakkoord 2.0. De overheid moet duidelijke wetgeving maken, bijvoorbeeld een klimaatwet en andere wetten, en ze moet belemmerende regels wegnemen. Het aanjagen van de transitie met subsidies blijft noodzakelijk. De markt moet investeren, innoveren en nieuwe producten lanceren om aan de doelstellingen te voldoen. Je hoeft een bedrijf niet te vertellen hoe ze geld moeten verdienen of hoe ze een nieuw product op markt moeten brengen. Maar de overheid moet wel aanjagen en meerjarige zekerheid bieden, over meer dan één kabinetsperiode. Daarom is de klimaatwet nodig.”

Hoe zou u de stand van zaken van de energietransitie omschrijven?
“Als je het vergelijkt met een hardloopwedstrijd, dan zaten wij niet altijd bij de koplopers, ook al deden we wel hard ons best. Net als hardlopers die stug blijven trainen, kunnen we straks koploper zijn als we volhardend zijn in onze ambities. Over vier jaar zou ik willen dat we zeker weten dat we de doelen daadwerkelijk halen, zonder twijfel. En dat er een nieuw energieakkoord is met hoge ambities, die een stip zetten op de horizon, waardoor we echt koploper worden op zon en wind. Het liefst wil ik dat heel Europa en de rest van de wereld naar Nederland kijken en zeggen: potverdorie zeg! We zitten dan vol in de wedstrijd. Daphne Schippers-niveau.”

Waar verheugt u zich het meest op in de komende kabinetsperiode?
“Zoals het er nu uitziet, zitten wij in de oppositie. We willen desondanks mooie dingen doen voor Nederland. Als het gaat om nieuwe energie, hadden wij met Diederik (Samsom, red.) een toonaangevend type. In het verdere verleden werd hij soms beschouwd als te ideëel, maar het blijkt toch reëel. Windenergie is een mooi voorbeeld. Ik wil die houding graag doorzetten.”

Op welke technologische doorbraak op energiegebied hoopt u?
“Er zijn er veel om te noemen maar ik hoop vooral dat we vraag en aanbod van energie slimmer op elkaar kunnen gaan laten aansluiten. Ik hoop dat we in 2030 CO2 uit de lucht kunnen halen in plaats van uitstoten en dat onze wijken energie opwekken in plaats van gebruiken. Daarvoor is het vooral nodig dat energie-opwekkers en energiegebruikers veel slimmer met elkaar zijn verbonden. Dat onze daken overdag de auto opladen en dat ’s nachts de auto als superbatterij voor de wasmachine kan worden gebruikt.”

Welk project voor duurzame energie heeft de grootste indruk op u gemaakt? Waarom?
“Ik heb bij Nuon gezien hoe warmte uit de industrie wordt gebruikt voor huishoudens. Het kan heel interessant zijn als je in staat bent om dat nog slimmer te doen, op grotere schaal, al zijn er nog technologische uitdagingen. Dit is echt CO2-neutraal opereren. Het viel me op het een  arbeidsintensief proces is, met veel hoogopgeleide mensen. De energietransitie vraagt sowieso mensen die anders opgeleid en geschoold zijn. Duurzaamheid kan ook economisch wat opleveren, zoals werkgelegenheid. Het vraagt wel om opleidingen om de transitie mogelijk te maken. Dat is nog niet meteen heel eenvoudig.

Ik ben ook geïnformeerd over een project met waterstof in de Eemshaven. Een paar jaar geleden vroeg ik me nog af of waterstof terug zou komen. Heel interessant.”

 Hoe kijkt u aan tegen het energieneutraal maken van de gebouwde omgeving?
“In al die oude volkswijkjes wonen mensen met een minder grote portemonnee. Hun huizen zijn niet goed geïsoleerd. Hen voorzien van duurzame energie is lastig. Het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad wordt een mega-uitdaging, met name voor de vroegere arbeiderswoningen, meer nog dan voor de appartementen. Verduurzaming moet wat opleveren voor de mensen. Zo’n instrument als de salderingsregeling voor zonnepanelen, waar de NVDE zinnige dingen over zei, moet je niet zomaar stoppen. Salderen heeft effect gehad. Mensen gaan erdoor investeren. En ze staan ook open voor andere vormen van duurzame energie, als ze eenmaal zonnepanelen hebben. Subsidies blijven nodig, want met een klein pensioentje lukt het niet. De subsidie voor isoleren is op, behalve voor huurwoningen. Er is een nieuwe regeling nodig. Dit soort subsidieregelingen zijn nodig om te zorgen dat iedereen de energietransitie mee kan maken.”

Wat valt u op aan de (duurzame) energiesector?
“Het is ongelofelijk leuk, heel interessant. Ik had er van tevoren minder een beeld van, omdat ik er in de vorige periode en ook in mijn rol als fractievoorzitter niet mee te maken had. Energie deed Diederik wel.  Het is een heel financieel en actueel onderwerp. Het gaat om grote innovaties. In werkbezoeken ontmoet ik mensen met rechtstreekse belangen en lokale issues.”

Wat vindt u van energiecoöperaties?
“Ik vind initiatieven van onderop heel belangrijk. Bij mij in Breda wordt bijvoorbeeld gezamenlijk geïnvesteerd in een collectief zonnepark. Dat soort initiatieven draagt bij aan de doelstellingen en is iets wat mensen zelf kunnen doen. Een windpark vlakbij is niet per se plezierig, maar als je er zelf aan kunt verdienen, dan wordt het iets van jezelf; dat geeft een ander gevoel. We moeten de mogelijkheden om terug te verdienen op eigen energie verruimen.”

Wat vindt u ervan dat de VS uit het klimaatakkoord van Parijs zijn gestapt?
“Oliedom. O-lie-dom. Maar goed. Daarmee is niet het klimaatakkoord waardeloos. Het blijft een historische doorbraak waar bijna 200 landen aan gebonden zijn. Er zijn ook staten in de VS die toch doorgaan. Daar reken ik op.”

Wat vindt u van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)?
“Het is goed dat de NVDE de krachten bundelt, met leden die staan voor een gemeenschappelijk doel. Als jullie het al eens zijn, dan geeft dat een belangrijke stem in de politieke discussie. Bij allerlei issues, zoals saldering, wind op zee en op land en de verdere uitrol van duurzame energie, biedt een gezamenlijke visie de kracht van de massa. In de politiek geldt toch vaak: verdeel en heers. Bovendien zijn de tegenovergestelde belangen ook verenigd, bijvoorbeeld van bepaalde grote industrieën en van de fossiele energiesector. Zij hebben al een langere traditie met een krachtige stem in Den Haag. Daar moet je wat tegenover stellen. Dus als de duurzame energiesector verenigd is, dan kunnen er sneller stappen gezet worden in de energietransitie.”